Consumenten vinden diervriendelijke leefomstandigheden voor koeien, kippen en varkens belangrijk, maar hebben er in de praktijk weinig weet van. Dat blijkt uit een consumentenonderzoek van het ministerie van Landbouw. Meer leefruimte vinden zij de belangrijkste verbetering in het leven van de landbouwdieren.

Dierenwelzijn is een publieke zaak, vinden de consumenten. Daarom kan de overheid wat dat betreft niet langs de zijlijn blijven staan. Nu vinden de klanten in de supermarkten 'gewoon vlees' en biologisch vlees in de schappen. De keus valt daarbij vaak op het goedkopere gewone karbonaadje.

Om het leven van de dieren beter te maken zou de overheid hiertussen bijvoorbeeld de opzet van een ,,middensegment'' kunnen stimuleren. Vlees dat wel diervriendelijk is, maar niet biologisch, zo adviseert het Consumentenplatform van het ministerie. Dat platform raadt tevens aan het maatschappelijk vertrouwen in de veehouderij te verbeteren.

Feiten over Koeien

De koe stamt waarschijnlijk af van de oeros. Koeien leven in kuddes en krijgen een kalfje als ze ongeveer twee jaar oud zijn. Een koe is een vrouwtjesrund en een mannetjesrund noemen we een stier. Een rund heeft van nature horens om zich te verdedigen.

Koeien zijn groepsdieren. In de lente en zomer mogen veel koeien in Nederland in de wei staan. De rest van het jaar brengen ze door in de stal. Koeien grazen in de weiden of ze liggen op de grond om te rusten en te herkauwen. Echt slapen doen ze nauwelijks. Ze gebruiken hun staart om vliegen van zich af te slaan.

Kalfjes worden na een draagtijd van negen maanden geboren. Bij veel boerderijen wordt het kalfje direct na de geboorte weggehaald bij de moeder. Kalfjes zouden dan een grotere overlevingskans hebben. Het kalf krijgt eerst biest, dit is de eerste moedermelk. Hier zitten veel stoffen in die het kalf nodig heeft. Na twee weken worden de kalfjes bij elkaar geplaatst.

Er zijn veel verschillende koeien. De ene koe wordt voor de melk gehouden en de andere voor het vlees. Uiteindelijk gaan ook de melkkoeien naar het slachthuis. De zwart-witte en roodbonte koeien die je in Nederland het meest in de wei ziet staan, zijn echt melkkoeien. In Nederland zie je het meest de zwart-witte koeien staan.

Een koe heeft vier magen. De eerste maag is een soort opslagplaats. Deze maag heet de pens. Als de koe vervolgens gaat liggen komt het eten in de tweede maag terecht. Vanuit deze netmaag boert de koe steeds balletjes gras op. De koe herkauwt deze balletjes. Na een lange tijd herkauwen komt dit gras in de derde maag van de koe. In deze boekmaag (de maag heet zo omdat er allemaal vouwen in zitten die op bladzijden lijken) wordt het vocht uit het voedsel gehaald. Dan komt het voedsel in de vierde en laatste maag van de koe. Dat is de lebmaag.

Een koe eet 70 kilo gras per dag en drinkt daarbij wel 80 tot 100 liter water (in de zomer kan het oplopen tot maar liefst 150 liter). Dat is goed voor 25 liter melk per dag! Koeien zijn herkauwers. Het gras wordt door de koe eerst doorgeslikt en daarna pas gekauwd. Koeien zijn herkauwers, omdat ze in de vrije natuur bang zijn om aangevallen te worden door roofdieren. Het is dan voor koeien belangrijk om zo snel mogelijk hun pens vol te eten met gras.

De Dierenbescherming zet zich ervoor in dat kalfjes in het begin bij hun moeder mogen blijven. Nu worden ze meestal direct na de geboorte bij de koe weggehaald. Ook wil de Dierenbescherming dat koeien minstens 120 dagen per jaar in de wei staan. In 2016 bleef 1 op de 4 koeien het hele jaar binnen. Dat is natuurlijk niet goed, want dan kunnen de koeien niet vrij rondlopen en grazen.

Wil je weten of een koe een weidegang heeft gehad? De Dierenbescherming heeft het Beter Leven keurmerk bedacht, om zo te laten zien wat voor leven een dier heeft gehad. Hoe meer sterren, hoe beter het leven van het dier is geweest. Wil je weten of jouw melk van een koe komt die naar buiten kan?

  • Koeien hebben maar 20 minuten slaap per dag nodig.
  • Koeien geven alleen maar melk nadat ze een kalfje hebben gekregen.
  • Een koe heeft geen boventanden.
  • In India is de koe een heilig dier.
  • Een koe heet pas echt een koe als ze twee keer een kalf heeft gekregen.

Feiten over Varkens

Varkens zijn sociaal, nieuwsgierig en razend intelligent. Ze tonen emoties en kunnen zelfs stress van andere varkens aanvoelen.

Varkensvoer is daarom heel erg geschikt om resten uit de voedingsmiddelenindustrie te verwerken. Wat wij niet kunnen of willen eten, verwerken we in mengvoer voor varkens. Die reststromen worden aangevuld met andere grondstoffen om een uitgebalanceerd voer te maken dat optimaal tegemoetkomt aan de behoeften van het dier.

Vleesvarkens kunnen alleen spierweefsel (vlees) opbouwen als ze voldoende eiwit en energie krijgen. Biggen worden na een aantal weken bij de zeug gespeend en krijgen dan geen melk meer. Hierdoor moeten ze hun voedingsstoffen uit hun voer halen. De biggen moeten daar rustig aan kunnen wennen en daarom bevatten voeders voor jonge biggen extra goed verteerbare eiwitten en vetten.

Feiten over Kippen

Zelfs kippen hebben een wezenlijk inlevingsvermogen.

De kip heeft een heel speciale spijsvertering die begint in drie ‘magen’. Zaden en graankorrels worden in hun geheel ingeslikt en in de krop, de kliermaag en de spiermaag geweekt, voorverteerd en gemalen. Het voer van een kip bestaat deels uit grondstoffen die wij mensen ook zouden kunnen eten, zoals granen.

Leghennen en vleeskuikens zetten hun voer heel efficiënt om in eieren of vlees. Een legkip kan alleen veel eieren leggen als ze voldoende hoogwaardig eiwit krijgt.

In Nederland worden vooral vleeskuikens van de rassen Cobb en Ross gehouden. Deze rassen zijn geselecteerd omdat ze snel groeien. Ze worden geslacht als ze zo’n 6 weken oud zijn. Ze zijn dan nog niet volwassen. Bedrijven die kip houden voor het vlees, heten vleeskuikenhouderijen. Bij kuikens is nog geen duidelijk verschil te zien tussen mannetjes en vrouwtjes.

De laatste jaren is de ‘kip van morgen’ in opkomst. Dit zijn langzamer groeiende rassen die leven onder (iets) verbeterde omstandigheden.

Veel onderdelen van kip en gevogelte worden gegeten. Behalve kippenvlees zijn er veel producten waarin kip is verwerkt. Vleeswaren zoals kipfilet, of kiprollade bijvoorbeeld. In bewerkte producten zit vlees dat machinaal van kippenruggen en - karkassen is geschraapt. Dit heet separatorvlees. In soepen en sauzen zit vaak kippenvet, dat is onttrokken aan kippenruggen en -karkassen.

Nederland heeft een omvangrijke vleeskuikenhouderijsector. Aan de andere kant importeert Nederland ook veel kip. Kip uit Brazilië komt diepgevroren of gezouten in Nederland aan. Het is vooral bestemd voor de horeca en de vleesverwerkende industrie en wordt gebruikt voor nuggets, kipsaté, kipschnitzels en dergelijke. Uit Thailand komt vooral gekookte en soms ook al gezouten kip.

Vlees van kip en gevogelte is, afhankelijk van het soort gevogelte, rijk aan vitamine B6 en de mineralen fosfor en seleen. Het is een bron van vitamine B2 en het mineraal koper. Daarnaast levert het vitamine B1 en B12, maar duidelijk minder dan andere vleessoorten, zoals rund- en varkensvlees.

Het vet van kip en kalkoen bevat ongeveer 25% minder verzadigd vet dan rund- en varkensvlees. Verzadigd vet verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Alleen kip met vel zoals kippenpoten bevat duidelijk meer vet en dus meer verzadigd vet. Kip- en kalkoenfilet is mager vlees.

Op rauwe kip en gevogelte kunnen ziekteverwekkers voorkomen. De belangrijkste zijn de bacteriën salmonella en campylobacter. Deze komen regelmatig voor. Ook al is maar een deel van de kip ermee besmet, je kunt er wel flink ziek van worden. Dat geldt vooral voor mensen met een verlaagde weerstand, ouderen, jonge kinderen en zwangeren.

Kippen kunnen antibiotica krijgen om infecties te voorkomen en te bestrijden. Na gebruik van antibiotica geldt een wachttijd. De kip of producten van de behandelde kip mag in die tijd niet geslacht of gegeten worden. Na deze wachttijd zijn er praktisch geen resten antibiotica meer te vinden in het kippenvlees.

Dierenwelzijn is ook bij kippen een belangrijk punt van aandacht. De meeste bedrijven houden kippen in grote stallen, waar de ruimte per kip beperkt is. De kippen groeien erg snel en kunnen daardoor problemen krijgen met hun gezondheid.

Van nature is een kip een sociaal dier dat leeft in kleine groepjes van een haan, enkele hennen en kuikens. Kippen hebben voldoende ruimte nodig om te kunnen bewegen en de vleugels uit te slaan. Pikken en krabben doen kippen om voedsel te bemachtigen. In de vrije natuur brengen ze de nacht door in bomen. Hier zitten ze hoog en veilig.

Door de veranderde vraag is ruim 30% van de vleeskuikenhouders overgeschakeld naar langzamer groeiende rassen die leven onder verbeterde omstandigheden. Hieronder vallen de supermarktketen-specifieke invullingen van de ‘Kip van Morgen.’ Kippen met een Beter Leven en een biologisch keurmerk voldeden hier al aan.

Het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming en het biologisch keurmerk stellen strengere eisen aan het dierenwelzijn en de leefomstandigheden. Deze kippen hebben meer ruimte, afleidingsmateriaal en mogelijkheden om hun natuurlijk gedrag uit te oefenen.

Van alle soorten vlees heeft kip de minste impact op het milieu. Voor 1 kilo kippenvlees is minder voer nodig dan voor 1 kilo rund- of varkensvlees. Een snelgroeiende kip heeft maar 2 kilo voer nodig om 1 kilo te groeien.

Dierenwelzijn gaat niet altijd hand in hand met goed zijn voor het milieu. Kip uit de gangbare vleeskuikenhouderij heeft het laagste dierenwelzijn, maar is ook het minst slecht voor het milieu. Langzaam groeiende rassen hebben bijvoorbeeld meer voer nodig en scharrelkippen hebben een hoger landgebruik.

Dierenwelzijn in de Vee-Industrie

Wereldwijd worden meer dan 70 miljard dieren gehouden voor hun vlees, melk en eieren. In deze industrieën staat productie vaak voorop, dierenwelzijn is geen prioriteit. Vaak wordt gedacht dat dieren in Nederland het goed hebben, maar ook in ons land is het niet allemaal rozengeur en maneschijn voor veedieren.

In de natuur drinken kalfjes bij hun moeder tot ze ongeveer een jaar oud zijn. De band tussen een moederkoe en haar kalf is heel sterk. Koeien zijn hele sociale dieren, maar in de veehouderij kunnen ze nauwelijks een band vormen. Al binnen enkele uren - soms zelfs direct - na de geboorte wordt het kalf bij de moeder weggehaald, wat bij beide dieren veel stress veroorzaakt.

Statistieken

Hieronder een tabel met het aantal dieren in Nederland:

Diersoort Aantal (circa)
Runderen 4 miljoen
Varkens 11,4 miljoen
Kippen 100 miljoen
Schapen 1 miljoen
Melkgeiten 482 duizend

labels: #Kip

Zie ook: