Het carnavalsgenre in de muziek is van alle tijden. In een heel ver verleden begon Toon Hermans met liedjes waarin flauwekul de boventoon voerde.Eind jaren zeventig en in de jaren tachtig vierde de carnavalsmuziek hoogtijdagen. Ieder jaar stonden er in januari en februari carnavalskrakers hoog genoteerd in de TOP40. Die tijden zijn voorbij, maar nog steeds worden er jaarlijks veel carnavalsliedjes uitgebracht.

Een grappige plaat van de "eendagsvlieg formatie" uit Leiden "De Leidse Sleutelgaten" is het nummer "Joke, stop toch met koken". De plaat uit oktober 1983 was een Top 10 Hit voor deze formatie in Nederland. Iedereen zong het liedje ook mee die tijd.

Het nummer, gecomponeerd door Jan Vollaard, werd een hit in Nederland en Vlaanderen eind 1983/begin 1984. Het is een vrolijk en melig nummer dat vaak wordt gebruikt om feesten mee te beginnen.

De Tekst van het Lied

De tekst van "Joke, stop toch met koken" is humoristisch en beschrijft situaties waarin Joke's kookkunsten tot rampen leiden. Hieronder een fragment:

[chorus]:Joke, stop toch met kokenKom uit de keuken, m'n lieve JokeStop toch met koken, kom uit de keukenWant ik wil gezellig samen met je neu-Tronenbommenstickers op m'n nieuwe tas gaan plakken

Mijn Joke stond te koken, ze maakte een souffléEn ik mocht haar niet helpen, dus ik keek naar de teeveeZe stond niet op te letten, de vlam sloeg in de panDus gingen we een frietje halen, ja dat komt 'rvanEn ik zei:[chorus]

Carnavalsmuziek Anno 2025

Voorzichtige conclusie: carnavalsmuziek is in 2025 nog steeds springlevend. Meest opzienbarend dit jaar is zonder twijfel het nummer ‘M’n oma die heeft ’n stoma’ van Jan Biggel. Eigenlijk een beetje in de lijn van ‘Joke stop toch met koken, kom uit de keuken m’n lieve Joke. Stop toch met koken, kom uit de keuken, want ik wil gezellig samen met je…’, maar dan anders.

Want conservatief Nederland viel de afgelopen weken massaal over de tekst die Biggel zo creatief bedacht had. Het was ongepast, schandalig zelfs, voor mensen met een stoma. Ach, die arme zanger, hij had het zo niet bedoeld. Sterker nog: hij heeft de inspiratie voor het lied gehaald uit de praktijk. Z’n eigen oma had immers ook een stoma en ze prijkt trots met hem op de hoes van de single. Het kwaad was al geschied, maar mede daardoor heeft hij waarschijnlijk wel de grootste carnavalshit van het jaar te pakken.

‘M’n oma heeft een stoma, wul niet weten wat dat stinkt.Ze hoeft ok nooit te piese, hoeveul ze dan ok drinkt.Dan zie ik haar weer lache, wat hebben we een lol,dan wit de hele muete, d’r zakje zit weer vol.Oei, m’n zakske, m’n zakske zit weer vol.M’n oma, die heeft een stoma en dat ding dat heeft ze ook niet zoma.Dan roepen we oma, oma, oma, voor deze geur, verdien je een diploma.’

Andere Carnavalsnummers

Naast "Joke stop toch met koken" en "M'n oma die heeft 'n stoma" zijn er nog tal van andere carnavalsnummers die de revue passeren. Hieronder een paar voorbeelden:

  • Trouwpak: Van de Raamsdonksveerse feestband De Fik Erin, een samenwerking met het trio Muchos Begaoijos.
  • Houd de boek in: Van de Limburgse formatie Träcksäck, een nummer dat de kern van carnaval raakt.
  • Op z'n kop!: Van CV De Wèggooiers uit Oosterhout, een aanstekelijk nummer met een professionele videoclip.
  • Maak je niet druk: Van Lamme Frans, een bewerking van het 55-jaar oude nummer van Conny Vink.
  • Deur de achterdeur: Van de Kruiken van Veul Gère, een nummer dat garant staat voor een snelle polonaise.

Het nummer ‘Maak je niet druk’ waar hij zelfs een lans breekt voor de carnavalsvierders van boven de rivieren. Want dat het met carnaval alsmaar drukker wordt, is een feit, maar dat kun je ook zelf relativeren. Het 55-jaar oude nummer van Conny Vink is uit de mottenballen gehaald en ‘ver-Franst’.

‘Tel eens tot elf, rustig tot elf dan gaat alles vanzelf.Jaa, jaa, jaa, ja-pa-pa-paa pa-da.Ja pauw pauw, ja-pa-pa-paa pa-daa ja.Gij kunt bij Den Bosch de trein tegen houwe, of zet aan de Maas, de brug op een kier.Maar laat ze toch komen en stop eens met maauwe.Een mens is een mens en een bier is een bier.Maak je niet druk, nergens voor nodig.Wind oe niet op en makt ‘oe die kwaad.Maak je niet druk, dè’s overbodig.Vat nog een pils en één veur oew maat.’

Deur de achterdeur’ en eigenlijk qua thema wel in dezelfde lijn als Lamme Frans. Want in Brabant kom je niet aan de bel, maar achterom: hèt teken van de Brabantse gastvrijheid.

‘Ge hoef niet aon te belle, d’n achterdeur stao altijd op ’n kier: in Brabant kom de achterom.Ik kom d’r altijd gère, ’t is verrekes knus en wèrm hier: in Brabant kom de achterom.Ut löstert ammel nie te nauw, hier zen de meese nie zo blaauw.’

Het carnavalsgenre in de muziek is divers en biedt voor ieder wat wils. Of het nu gaat om humoristische teksten, aanstekelijke melodieën of lokale tradities, carnavalsmuziek blijft een belangrijk onderdeel van de Nederlandse cultuur.

labels: #Koken

Zie ook: