Medicijnen zijn een belangrijk onderdeel van de moderne geneeskunde, en het is essentieel om de instructies goed te begrijpen. In dit artikel kijken we naar de meest gangbare afkortingen die artsen gebruiken voor medicatie voorschriften.
Hoe werkt een medicijnrecept?
Als u bij de apotheek komt, geeft u het recept aan een apothekersassistente. Meestal heeft uw arts het recept al elektronisch naar de apotheek gestuurd. De apothekersassistente stelt soms aanvullende vragen. De apothekersassistente voert de gegevens in uw patiëntendossier in. Soms is er extra deskundigheid nodig. Soms is het nodig dat een medicijn speciaal voor besteld moet worden. Het medicijn wordt voorzien van een etiket. Hierop staan uw gegevens en hoe u het medicijn moet gebruiken. U ontvangt het medicijn.
De apotheker bewaart het recept in de apotheek, op papier of als ingescande versie (digitaal). De apotheker mag niet zomaar informatie over uw gezondheid of uw medicijn aan anderen geven. Dit geldt ook voor uw arts en dit noemen we een ‘geheimhoudingsplicht'.
Indicatie op het recept
De arts hoeft niet voor alle medicijnen de indicatie te vermelden. Op dit moment moet de arts voor 23 medicijnen de indicatie op het recept vermelden. Dit staat in de Geneesmiddelenwet. Dit zijn medicijnen die de arts voor meerdere indicaties kan voorschrijven. De goede hoeveelheid van het medicijn (de dosering) kan bij de ene indicatie anders zijn dan bij de andere indicatie.
Het gaat om de volgende medicijnen:
- Azathioprine
- Methotrexaat
- Carbamazepine
- Metronidazol
- Chloroquine
- Minocycline
- Ciclosporine
- Paromomycine
- Colchicine
- Rifabutine
- Danazol
- Rifampicine
- Dapson
- Sulfasalazine
- Fenytoïne
- Tacrolimus
- Fluconazol
- Trimethoprim
- Flucytosine
- Valaciclovir
- Ketoconazol (uit de handel)
- Valproïnezuur
- Lithiumcarbonaat
Waarom is de indicatie belangrijk voor de apotheker?
Voor uw apotheker is het belangrijk om te weten voor welke indicatie u het medicijn krijgt. Dit heeft twee redenen:
- Dosering: De dosering van de medicatie hangt af van de indicatie. Als de apotheker de indicatie weet, kan de apotheker beter controleren of de dosering klopt. Hierdoor is de kans groter dat het medicijn goed gaat werken en u geen last heeft van bijwerkingen. Soms kan het nodig zijn dat u een andere dosering nodig heeft. De apotheker zal dit dan altijd overleggen met uw arts.
- Informatie: De apotheker kan u de goede informatie geven als hij de indicatie van het medicijn weet. Zo kan het tijdstip van innemen verschillen. Of wanneer het medicijn gaat werken. De assistente of uw apotheker kan u hier uitgebreid informatie over geven.
Herhaalrecepten
Elke praktijk moet de stappen voor het herhalen van medicatie apart afspreken en/of beschrijven, onder meer afhankelijk van de afgesproken taakverdeling, ICT-voorzieningen en afspraken met de apotheken. Onder de algemene beperkingen bij het herhalen verstaan we de geldende regels in de eigen praktijk en de door de beroepsgroep vastgestelde professionele richtlijnen.
De praktijkassistent maakt alleen herhaalrecepten voor de behandeling van chronische aandoeningen. De praktijkassistent maakt geen herhaalrecepten voor aandoeningen waarvan in het afgelopen jaar geen controle-/evaluatiemoment in het medisch dossier vermeld staat. De praktijkassistent handelt geen aanvragen voor nieuwe medicatie af. De praktijkassistent maakt herhaalrecepten voor opioïden, antibiotica, oordruppels met antibiotica, corticosteroïden en slaapmiddelen alleen in overleg met de huisarts. Daarnaast is de praktijkassistent op de hoogte van middelen die de huisarts nooit herhaalt, zoals methotrexaat of (orale) oncolytica.
Wanneer de praktijkassistent bij de afhandeling van een aanvraag stuit op een algemene beperking, overlegt de praktijkassistent met de huisarts of neemt contact op met de patiënt voor verheldering. Het kan zijn dat aan een specifieke patiënt medicatie wordt voorgeschreven voor slechts afgebakende periodes. Maar het kan ook zijn dat bij herhaling van sommige medicijnen specifiek laboratoriumonderzoek nodig is. Een aanduiding hiervan moet op een eenduidige plaats te vinden zijn in het medisch dossier.
De praktijkassistent controleert in het medisch dossier wat de indicatie is van het aangevraagde middel, of er een stop- of startafspraak2 is vastgelegd en wanneer de patiënt voor die aandoening voor het laatst is gecontroleerd (en eventueel moet terugkomen). Valt de controle binnen de afgesproken controletermijn of binnen de maximale controletermijn voor deze aandoening, dan is dit geen belemmering voor een nieuw herhaalrecept. Is er een geringe overschrijding van de termijn (circa 14 dagen bij langdurig gebruik), dan maakt de praktijkassistent een herhaalrecept en een nieuwe controleafspraak. Structurele vroegere aanvraag of een grotere overschrijding zijn redenen tot een controleafspraak en geen recept.
Aan de hand van de voorgeschreven hoeveelheid en de dosering van het geneesmiddel op het vorige recept berekent of leest de praktijkassistent in het HIS af of het gebruik is geweest zoals bedoeld. Om een juiste inschatting te kunnen maken bij recepten met de aanduiding ‘zo nodig’ moet bij die recepten een maximale dosis zijn aangegeven of een duidelijke termijn in het vorige recept vastgelegd zijn. Komt het voorgeschreven gebruik overeen met het feitelijke gebruik en de termijn is niet overschreden, dan is er geen belemmering voor een nieuw recept. Blijkt er alleen sprake te zijn van een administratieve vergissing, dan corrigeert de praktijkassistent die en geeft het door aan de huisarts. In de andere gevallen legt de praktijkassistent de aanvraag opzij voor een aparte beoordeling.
Maak geen herhaalrecepten voor middelen die al binnen een bestaande periodieke levering verstrekt worden (bijvoorbeeld via de herhaalmodule apotheek of in een medicatierol). Een herhaalrecept is dan mogelijk ongewenst en potentieel onveilig.
De praktijkassistent kan relevante wijziging van de gezondheidssituatie deels in het medisch dossier terugvinden, zoals een recent voorval in de betreffende episode of een nieuwe episode, het bereiken van een grens in leeftijd of nierfunctie. Voor de informatie die niet uit het dossier blijkt, is de praktijkassistent afhankelijk van de patiënt. Wanneer de wijze van aanvragen van herhaalrecepten het toelaat (bijvoorbeeld telefonisch) is het van meerwaarde om te vragen naar eventuele gezondheidsveranderingen.
Het hangt af van hoe bekwaam en ervaren de praktijkassistent is of de praktijkassistent een juiste inschatting kan maken of de mate van verandering relevant is voor het voorschrijven van de door de patiënt aangevraagde medicatie. Wanneer de wijze van aanvragen van herhaalrecepten het toelaat (bijvoorbeeld telefonisch) is het van meerwaarde om te vragen naar eventuele gebruiksproblemen, zoals bijwerkingen of praktische zaken als het herkennen of innemen van de geneesmiddelen. Het actief vragen hiernaar maakt het mogelijk om de medicatie waar nodig bij te stellen.
Bij interacties ziet de praktijkassistent een melding hiervan in het HIS. Deze melding moet met de arts worden besproken en de afhandeling voor toekomstige aanvragen kan in het HIS vastgelegd worden. Hierbij moet rekening gehouden worden met het feit dat in sommige gevallen informatie over voorgeschreven medicatie ontbreekt als deze is voorgeschreven door een andere arts. Ook zelfzorgmedicatie wordt niet altijd vastgelegd in het medisch dossier.
Uitzoeken wanneer het volgende controlemoment is, maakt het mogelijk om in voorkomende gevallen af te stappen van de gebruikelijke hoeveelheden die worden voorgeschreven. Dit voorkomt dat te grote hoeveelheden worden voorgeschreven. Onnodig voorschrijven genereert onnodige kosten en spillage van geneesmiddelen. Ook kan dit werken als een onbedoelde rem op aanpassing van de medicatie, zoals wijzigingen of staken.
De informatie die nodig is om antwoord te geven op bovenstaande vragen is voor het grootste deel terug te vinden in het medisch dossier. Deze vraag komt meestal pas in beeld wanneer de praktijkassistent het nieuwe voorschrift invoert in het HIS. De oorzaak van deze waarschuwingen kan al bij de beantwoording van de voorgaande vragen naar voren zijn gekomen.
Afkortingen op een medisch recept
In uw medisch dossier vindt u veel verwarrende afkortingen, zoals p.o. of a.n., terwijl de dokter daar niets over gezegd heeft. De meeste afkortingen komen uit het Latijn, en worden nog steeds actief door artsen gebruikt. Hieronder een overzicht van de meest voorkomende afkortingen:
- R/ (recipe): Dit is de afkorting voor ‘recept’. Hierna komt de naam van het medicijn.
- S/ (signa): Dit betekent ´schrijf’. Hierna komt de dosering van het medicijn.
- 1dd3: ‘dd’ is een afkorting voor ‘de die’, wat Latijn is voor ‘per dag’. Het eerste cijfer (1) betekent ‘1 keer per dag’. Het tweede cijfer (3) betekent ‘3 stuks’. Dat betekent dus 3 tabletten tegelijk. Dus 1dd3 betekent dat u ‘1 keer per dag’ ‘3 stuks’ van het medicijn mag innemen. Nog een voorbeeld: 2dd4 betekent dat u ‘2 keer per dag’ ‘4 stuks’ van het medicijn mag innemen. In het totaal neemt u die dag dus 8 tabletten in (2 keer 4 stuks). 1dd1 betekent dus ‘1 keer per dag’ ‘1 stuk’.
- p.o. (per os) / oraal: Dit betekent dat het medicijn ‘via de mond’ mag innemen. Dat lijkt logisch, omdat u de meeste medicijnen natuurlijk via de mond inneemt. Maar sommige medicijnen kunt u op verschillende manieren krijgen, als tablet maar ook per infuus of met een spuitje. Als de arts u de gewone tablet wil voorschrijven zal hij er ‘p.o.’ bij schrijven.
- a.n. (ante noctem): Letterlijk vertaald betekent dit ‘voor de nacht’. U neemt dit medicijn in voordat u gaat slapen.
- z.n. (zo nodig): Dit medicijn hoeft u niet op vaste tijden in te nemen, maar alleen als het nodig is. De dokter bespreekt met u op welke momenten u het medicijn mag nemen, bijvoorbeeld als u pijnklachten heeft. Vraag altijd na hoeveel tabletten u maximaal per dag mag innemen.
- nasaal: Dit medicijn moet u via de neus innemen. Bijvoorbeeld een neusspray tegen allergie.
- s.c. (subcutaan): Dit betekent letterlijk ‘onder de huid’. Meestal gaat het om een spuitje zoals bij insuline of fraxiparine. De apotheek of verpleegkundige zal u uitleggen hoe dit werkt.
- i.v. (intraveneus): Dit betekent dat u het medicijn via een infuus in een bloedvat krijgt. Dit mag alleen gedaan worden door een arts of verpleegkundige.
- i.m. (intramusculair): Dit betekent dat u een spuit krijgt die direct in de spier gaat. Bijvoorbeeld het corona vaccin. Dit mag alleen gedaan worden door een arts of verpleegkundige.
- supp. (suppositorium) / rectaal: Dit is een medicijn dat u via de anus inbrengt.
labels: #Recept
Zie ook:
- Schurft Medicijnen Zonder Recept: Wat Zijn de Opties?
- Rustgevend Medicijn Zonder Recept: Wat Helpt Echt?
- Medicijn Zonder Recept: Veilige Opties & Advies
- Ontdek de Beste Middelen Tegen Misselijkheid Zonder Recept – Snel en Effectief!
- Onmisbare Tips voor Aardappelen Schillen en Bewaren voor Langdurige Versheid!
- Ontdek Verrukkelijke Zoete Aardappel Recepten: Van Traditionele Stamppot tot Creatieve Sushi!




