In Woerden bevond zich ooit het hoofdkantoor van Melkunie en de Mona-fabriek. Hier werden onder andere de bekende Mona-toetjes gemaakt. In 1906 stond er al een melkfabriek met de naam Excelsior aan de Johan de Wittlaan. Na enkele fusies en andere namen kreeg het bedrijf uiteindelijk de naam Melkunie. In 1995 fuseerde Melkunie met Campina en vijf jaar later werd er besloten om de productie te verplaatsen naar Maasdam.

Het terrein waar de Mona-fabriek stond, werd verkocht aan een projectontwikkelaar en nu staat er op een gedeelte een nieuwbouwwijk. Op het braakliggende terrein komen ook allemaal nieuwe woningen.

Protest bij Melkunie in Woerden

Op maandag 25 juni 2001 stonden vroeg in de ochtend mensen in koeienpakken voor de deur van Campina Melkunie in Woerden. Ze hadden enorme melkpakken meegenomen en dat moet een bijzonder gezicht zijn geweest. Die mensen stonden daar niet zonder reden. De stichting dacht dat maar liefst 15 tot 20 procent van de koeien niet meer naar buiten ging.

En de actievoerders vonden dat verschillende organisaties, waaronder dus Melkunie, bijna niets deden om de trend te stoppen. Op de melkpakken van Melkunie waren koeien afgebeeld die stonden te grazen in de wei. Maar de melk die in de pakken zat kwam ook van koeien die binnen stonden. Dus dat vond Wakker Dier een beetje scheef. Daarom was de locatie in Woerden gekozen als plek om actie te voeren.

De Opkomst van Mona Toetjes

Waar begint de geschiedenis van Mona? Onze geschiedenis begint ergens in 1967. Bij een stel keurige werknemers van de Nederlandsche Melkunie met een geweldig plan: van melk gaan we lekkere toetjes maken! Dat plan klinkt nu heel logisch, maar dat was het tóen niet. In die tijd bestonden er namelijk geen kant-en-klare toetjes. Ons eerste product is een feit!

Toetjes moesten vaker op tafel komen, vonden de Mona-toetjesmakers van het eerste uur. En toen ze op de Overtoom in Amsterdam in 1970 de eerste Mona-fabriek openden, werd Mona geïntroduceerd en trok er een ware toetjesrevolutie door ons land: eindelijk was er een lekker toetje waar je niets voor hoefde te doen en -ook niet onbelangrijk voor het succes- het was nog betaalbaar ook. Wat een vooruitgang!

Omdat die vruchtenyoghurt zo aansloeg introduceerden we al snel meer lekkers. In 1971 maakte Nederland kennis met Mona-vla en twee jaar later stonden de eerste, echte Mona-puddinkjes al op tafel: vanille-, chocolade en hopjes. Maar nu terug naar onze beroemde toetjes. Nederland had de smaak te pakken en Mona ook. We bléven nieuwe toetjes uitvinden en het werd steeds moeilijker kiezen.

De Reclamecampagnes van Mona

De grap is: we praten hier al over toetje, maar in de jaren 70 heette dat nog nagerecht, toespijs of dessert. Pas toen Mona in 1973 reclame ging maken met ‘Doe eens een Mona Toetje na’, raakte het woord bekend. Heel veel mensen kunnen zich die filmpjes met Ted de Braak (een vrolijke quizmaster met een enorme snor) nog wel herinneren: hij heeft heel wat Nederlanders gekke bekken laten trekken voor Mona.

Eerlijk gezegd zijn we best trots dat we niet alleen het kant-en-klare toetje hebben uitgevonden, maar zelfs het woord. En het bleef niet bij toetjes: vanaf 1974 maakten we kinderen blij met Yoki Drink. In 1975 kwamen de eerste grote gezinspuddingen op tafel. In de jaren ’80 volgde onze Bavarois.

Natuurlijk bleef Mona nieuwe producten introduceren. Zo maakte Mona Biogarde populair door Biogarde yoghurt op de markt te brengen, en enkele jaren later ook Biogarde drink. Nu we het toch over reclame hebben: ook andere campagnes van Mona zijn in het geheugen van Nederland gegrift. Ken je die drie meiden verkleed als aardbei, framboos en perzik uit het Boordevol-filmpje nog? Of: Mijn man werkt bij Mona?

Als je nog een beetje ouder bent, herinner je je vast wel die banaan en die perzik die een prachtig ballet in de Mona-yoghurt doen? Of dat guitige kereltje dat riep: ‘Ik ben een bink, want ik drink Yokidrink’. Sinds 1993 (25 jaar alweer!) kennen we het ‘Toetje van de maand’. De eerste was abrikozenpudding met rode pruimensaus.

Volgens velen is de introductie van Vifit één van de meest baanbrekende productvernieuwingen in het bestaan van Mona! In 2005 startte Mona met Boordevol: heerlijk romige yoghurt met belachelijk veel fruit! En, dit bleek een groot succes!

Mona's Nieuwe Richting

Mona slaat een nieuwe richting in. In alle drukte vergeten we namelijk soms te genieten. Of het nu het aanhoudende gepiep is van je smartphone, werk of school dat je aandacht vraagt, het huis dat aan kant moet of sportschool die op je wacht… Er zijn altijd wel moetjes die voor gaan. Terwijl die ongedwongen momenten met elkaar het leven net een beetje leuker maken.

Vooral als mensen dan ook nog een toetje delen. Mona nodigt iedereen uit om het leven wat vaker spontaan met elkaar te vieren. Om elkaar op te zoeken. Even tijd te nemen voor de mensen om je heen. Leuke momenten te delen. Niet alleen online maar ook gewoon aan tafel, of op de bank. Mona roept om een plekje vrij te houden voor elkaar.

Het is alweer 50 jaar geleden dat Mona het allereerste toetje produceerde: fruityoghurt.

De Geschiedenis van Toetjes in het Algemeen

We zullen het maar meteen verklappen: het toetje is niet uitgevonden door meneer of mevrouw Mona. Toetjes zijn al veel ouder, al heetten ze toen nog gewoon dessert of nagerecht. Maar ze waren er niet altijd. Een groot deel van de geschiedenis is zelfs toetjesloos voorbijgegleden. Inderdaad, je kunt het je bijna niet voorstellen.

De spijzen die deel uitmaakten van een diner werden in chique kringen lange tijd in één klap op tafel gezet. Warm, koud, vlees, vis, fruit, alles door elkaar. Een diner was namelijk ook een manier om je welstand te etaleren. En dat kon prima door een enorme overdaad aan voedsel op tafel te zetten, het liefst hoog opgestapeld op royale schotels en met zilveren bestek.

Een keerzijde van de ‘alles ineens’-methode was dat veel gerechten koud waren voordat je er überhaupt aan toekwam. Al zou je willen, je kwam soms niet eens in de buurt van iets lekkers. Tijdens officiële diners stonden schotels vaak simpelweg aan de overzijde van de enorme dinertafel. Opstaan om iets voor jezelf op te scheppen was uit den boze. De schalen waren vaak te gigantisch opgemaakt om even aan elkaar door te geven. Je moest het doen met wat er in je onmiddellijke nabijheid stond.

Begin negentiende eeuw bedacht de Russische gezant in Parijs, Aleksandr Koerakin, dat het ook anders kon. Hij liet gerechten in verschillende gangen ná elkaar opdienen. Het fenomeen zou ‘service à la Russe’ gaan heten. Het maakte de weg vrij voor het toetje zoals we dat nu kennen.

Van de Romeinen is wat meer toetjestraditie overgeleverd: zij hadden een aparte naam voor het laatste gerecht. Als ‘mensa secundae’ aten ze onder andere gebak, vruchten, noten en kaas. Dat gold dan voor de welgestelde Romeinen. In een gewoon Romeins gezin zullen geen toetjes zijn gegeten.

Ook in middeleeuws Nederland was er in eenvoudige arbeidersgezinnen geen plaats voor een lekker nagerecht. Er werd hooguit wat fruit gegeten, maar dan wel in gekonfijte (gesuikerde) vorm. Gewoon fruit, zo vreesden artsen, zou de maag te veel afkoelen.

In de hoogste kringen werd van het nagerecht inmiddels wél veel werk gemaakt. Bijvoorbeeld door gelei, dat gemaakt werd uit de zwemblaas van vissen, na een lang proces van koken en zeven op te stijven tot een gewenste figuur. Dat kon een dier zijn, een bloem, een familiewapen of iemands beeltenis.

In kookboeken uit de achttiende eeuw duiken geleidelijk aan meer puddingen op. Ze moesten eigenhandig worden gekookt of gebakken in een taartpan of een vorm. Een heel gedoe. Van toetjes die je kant-en-klaar in de winkel kon kopen was nog geen sprake.

Toen eenmaal de gelatine (1845) en de maizena (1862) waren uitgevonden ging het snel. In Engeland, en later ook in Nederland, verschenen boeken waarin werd uitgelegd hoe je pudding eenvoudig in allerlei vormen kon modelleren. In 1899 opende Klaas Honig (ja, die van de pakjes) in Koog aan de Zaan een fabriek waar maisstijfsel, maizena en puddingpoeders werden gemaakt. Tot afgrijzen van professionele koks gingen mensen thuis hun eigen toetjes maken.

Het werd allemaal nog makkelijker (of akeliger, net wat je wil) toen in 1956 Saroma op de markt kwam, een instantpuddingpoeder dat alleen nog hoefde te worden vermengd met melk en vervolgens kon worden stijfgeklopt. In deze periode kregen steeds meer mensen een koelkast zodat zuivelproducten langer konden worden bewaard. Ook dat droeg bij aan de onstuitbare opmars van het kant-en-klaartoetje.

In 1973 kwamen de plastic puddingvormen van Mona op de markt. In 1971 kwam het merk, toen gevestigd aan de Overtoom in Amsterdam, met vier toetjes die je zó op tafel kon zetten: ananas/citroen, chipolata, hazelnoot en fruitcocktail. Snel daarna volgde de eerste dessertvla (advocaat/rum), toen de Yoghurt Flip met vruchten en in 1973 kwam de bekende plastic puddingvorm met de saus onderin. En de ongeschreven regel dat je in het omgekeerde bakje een gaatje moet prikken om de pudding te bevrijden. Ook yoghurt werd nu door Mona in kant-en-klare vorm verkocht.

Zo groeiden hele generaties Nederlanders op met zuiveltoetjes. Die worden bij ons veel meer gegeten dan bijvoorbeeld in Duitsland, bleek uit onderzoek van het Productschap Tuinbouw uit 2012. In Duitsland eten ze na de hoofdmaaltijd liever fruit, bij voorkeur banaan en appel. Nederlanders hebben een voorkeur voor aardbeien. Maar het allerliefst staan we verlekkerd voor de koeling van de supermarkt waar de toetjes in een eindeloze variatie per strekkende meter staan uitgestald.

Mona maakt de lekkerste en leukste zuivel van Nederland! Geniet daarom het hele jaar door van ons Toetje van de Maand. Dat betekent elke maand weer een lekkere pudding in een andere verrassende smaak. De leukste, lekkerste en vrolijkste combinaties die je kunt bedenken samengevoegd tot een toetje.

labels:

Zie ook: