Als je baby ongeveer 6 maanden oud is, is alleen (moeder)melk niet meer voldoende. Vanaf dat moment begin je met de introductie van vaste voeding. Het is aan te raden om het eten van de eerste hapjes geleidelijk op te bouwen en goed op je baby te letten, want ieder kind is anders!
Als je met 6 maanden de eerste hapjes introduceert, mag je baby al best veel hebben. Het beste is om te beginnen met het koken en pureren van groenten. Geschikte groenten zijn bijvoorbeeld aardappel, wortel, broccoli en bloemkool.
Rond de 7 maanden is je baby waarschijnlijk gewend aan het eten van een lepeltje. Vanaf dat moment kun je het eten minder fijn pureren, zodat er wat grovere stukjes in zitten. Misschien heeft je baby nu ook al zijn eerste tandje waarmee hij kan kauwen, maar een baby heeft eigenlijk geen tanden nodig om te kauwen; hij kan ook met zijn kaken malen. Je kunt je baby nu ook zetmeelrijke voedingsmiddelen geven, zoals aardappelen, pasta, brood en rijst. En je baby vindt het vast een uitdaging om als tussendoortje een soepstengel te krijgen.
Naast pasta, aardappelen en rijst heeft je baby nu ook voedsel nodig dat eiwitten bevat. Je kunt hem bijvoorbeeld een gekookt ei (wel hard koken), stukjes kipfilet of gehakt geven. Het eetpatroon van je baby gaat steeds meer op dat van volwassenen lijken. Als je nog borstvoeding geeft, merk je misschien dat hij minder vaak wil drinken. Als je kunstvoeding geeft, merk je misschien dat je baby minder behoefte heeft aan melk.
Vanaf de eerste verjaardag mag je baby in principe met de pot mee-eten. Niet alleen de eerste verjaardag is een mijlpaal, maar ook het feit dat je kind nu met de pot mee-eet, is voor veel ouders een hele ontwikkeling. Nu is je kind toch echt bijna baby-af.
Texturen en smaken
Het is belangrijk dat je baby ook went aan texturen, zodat hij steeds beter met de pot mee leert eten. Prak het hapje met een vork. Begin eerst met een fijngeprakt hapje, en maak het vervolgens steeds wat minder fijn. Laat je kind op deze manier langzaam wennen aan grovere stukjes. Blijf er altijd bij, zodat je meteen kunt ingrijpen als er iets niet goed gaat.
Je kindje mag bijna alle gezonde producten eten die je zelf ook eet.
Brood
Je kunt te beginnen met witbrood. Het bevat iets minder vezel dan volkoren brood. Vanaf 7 maanden kun je brood met korst geven. Als je kindje 8 maanden oud is, bijt en sabbelt hij met z’n kaken, wat ook belangrijk is voor de spraakontwikkeling van je kind. Stap dan geleidelijk over op volkorenbrood. Volkorenbrood verlaagt namelijk de kans op bepaalde hartziekten en diabetes type 2. Het is niet nodig om het brood te beleggen. Alleen met margarine te besmeren is genoeg, maar beleggen kan wel. Jonge kinderen krijgen vaak iets te weinig gezonde vetten binnen. Daarin zitten de goede onverzadigde vetten.
Vetten en oliën
Vervang braadvet uit een knijpfles door olie, zoals olijfolie en zonnebloemolie.
Pinda en ei
Het advies is om te beginnen met het geven van pindakaas en ei vóór je kind 8 maanden is. Heeft je baby ernstig eczeem of een voedselallergie? Start hiermee vóór de leeftijd van 6 maanden. Geef op de eerste dag een heel klein beetje pindakaas of gekookt ei. De twee dagen daarna geef je elke dag steeds een beetje meer. Dit kan in één keer of verdeeld over enkele dagen per week. Gebruik 100% pindakaas, dus zonder toegevoegd zout en suiker. Bekijk ook de folder Introduceren van pinda en ei bij baby's.
Voorbeelddagmenu’s
Wil je weten hoe een eetdag van je kindje er ongeveer uit kan zien? Bekijk onze voorbeelddagmenu’s voor baby’s tussen de 6-8 maanden. De menu’s geven een idee, je kunt het zelf natuurlijk anders indelen.
Extra tips
- Tot 6 maanden heeft je baby genoeg aan borstvoeding of flesvoeding.
- Je kunt je baby water of ongezoete thee tussendoor geven. Hoe je dat opbouwt lees je hier.
- Een klein tussendoortje geven past in een goed eetpatroon. Let op de grootte van de portie: niet te groot en niet te veel dus.
- Geef je kindje elke dag 10 microgram extra vitamine D tot de leeftijd van 4 jaar.
Wanneer naar de dokter?
Heb je twijfels? Bijvoorbeeld omdat je kind echt niets wil eten of vanwege klachten na het eten, zoals overgeven of diarree? Neem dan contact op met je huisarts of het consultatiebureau.
Alternatieve methoden
Met de Rapley-methode geef je je kind, in plaats van gepureerd eten, stukjes die die zelf in de mond kan stoppen. Voor je je kind grotere stukjes gaat geven, moet die rechtop kunnen zitten, en goed kunnen slikken en kauwen.
Koemelk
Wacht met het geven van gewone koemelk tot je kind 1 jaar oud is. Borstvoeding en flesvoeding zijn beter afgestemd op de behoefte van een baby. Het bevat meer goede vetten, minder zout en minder eiwitten dan gewone melk. Een beetje gewone melk is niet schadelijk, een baby kan het gewoon verteren. Maar als die te veel gewone melk drinkt, krijgt die te veel eiwit binnen. Te veel eiwit kan schadelijk zijn voor de nieren van een baby.
Potjes
Voeding uit een potje is handig als je een keer weinig tijd hebt of onderweg bent. Het bevat de voedingsstoffen die het kind nodig heeft. Een nadeel is wel dat de smaken meestal gemengd zijn. Zo went je kind niet aan ‘losse’ smaken. Kies daarom in het begin voor potjes met een enkelvoudige smaak.
Vegetarisch eten
Je kind kan prima vegetarisch eten. Noten zijn ook goede vleesvervangers, maar let dan wel op verstikkingsgevaar. Geef kinderen tot en met 4 jaar alleen notenpasta en pindakaas (zonder suiker en zout). En wees voorzichtig met kinderen tot en met 8 jaar. Eet noten aan tafel en blijf erbij. Eet je kind geen vlees, maar wel vis? Zorg dan dat je 1 keer per week vis geeft. In groente zit ook ijzer. Dus geef je kind elke dag ook volop groente. In de Schijf van Vijf voor jou kun je zien hoeveel jouw kind nodig heeft.
In groente zit plantaardig ijzer. Het lichaam neemt dit minder makkelijk op. Vitamine C helpt om ijzer uit de voeding te halen. Geef je kind daarom bij elke maaltijd ook fruit, dan neemt het lichaam van je kind het ijzer beter op. Ook kun je af en toe een kant-en-klare vleesvervanger nemen, zoals vegetarische reepjes of balletjes. Kijk voor je deze koopt goed op het etiket of ze wel een goede vleesvervanger zijn. In een goede vegetarische keuze zit in elk geval eiwit, ijzer en vitamine B1 of vitamine B12. Kijk verder op het etiket hoeveel zout er inzit. De nieren van kinderen tot 4 jaar kunnen dat nog niet goed verwerken. En ook voor oudere kinderen is te veel zout ongezond. Wil je je kind helemaal geen dierlijke producten te eten geven, dus ook geen melk, kaas en eieren? Geef je kind dan een vitamine B12-supplement en vraag advies aan een kinderdiëtist.
Kruiden en specerijen
Baby's mogen gekruid eten, het is niet slecht voor zijn gezondheid. Bouw het wel langzaam op en begin met de mildere kruiden en specerijen. Pas in het begin op met de wat pittigere kruiden zoals kerrie, paprikapoeder en peper. Als de mildere kruiden goed gaan, kun je de pittigere kruiden gaan proberen. Het is goed om te variëren en vermijd het vaak en veel gebruik van één soort kruid.
Voor kleine baby’s geldt het advies om geen venkelthee en anijsthee te geven. In borstvoedingsthee zit vaak ook venkel of anijs. Drink als je borstvoeding geeft geen borstvoedingsthee met venkel of anijs, venkelthee of anijsthee.
Hoe begin je met vlees en vis?
Vanaf 6 maanden mag je de groentehapjes van je kindje gaan combineren met vlees en vis. Om het voor je baby zo herkenbaar mogelijk te houden kun je beginnen met zijn favoriete groenten en deze gaan combineren met vlees of vis. Je zult zien dat je baby al snel smult van alle nieuwe hapjes! Deze nieuwe ingrediënten zijn niet alleen lekker voor je kindje, maar zitten ook boordevol belangrijke voedingsstoffen. Vlees bevat ijzer en rond de leeftijd van 6 maanden begint de ijzervoorraad die je kindje tijdens zijn geboorte heeft meegekregen, op te raken. Goed om deze op peil te houden! Vis bevat goede onverzadigde vetzuren die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van je kindje.
Wat je beter niet kunt geven
Geef baby’s liever geen rauw vlees of eten met zout of vitamine A. Doorbak of kook deze producten altijd goed als je ze aan jonge kinderen geeft. Dat doodt namelijk de bacteriën. Jonge kinderen zijn daar extra gevoelig voor.
Vermijd:
- Rauw vlees en producten van rauw vlees, zoals filet américain, ossenworst, carpaccio of niet-doorbakken tartaar.
- Rauwe schaal- en schelpdieren.
- Rauwe of voorverpakte gerookte vis zoals sushi en gerookte zalm.
- Rauwe eieren en producten met rauwe eieren, zoals zelfgemaakte mayonaise.
Lever
Dit advies geldt niet voor lever, dat kun je beter helemaal niet geven. Dit bevat veel vitamine A. Te veel vitamine A kan zorgen voor hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid en vermoeidheid bij je kind.
Smeerkaas
Naast verzadigd vet en zout kunnen hier ziekmakende bacteriën in zitten. Jonge kinderen zijn extra gevoelig voor voedselinfecties.
Kaas van rauwe melk
Als kaas gemaakt is van rauwe melk staat op het etiket ‘gemaakt van rauwe melk’ of ‘au lait cru’.
Dranken
Deze dranken bevatten veel suiker en zuren die slecht zijn voor het gebit. Ook kaneelthee, venkelthee of anijsthee zijn niet geschikt. In deze soorten kruidenthee kunnen plantengifstoffen zitten die niet goed voor ze zijn. In borstvoedingsthee zit vaak ook venkel of anijs en soms ook kaneel. Drink als je borstvoeding geeft ook geen (borstvoedings)thee met venkel, anijs of kaneel vanwege de schadelijke plantengifstoffen die hierin kunnen zitten.
Zout
Het beste is om geen zout aan het eten toe te voegen. Producten hebben vaak al veel smaak van zichzelf.
Geen paniek
Maak je niet ongerust als je één keer een product uit de 'geef niet'-categorie hebt gegeven. De kans dat het ook echt schadelijk is voor je baby is klein.
Hygiëne
Om een voedselinfectie te voorkomen bij je baby is het belangrijk om bepaalde producten te mijden, maar is het ook extra belangrijk dat je hygiënisch werkt bij het koken en klaarmaken van eten.
labels: #Vlees




