Aardappelen zijn een veelzijdige en geliefde groente die op verschillende manieren kan worden bereid. Van gekookte aardappelen tot friet, puree, stamppot, maaltijdsalades, stoofschotels en soepen, de mogelijkheden zijn eindeloos. Er zijn vroege, middelvroege, middellate en late aardappelen.

Het is niet voor niks dat het één van de belangrijkste ingrediënten is in de keuken. Bij heel wat gezinnen maken ze dan ook deel uit van het dagelijks menu. De knol, die aanvankelijk aanzien werd als voedsel voor de varkens, ziet er op zich niet zo aantrekkelijk uit maar zijn smaak kan je met weinig andere ingrediënten vergelijken. Het zijn de Fransen die de aardappel in de keuken hebben geïntroduceerd en nu vormen ze wereldwijd de basis van ontelbare gerechten. Ze laten zich moeiteloos combineren met de meest uiteenlopende ingrediënten. Als je de aardappelen nu bakt, kookt, koud verwerkt, pureert of frituurt, ze smaken altijd bijzonder.

Zelf aardappelen kweken

Niks gaat boven aardappelen van eigen oogst en goed nieuws voor de mensen die ze zelf willen kweken. Je hebt er geen grote tuin voor nodig. Aardappelen kan je ook op het terras of balkon kweken. Het enige wat je nodig hebt is een geschikte zak, emmer of bloempot, moestuingrond, voorgekiemde knollen en wat geduld tot ze volgroeid zijn. Na een 100 tal dagen oogst je jouw eigen aardappelen. En geloof me, ze bevatten veel meer smaak dan de aardappelen uit de supermarkt! Kies jouw geliefde ras en laat er een aantal kiemen. Dit kan makkelijk in een eiderdoos op een lichte, koele plaats. Na een aantal weken verschijnen de eerste kiemen en vanaf eind maart kunnen de knollen al de grond in.

Welke aardappel voor welk gerecht

Elke soort heeft zijn eigen smaak en textuur en de ene aardappel is al meer geschikt voor een bepaald gerecht dan de andere. Kies de juiste aardappel voor elk gerecht met deze tips.

  • Vastkokende aardappelen: bevatten relatief weinig zetmeel waardoor ze een vaste structuur hebben. Ze zijn ideaal om te koken of te stomen, gerechten waarbij je de aardappel in kleine stukjes snijdt zoals in een koude aardappelsalade. Vastkokende rassen zijn Annabelle, Nicola, Opperdoezer ronde en Charlotte. Ze hebben een fijne, rijke, soms ietwat zoete smaak en behouden hun vorm mooi tijdens het bereiden. Ze vragen een iets langere gaartijd.
  • Vrij vastkokende aardappelen: behouden goed hun vorm maar krijgen tijdens het koken een wat kruimigere structuur. Voorbeelden zijn de Victoria en Frieslander aardappel die een zeer goede smaak hebben en zeer geschikt zijn als frietaardappel maar ook ideaal zijn om te bakken, te pureren of te verwerken in ovenschotels.
  • Bloemige aardappelen: bevatten veel meer zetmeel dan vastkokende rassen waardoor ze bij het koken sneller uit elkaar vallen. Ze zijn sneller gaar en hebben een ietwat bloemige smaak. Bloemige rassen zijn ideaal in een smeuïge puree, in een rijke aardappelsoep, rösti of om er heerlijke zelfgemaakte kroketjes van te maken. Bekende rassen zijn het Bintje, Challenger en Excellency.
  • Extra bloemige aardappelen: worden ook wel afkokers genoemd en vallen zeer snel uit elkaar. Ze hebben een uitgesproken bloemige smaak en dan ook een zeer specifieke toepassing in de keuken. Deze aardappelen zijn enkel geschikt om te gebruiken in puree, kroketten, in stampot of soufflé. In de winkel vind je onder meer Eigenheimer, Irene en Doré.
  • Krielaardappelen: het zijn schattige, kleine aardappelen tussen 20 en 30 mm groot. Ze hebben een zeer fijne smaak en zijn superlekker op zich. Ze vragen weinig toevoeging van andere ingrediënten. Enkel gestoomd met wat olijfolie en provencaalse kruiden of gebakken in de oven, smaken ze op hun best. Hun schil is zo dun dat je die gewoon mee kan opeten.
  • Exclusieve aardappelen: de meeste aardappelen hebben een gele schil maar er bestaan ook rassen met een rode schil zoals bij de Redstar. Er bestaat zelfs een truffelaardappel, de Vitolette noir die zijn oorsprong in Frankrijk heeft maar nu ook in België wordt geteeld. Zijn schil is paars-zwart en ook het vruchtvlees heeft een paarse kleur met een witte ring onder de schil. Ideaal om uit te pakken met een bijzonder gerecht op de feesttafel. Het is een vastkokende aardappel die best in de schil wordt gekookt om zijn kleur maximaal te behouden.

Intussen zijn van de meeste soorten aardappelen ook een biologische variant te verkrijgen.

Het oogsten van aardappelen

Na een moestuinseizoen vol handige trucs is het in de moestuin van Sjef van der Loo tijd voor de oogst. Behandel aardappelen tijdens en na de oogst als eieren. “Je mag er absoluut niet mee gooien of een kist in 1 keer leeggooien”, zegt Sjef. Oogst bij voorkeur op een droge dag. “Als je de aardappelen uit droge grond kunt oogsten, is schoonborstelen vaak genoeg.

Wanneer & hoe oogst je de aardappelen?

Vroege aardappelen kunnen geoogst worden van zodra je de knollen groot genoeg vindt. Afhankelijk van het ras en wanneer je ze geplant hebt, kan de eerste oogst al eind mei/begin juni plaatsvinden. De laatkomers in september en oktober, altijd voor de eerste vorst. Bij de middelvroege en late soorten wacht je tot het loof afgestorven is. Opgelet: verwijder alle aardappelen uit de grond, ook de kleine knolletjes.

Zodra er bloemen in je planten zitten, zitten er al kleine aardappels aan de plant. Deze worden krieltjes genoemd. Ze zijn natuurlijk verschrikkelijk lekker dus zeker de moeite waard maar als je grotere aardappels wil kan je ze beter oogsten nadat de plant afgestorven is. De plant word dan droog en geel en gaat plat liggen.

Je hebt 3 verschillende varianten van aardappels wanneer je ze kan oogsten en dat zijn vroege, midden en late aardappels. Vroege aardappels sterven vaak al rond eind juni af, de midden aardappels eind juli begin augustus en de late aardappels zullen eind augustus of begin september klaar zijn. Dus welk soort aardappel je poot zegt wel iets over de oogst tijd. Vergeet niet dat je dus alle aardappels kan oogsten vanaf dat er bloemen in zitten voor krieltjes maar als je grote aardappels wil verschilt het dus per soort wanneer je ze moet oogsten.

De meeste aardappels poot je in april en mei en oogst je vanaf eind juli.

Aardappelen bewaren

Aardappelen bewaar je best op een koele (tussen 2 en 10°C), donkere en goed verluchte plaats. Laat de aardappelen van jouw eigen oogst eerst drogen en leg ze dan in luchtdoorlatende bakken. Controleer de eerste maanden op rotte aardappelen want die steken ook de andere aan.

Laat aardappelen na de oogst drogen op droge tuingrond of op kranten onder een afdak. Sjef gebruikt voor de opslag opvouwbare boodschappenkratten, omdat er lucht bij de knollen moet kunnen blijven komen. “Luchtdicht afgesloten aardappelen kunnen gaan rotten. Maar ventilatie is vooral belangrijk omdat de aardappelen in kratten nog verder kunnen drogen. De bodem en de onderste 10 centimeter van het krat bedekt hij met lage dozen van onbedrukt karton. Per krat gebruikt hij 2 lage dozen van het tuincentrum, waarvan hij de randen losmaakt en zo vouwt dat het karton de hele bodem bedekt en strak langs de kanten van het krat een paar centimeter omhoog steekt.

Aardappelen worden onder invloed van licht groen en daarmee giftig. Sjef: “Houd licht daarom zoveel mogelijk weg bij je aardappelen. Gebruik hiervoor een krant op tabloidformaat. Verdeel de krant in stapeltjes van 4 vellen. Maak 2 stapels met de lange kanten aan elkaar met ongeveer 5 nietjes, op zo’n 3 centimeter van de rand. Maak op dezelfde manier een derde, vierde en vijfde stapel vellen vast, zodat je een lange strook krantenpapier hebt. Vouw de strook rond de gevulde aardappelkratten en maak de eerste krant aan de vijfde vast, zodat er een soort ‘krantenrok’ ontstaat. Maak de rok niet te strak: je wilt hem makkelijk omhoog en weer naar beneden kunnen schuiven. Til de rok iets van de grond en vouw hem vervolgens naar binnen, over de aardappels heen.

Sjef raadt aan om de aardappelen regelmatig te bezoeken: “Na enkele weken kunnen enkele aardappelen donkerder zijn dan de rest. Dit zijn aardappelen die toch aangetast blijken door phytophthora. Controleer af en toe op uitlopers. Bij vroege aardappelen zie je die vanaf september, bij late aardappelen vanaf oktober.

Na de oogst

Na de oogst laat je de aardappels eerst drogen. Dit kan ik een losse laag ergens in een schuur doen maar je kan ze ook laten drogen in kratten met luchtgaten. Zorg dan wel dat je ze niet al te dik opstapelt zodat overal makkelijk lucht bij kan komen. Vervolgens kan je ze donker, koel en droog bewaren. Hou ze wel regelmatig in de gaten of er geen rotte aardappels tussen zitten want zodra er 1 gaat kan dit de rest ook aansteken. Verwijder de rotte aardappels dus zo snel mogelijk.

Een persoonlijke tip: verzamel ze ook een beetje op formaat want de kleine aardappels worden het snelst zacht dus die eet ik dan het eerste op en bewaar ik boven op zodat ik die al eerste pak.

Wel of niet wassen?

Wat is nu in feite het best om langer te bewaren; wel of niet wassen? Geen idee. Ik was ze heel voorzichtig zodat de schil niet beschadigd. En laat ze dan goed drogen in open kistjes. Dan is wassen denk ik geen probleem. Maar als je te wild wast, beschadigd de tere schil.

Ze hebben inderdaad een heel tere schil, vandaar dat ik me afvraag waarom je ze eigenlijk wast om te bewaren en het risico hebt om ze te beschadigen.Als je ze ongewassen in de bak legt heb je dat risico niet en dan kan je ze steeds wassen als je ze nodig hebt.

Pootaardappels bewaren voor volgend jaar

Zelf had ik niet bedacht om pootgoed voor volgend jaar te bewaren. Mijn oom, die zondag op bezoek was, stelde echter voor om wat aardappeltjes bij hem in de koeling te bewaren. Een klein deel van de aardappeltjes die we dit jaar geoogst hebben, kunnen we volgend jaar namelijk weer gebruiken om nieuwe aardappelplanten uit te laten groeien.

De pootaardappeltjes, of pootgoed in moestuintaal, zullen na de lange winter geleidelijk uitlopers gaan vormen. Die uitlopers zijn het begin van een nieuwe aardappelplant. Als moestuinier is het dus goed mogelijk om je eigen pootaardappels te bewaren voor volgend jaar, mits je voldoende ruimte hebt om de aardappeltjes te bewaren. Pootaardappeltjes moeten namelijk koel bewaard worden. Niet een beetje koel in de schuur maar echt fris in de koeling. Nu zouden we een koelkastlade kunnen opofferen voor onze aardappels maar vaak genoeg hebben we de ruimte in de koelkast nodig voor de wekelijkse boodschappen.

labels: #Aardappel

Zie ook: