Steeds meer mensen worden zich bewust van wat ze eten en welke impact dit heeft op hun gezondheid en de rest van de wereld. Vlees is een van de heetste onderwerpen dat zorgt voor een grote tweestrijd tussen de klassieke vleeseters en de hippe vegetariërs en vegans. Over vlees valt zeker heel wat te zeggen, maar de waarheid ligt zoals gewoonlijk in het midden van de tafel. Geen vlees eten kan verschillende redenen hebben. En elke reden is een aparte diepe discussie waard. Mocht je in zo’n discussie terechtkomen, probeer dan vooral ook te luisteren en te leren van de andere persoon, in plaats van enkel je eigen standpunt op te dringen.

Redenen om minder vlees te eten

Er zijn verschillende overtuigende redenen om te overwegen minder of geen vlees te eten. Hieronder worden enkele belangrijke argumenten toegelicht:

1. Dierenwelzijn

Een goede manier om dierenleed te voorkomen, is door vaker vlees over te slaan. In de eerste plaats is er het dierenleed zelf. Een dier dat je opeet, geeft zijn leven voor jou. Daar is weinig discussie over. Hebben wij als mens het recht dat leven te nemen? Van de meer dan 70 miljard dieren die jaarlijks in de veehouderij worden gehouden, brengen 50 miljard hun leven door op fabrieksboerderijen. Hier worden dieren als producten gezien in plaats van als levende wezens met gevoel. Dieren in de industriële veehouderij leiden vaak een kort en ellendig leven en zitten opgesloten in kleine kooien, kratten of hokken, waardoor ze geen natuurlijk gedrag kunnen vertonen. Vaak zijn mensen zich niet bewust van het leed dat achter de vee-industrie schuilgaat.

2. Gezondheidsvoordelen

Te veel rood en bewerkt vlees verhoogt de kans op gezondheidsproblemen zoals beroertes, diabetes en kanker. Daarom zette de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2015 bewerkt vlees op de lijst van kankerverwekkende stoffen. Rood zoogdierenvlees bevat van nature het stofje Neu5Gc, dat kankerverwekkend zou zijn. Nog erger is natuurlijk dat je bewerkte vleeswaren eet zoals salami en worst. Deze zitten vol nitraten en nitrieten als bewaarmiddel en voor het behoud van de kleur. Door plantaardig te eten, vermindert de kans op een aantal kanker- en hartaandoeningen en leef je over het algemeen langer. Je helpt dus je eigen gezondheid te verbeteren en stelt ook een goed voorbeeld voor de mensen om je heen.

Vegetariërs zijn vaak gezonder.

3. Impact op het klimaat en milieu

Het eten van vlees heeft een grote impact op het klimaat en het milieu. De productie van plantaardige eiwitrijke voedingsmiddelen veroorzaakt veel minder milieuschade dan die van vlees. Voor 1 kilo vlees is bijvoorbeeld gemiddeld 5 kilo plantaardig materiaal (veevoer) nodig (Milieu Centraal, 2021b). De veehouderij veroorzaakt wereldwijd 14,5 procent van alle broeikasgassen die vrijkomen door menselijk handelen. Jaarlijks stoot één koe net zo veel broeikasgassen uit als één auto die ruim anderhalf keer de aarde rondrijdt. De vee-industrie is een van de belangrijkste oorzaken van klimaatverandering en ontbossing. Op dit moment stoot de vee-industrie meer broeikasgassen uit dan al het transport ter wereld samen. Door minder vlees te eten creëren we minder uitstoot, wat weer bijdraagt om de klimaatdoelen van Parijs te behalen. Als we onze vleesconsumptie niet verminderen, wordt het bijna onmogelijk om de klimaatdoelen te behalen.

Vleesproductie zorgt verder voor veel meer uitstoot van broeikasgassen en voor verzuring van de bodem en de lucht. Dat geldt ook voor de productie van zuivel. Ook het eten van vis is milieubelastend, mede door de uitstoot van broeikasgassen, maar meer nog door de overbevissing bij wilde vis en door het antibioticagebruik bij kweekvis (Milieu Centraal, 2021b). Voor elke kilo vlees is ontzettend veel water en voer nodig. Voor de productie van dit voer wordt soms tropisch oerwoud gekapt, met het verdwijnen van biodiversiteit als gevolg.

4. Waterverbruik

In de vee-industrie wordt veel water gebruikt, zo gaat in de Verenigde Staten maar liefst 56% van al het water naar de veeteelt. Om vlees te produceren is veel water nodig; in elke stap van het vleesproductieproces wordt water gebruikt. De dieren drinken water en om veevoer te produceren is water nodig. Ook om machines te laten werken en om het vlees te verpakken wordt water gebruikt. Volgens Food Tank vereist de productie van 500 gram rundvlees ongeveer 6.809 liter water, om 500 gram aan varkensvlees te produceren is ongeveer 2.180 liter water nodig. Het is belangrijk om te bedenken dat water ook op kan raken. Vaak groeien we op met het idee dat er altijd genoeg water zal zijn, toch is dit niet het geval. In 2018 was er bijvoorbeeld al een tekort aan water in verschillende grote steden in Brazilië, India en Zuid-Afrika. In Zuid-Afrika werd zelfs gevreesd dat het water compleet op zou zijn en er geen druppel meer uit de kraan zou komen. Door minder vlees te eten kunnen we dus een tekort aan water voorkomen.

5. Werkomstandigheden in de vee-industrie

Met werknemers in de vee-industrie wordt vaak net zo wreed omgegaan als met de dieren. Ze werken op hoog tempo met gevaarlijke machines waardoor levensbedreigende verwondingen op de loer liggen, kunnen aandoeningen aan de luchtwegen krijgen door slechte lucht in bijvoorbeeld stallen, lijden aan PTSS en worden blootgesteld aan gevaarlijke resistente bacteriën. Door minder vlees te eten kom je op voor deze werknemers en gaat er geen geld meer naar bedrijven die slecht omgaan met hun werknemers.

6. Voedseltekort

Een koe eet in haar leven vele kilo's aan veevoer, voordat ze kan worden geslacht en er rundvlees als eindproduct overblijft. Een koe eet bijvoorbeeld 7 kilo aan graan, om 500 gram rundvlees op te brengen. Stel je eens voor dat deze koe er niet is. Dan hebben we niet de 500 gram rundvlees, maar houden we wél 7 kilo graan over. Van die 7 kilo kunnen veel meer mensen eten. Er is al een voedseltekort; bijna een miljard mensen op aarde lijdt honger. Door minder vlees te eten, blijft er meer eten over en lossen we dus een deel van het voedseltekort op.

Trends in vleesconsumptie

Minder vlees eten wordt steeds gewoner. Zo’n 40% van de Nederlanders noemt zichzelf inmiddels flexitariër en laat vlees dus vaker staan. Ook eten we met z’n allen minder rood en bewerkt vlees: in de periode 2019-2021 ging het om een daling van ruim 20% ten opzichte van 2007-2010. Uit het onderzoek Belevingen blijkt dat slechts 0,5 procent van de volwassenen in het afgelopen jaar gestopt is met het eten van vlees.

In 2020 geeft 5 procent van de 18-plussers (630 duizend personen) in het onderzoek Belevingen aan nooit vlees te eten; 3 procent eet geen vlees maar wel vis (de pescotariërs), 2 procent eet ook geen vis (de vegetariërs). Een volledig plantaardig dieet komt met 0,4 procent (53 duizend personen) nog zeer weinig voor. Het overgrote deel van de bevolking (95 procent) eet dus nog wel vlees maar het is lang niet altijd dagelijkse kost: 45 procent van de 18-plussers eet maximaal 4 dagen in de week vlees, bij de warme maaltijd, als broodbeleg of als snack. Zij worden hier als ‘flexitariër’ beschouwd.

35 procent van de 18-plussers zegt in het afgelopen jaar minder vlees te zijn gaan eten dan daarvoor, hetzij door vleesloze dagen in te lassen, hetzij door kleinere porties vlees te eten. 37 procent van de vleeseters vindt dat hij/zij eigenlijk (nog) minder vlees zou moeten eten (zie bijlagetabel 6b). Bijna twee op de drie vleeseters willen hun vleesconsumptie niet opgeven.

Bijna de helft van de 18-plussers eet helemaal geen vlees of maximaal 4 dagen per week; 16 procent doet dit om onder andere het klimaat minder te belasten. Zo is bij personen die helemaal geen vlees eten (de pesco- en vegetariërs) het dierenwelzijn het belangrijkste motief; 71 procent geeft aan dat dit een van de redenen is om geen vlees te eten; bij 48 procent is dat ook het enige of belangrijkste motief. Het milieu of klimaat wordt weliswaar ook door veel niet-vleeseters genoemd (59 procent), maar dit is voor slechts 20 procent de belangrijkste reden. Flexitariërs geven juist relatief vaak aan dat gezondheidsvoordelen (37 procent) en een verminderde behoefte of het niet zo lekker vinden (34 procent) meespelen bij hun keuze om beperkt vlees te eten.

Het totaalbeeld is dat personen die helemaal geen vlees eten vaker meerdere redenen hiervoor hebben, met de nadruk op dierenwelzijn en klimaat of milieu. Stedelingen eten vaker pesco- of vegetarisch en flexitarisch dan plattelandsbewoners. Hoogopgeleiden doen dit vaker dan laagopgeleiden, en vrouwen vaker dan mannen. Jongeren (tot ongeveer 35 jaar) eten iets vaker pesco- of vegetarisch, terwijl ouderen (vanaf ongeveer 55 jaar) juist vaker flexitarisch eten.

Praktische tips om minder vlees te eten

Wil je minder vlees eten, maar weet je niet waar je moet beginnen? Hier zijn enkele praktische tips:

  • Begin klein: Introduceer vleesloze dagen in je week.
  • Vervang vlees: Experimenteer met peulvruchten, tofu, tempé, eieren en noten.
  • Gebruik minder vlees: Vul gerechten aan met plantaardige producten.
  • Kies bewuster: Ga voor mager, onbewerkt vlees met keurmerken voor dierenwelzijn.
  • Zoek inspiratie: Ontdek vegetarische recepten en vleesvervangers.

Vleesvervangers worden steeds lekkerder: bij een gehaktballenwedstrijd in 2013 van de Koninklijke Nederlandse Slagersorganisatie werd de derde prijs gewonnen door de gehaktbal van de Vegetarische Slager. De vakkundige jury wist niet dat er een vleesloze bal tussen zat.

Alternatieven voor vlees

Vlees kun je goed vervangen door ei, peulvruchten (bonen zoals bruine, witte en kidneybonen, linzen, kikkererwten), tofu en tempé en ongezouten noten. Wissel af tussen die producten om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Als je eet volgens de adviezen van de Schijf van Vijf zonder vlees en dit vervangt door peulvruchten, noten en ei en 1 keer per week vis eet, dan verlaag je de klimaatimpact van jouw eten met ongeveer één derde.

Stap voor stap minder vlees eten

Vind je het lastig om minder vlees te eten? Misschien werkt het voor jou om vlees op bepaalde dagen te laten staan of eet je liever een kleinere portie vlees. Zo kun je stap voor stap opschuiven naar een eetpatroon met minder vlees.

  1. Wil je vlees in je maaltijd niet helemaal missen? Probeer dan eens minder vlees te gebruiken in een gerecht en vul dat aan met een plantaardig product. Denk aan: een pastasaus met mager gehakt en linzen, rijst met minder kip en een handje cashewnoten, nasi met minder vlees maar wel pinda’s (of ei), een wrap met minder vlees en meer bonen.
  2. Als je nu vaak rood vlees eet, zoals biefstuk of runderlappen, kies dan eens vaker voor kip. Dit helpt om de milieu-impact te verlagen. Van alle vleessoorten heeft kip het minste invloed op het klimaat, rundvlees het meest. Varken zit daar tussenin, maar dichterbij kip. Ook voor je gezondheid is het beter om niet te veel rood vlees te eten. Wil je ook op dierenwelzijn letten? De Topkeurmerken Biologisch, EKO, Demeter en Beter Leven 2 en 3 sterren stellen hogere eisen voor het welzijn van dieren.

Voedingsstoffen

Vlees bevat belangrijke voedingsstoffen zoals ijzer en eiwit. Je kan eiwitten ook uit plantaardige bronnen halen, maar die zijn minder bruikbaar voor het lichaam. Indien je al je eiwitten uit peulvruchten zou halen, dan moet je er heel veel van eten. Rood vlees is de beste bron van kwalitatief dierlijk ijzer.

Wil je wel vlees eten maar ook letten op dierenwelzijn? gezondheid en voor het klimaat. Wil je vlees eten? Ga dan voor mager onbewerkt vlees, dat staat in de Schijf van Vijf. Denk aan kipfilet (wit vlees), rundertartaar of varkensfiletlapje (rood vlees). Qua hoeveelheid zit je goed tussen de 0 en 500 gram vlees per week. Eet daarbinnen maximaal 300 gram rood vlees en zo min mogelijk bewerkt vlees. Bewerkt vlees, zoals een hamburger, worst of vleeswaren, staat niet in de Schijf van Vijf.

Minder vlees eten heeft een enorm effect hebben op onze planeet, onze gezondheid en dieren. Dus wil je niet helemaal stoppen met vlees, ga dan af en toe voor een stukje van hoge kwaliteit, in plaats van elke dag bewerkte vleeswaren te eten. De dieren in de stal, maar ook de kleinere diertjes in je darmen zullen je dankbaar zijn.

labels: #Vlees

Zie ook: