Vlees kan verschillende betekenissen hebben: in ons huidige taalgebruik, maar zeker ook in de Bijbel. Sommige woorden betekenen in de Bijbel net iets anders dan in het dagelijks leven.

Het woord vlees, bijvoorbeeld. Ik zag bij slager van der Maarel hier in het dorp de reclameslogan ‘vleselijk lekker!’ Een flauwe woordspeling so wie so, maar opnieuw: als je de Bijbeltaal kent, klinkt het vreemd. Vanmorgen wil ik het met u daarover hebben, over wat de apostel Paulus zegt over vlees en Geest. We hoorden het uit Romeinen 8. Bijbelse kernwoorden, die belangrijk zijn om te kennen. Te kennen, om ze ook te herkennen in je eigen leven en omgeving.

Paulus maakt in het gedeelte dat we lazen telkens de tegenstelling tussen vlees en Geest. Wat de Geest is, is niet zo moeilijk, zeker omdat het woord met een hoofdletter staat geschreven: het is de Heilige Geest. God is in mensen woont en ze vernieuwt. Dat kunnen we nog wel plaatsen denk ik. Maar hoe zit het met dat andere, ‘het vlees’? Wat is dat?

Het vlees waar Paulus over spreekt koop je niet bij slager Van der Maarel, dat zal duidelijk zijn. Maar wat bedoelt Paulus dan wel? Je zou kunnen denken dat ‘het vlees’ het lichaam is van de mens en wat je daar mee doet. Dan maak je echter een on-Bijbelse tegenstelling, zoals de oude heidense Grieken die maakten: het aardse, het lichamelijke is dan laag en slecht, het gaat om het geestelijke, het hemelse. Dan krijg je een verachting van het gewone leven, en al helemaal van de meer lichamelijke kanten ervan. Zo is het vroeger vaak uitgelegd.

‘Het vlees’ zoals Paulus het noemt, is niet hetzelfde als het lichaam. Kijk maar in vers 11. Daar staat: God zal onze sterfelijke lichamen opwekken! God gaat het lichaam niet afschaffen! Bij mens-zijn hoort lichamelijkheid. Wij zíjn aardse mensen, en daar is niets mis mee, zo zijn we geschapen, en zo zullen we blijven ook in Gods toekomst. Je mag genieten met je lichaam, van eten en drinken en de zon op je vel, van seks en van hardlopen.

Laat ik het heel eenvoudig zeggen: het is ons mens-zijn in zoverre het zwak is en vatbaar voor de zonde. De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt nogal vrij ‘onze eigen natuur’, en de Bijbel in Gewone Taal zegt ‘je slechte verlangens’. Het vlees, dat zijn de verlangens en instincten die van nature je bestaan bepalen, en die niet op God gericht zijn. Ook niet per se tégen Hem, maar Hij speelt eenvoudig geen rol.

Het vlees, dat is de instelling in je leven die zich op niet meer richt dan wat prettig en lekker is en fijne gevoelens opwekt. Dát is ‘het vlees’. Dat je lekker eten ziet en dat wilt hebben, dat je je aangetrokken voelt tot een knappe man of vrouw, dat je direct gaat voor dat waarmee je indruk maakt. Zulke dingen. Wie niet gelooft is volgens Paulus ‘in het vlees’. Dat wil zeggen: je bestaan wordt erdoor bepaald. De verlangens en instincten van het hier-en-nu, dát is dat wat je leven bepaalt.

Je mág genieten van het leven, van het mens-zijn, het is Gods geschenk! Maar aan de andere kant, als dit álles is in jouw bestaan, als dit nu jouw slogan is ‘geniet van het leven, het duurt maar even’ - dan heb je echt een probleem. Wel, ‘het vlees’ - het is op zich nog niet verkeerd. Maar… een leven ‘in het vlees’ is wel bij uitstek vatbaar voor de zonde. Die vindt daar goede aanknopingspunten!

Als je al je verlangens achterna loopt, let je er niet op of die goed of fout zijn. Dat leidt, op zijn zachtst gezegd, tot minder fraaie dingen. Paulus somt het op in de brief aan de Galaten: ‘de werken van het vlees zijn overspel, onreinheid, losbandigheid, ruzie, woede-uitbarstingen, egoïsme, jaloersheid, moord, dronkenschap, vreetpartijen’ en nog meer. Dierlijk! Of beter gezegd: menselijk, want dieren doen dit niet zo. Al te menselijk!

Kijk maar eens om u heen deze week, waar u dingen ziet van ‘leven in het vlees’. Leven in het vlees. Een heel zwart beeld is dit van een mens zonder God. Is het niet ál te zwart? Uw ongelovige buren gaan wellicht niet vreemd, zijn nooit dronken, enzovoorts. Je kunt jezelf toch wel inhouden? Ja, gelukkig doen veel mensen dat ook.

Echter… je kunt jezelf niet veranderen. Als je jezelf een beetje leert kennen, dan weet je wat je misschien niet dóet, maar wat er wel ín je leeft. Allerlei begeertes, beter of slechter, die zich helemaal niets gelegen laten liggen aan God. Je kunt ze in toom houden, maar je kunt jezelf niet anders maken! De Bijbeltekst zegt, heel reëel: het vlees onderwerpt zich niet aan de wet van God, het kán dat ook niet.

Bent u of ben jij daar al eens achter gekomen? Door wilsinspanning en goede voornemens word je geen ander mens. Van nature ben je los van God en overtreed je, als het toevallig zo uitkomt, elke norm van Hem. Je hebt echt een probleem! Want hoe zou je zo ooit in zijn koninkrijk kunnen komen? Hoe zou je daar passen?

Paulus schrijft aan de christenen in Rome: maar u… u bent niet in het vlees, u bent in de Geest! Ze waren gaan geloven in Jezus de Messias, gedoopt in zijn naam, en daarom hebben ze een ándere levensinstelling. Ze lopen niet maar blindelings achter hun impulsen aan, nee, ze volgen een andere weg. Ze zijn in de Geest, of anders gezegd: de Geest is in hen. Of zoals vers 10 het zegt: Christus is in hen - door zijn Geest namelijk. En dat geeft een ander leven!

De Here Jezus verlost ieder die in Hem gelooft van Gods oordeel. Hij rechtvaardigt, zo heet dat met een theologisch woord. Maar Hij doet meer! De Heilige Geest verandert je van oriëntatie. Niet meer het vlees is de baas waar je blindelings achteraan rent. Nee, Christus is je Heer. En dat is niet een theorie, maar dat wordt ook praktijk. Bijvoorbeeld, als iets kleins tegenzit kún je niet meer zo ongeremd schelden. Je denkt anders, en daarom doe je ook anders.

En natuurlijk, het is nooit 100%, het vlees steekt telkens de kop weer op. Al is het geen baas meer, onverhoeds valt het je aan. Je kunt, ook als christen, nog dingen doen waar je je achteraf voor schaamt. Paulus schrijft wel ‘u bent niet meer in het vlees’, maar het vlees is nog wel in u of in jou! De hoofdzaak echter is: wie gelooft, leeft niet meer ‘naar het vlees’, maar ‘naar de Geest’.

Ik kan me voorstellen dat iemand zich nu afvraagt: maar geldt dat nu voor mij? Ben ik ‘in de Geest’ zoals Paulus het noemt? Dat klinkt te mooi om op mij te slaan! Zo geestelijk ben ik niet. De kracht van het vlees ervaar ik. Maar de kracht van de Geest? U voelt zich misschien meer aangesproken door die ernstige woorden van Paulus in vers 9 ‘… wanneer althans de Geest van God in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus níet heeft, die is niet van Hem’.

Hebt u de Geest van Christus? Een vraag die moeilijk bevestigend te beantwoorden lijkt. Want wanneer kun je dat zeggen? Wanneer je vrijwel volmaakt bent? Maar laat ik dan de laatste zin van Paulus in vers 9 eens omkeren: ‘als iemand van Christus is, heeft hij zijn Geest, is Hij in de Geest’. Er zijn niet twee soorten christenen: die in de Geest zijn en die dat niet zijn. Er zijn maar twéé soorten mensen: ongelovigen en christenen.

Dit is de diepste vraag: bent u werkelijk een christen? Hebt u uw vertrouwen gesteld op het offer van Jezus Christus aan het kruis? Hebt u uw leven aan Hem overgegeven? Dát is de vraag waar het op aan komt. Hoe dat bij u staat, weet u zelf het beste. Maar áls Hij uw of jouw Heer is geworden, dan hoef je niet te twijfelen hoe dat zit met de Geest. Dan gelden deze woorden ook voor u en jou: ‘u bent niet in het vlees, maar in de Geest’.

“U bent niet in het vlees, maar in de Geest, omdat de Geest van God in u woont”. Dat gold voor de gelovigen in Rome, dat mag gelden voor íeder die gelooft, waar en wanneer ook. Ook voor u, die zich helemaal niet zo ‘in de Geest’ voelt, maar wel op de Here Jezus vertrouwt. Het is een gáve. Een gáve die voortvloeit uit wat de Here Jezus deed aan het kruis! Hij vergeeft, én Hij vernieuwt!

En wees eens eerlijk, wat is nu uw of jouw diepste wens? Is dat je eigen oude verlangen alleen, of leeft er toch meer? Zou je graag ánders willen zijn, meer willen leven voor de Here? “U bent niet in het vlees, maar in de Geest”. Het is een gave, en tegelijk: een opgave. Want we zijn nog niet in Gods koninkrijk. Ik zei het al: dat vlees, al leven we er niet meer in, leeft nog wel in ons. Daarom schrijft Paulus ook over ‘door de Geest de daden van het lichaam doden’.

Dat is de dagelijkse opgave die bij de gaven hoort. Naar de nieuwe Heer luisteren, niet naar het oude vlees. Hoe voer je dan die strijd? Eerst en vooral: níet door je eigen wilskracht en inspanning. Dat is nu juist vleselijk, en dat mislukt vreselijk! Het vlees kán zich niet onderwerpen aan Gods wet, zegt vers 7. Nee, dat lukt niet in eigen kracht.

Maar dat is dan ook de verkeerde insteek. Alsof we het zelf moeten doen, onszelf geestelijk maken. Maar nee! De Here zegt vandaag: u bént in de Geest als u gelooft, de Geest is in u. En hoe krijg je die kracht? Door twee dingen: door erom te bidden, maar minstens zoveel: door ervoor te danken! Spreek het maar uit in uw gebed: Here, dank u dat Ú mijn leven omzet. Dank U dat ik niet meer in het vlees, maar in de Geest ben, al is er nog zoveel onvolkomenheid in mij. Dank U dat U mij een ander mens maakt!

Vlees en Geest. Je hoort óf bij het een, óf bij het ander; beter gezegd, bij de Ander. Bij wie hoort u, hoor jij? Leven naar het vlees loopt dood. Blindelings je lusten en verlangens volgen lijkt leuk, maar is levensgevaarlijk. Maar wat een rijkdom als je als christen overgezet bent in die andere wereld, die van de Geest. Dan heb je een leven van strijd, maar, vreemd genoeg, tegelijk van vrede en vreugde.

Eens zal Christus komen. Dan zal het vlees voorgoed hebben afgedaan. Dan wordt mijn lichaam opgewekt, en blijft het vlees in het graf. Dan zal ik eeuwig leven met Hem. Zou je daar niet naar uitzien?

De Tegenstelling tussen Vlees en Geest in Galaten 5

De bijbel spreekt vooral in het nieuwe testament regelmatig over 2 elementen van een Christen die met elkaar in oppositie zijn.Namelijk de “Geest” en het “vlees”.

Galaten 5:16-17

  • 16 Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen.
  • 17 Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.

Het Vlees

Ons vlees, oftewel ons lichaam wil iets anders dan de Heilige Geest van God.

Echter, wie de werken van het vlees doen zullen de hemel niet in komen:

Galaten 5:19-21

  • 19 Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid,
  • 20 afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer,
  • 21 jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven.

Galaten 6:7-8

  • 7 Dwaal niet: God laat niet met Zich spotten, want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten.
  • 8 Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten; maar wie in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven oogsten.

Romeinen 8:7-8

  • 7 Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet:
  • 8 zij, die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen.

De Geest

Jezus leert dat om de hemel binnen te komen we opnieuw geboren moeten worden uit de Geest van God:

Johannes 3:5-6

  • 5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan.
  • 6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest.

Als we Jezus waarlijk aannemen, worden we spiritueel opnieuw geboren door de (Heilige) Geest.

We worden kinderen van God en we doen niet meer de wil van het vlees:

Johannes 1:12-13

  • 12 Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;
  • 13 die niet uit bloed, niet uit de wil van vlees en ook niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.

Met de kracht van God die ons is gegeven door de Heilige Geest kunnen we de daden van het vlees doden:

Romeinen 8:13-14

  • 13 Want als u naar het vlees leeft, zult u sterven.

Veel religieuze mensen zijn alleen maar bezig het vlees te onderdrukken en aan te passen aan de geldende normen, maar de innerlijke gezindheid ontbreekt.

Het volgende gebied is occultisme: afgoderij en toverij. Dat is een werk van het vlees. Als het vlees toegeeft aan toverij, wordt het demonisch. In het beginstadium worden afgoderij en toverij gemotiveerd door het vlees. Toverij is iedere poging om over mensen te heersen en ze te manipuleren zodat ze doen wat jij wilt.

De derde categorie - verreweg de grootste - wordt gevormd door alle verkeerde gedragingen en relaties: veten, haat, twist of ruzie, afgunst of jaloezie, uitbarstingen van toorn, zelfzucht of zelfgerichte ambities, tweedracht, partijschappen, nijd. In het algemeen worden deze dingen door religieuze mensen door de vingers gezien, terwijl seksuele immoraliteit strengere veroordeling oogst.

De laatste categorie noem ik zinnelijke genotzucht: dronkenschap, verslaving aan genotsmiddelen, vulgaire humor en dergelijke.

De Vrucht van de Geest

De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Daartegen richt de wet zich niet. Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen.

Neem een sinaasappel in gedachten met negen partjes. Samen vormen die partjes één vrucht. Je kunt ze alleen met z’n negenen tegelijk kopen in de winkel, niet in losse partjes. Zo is het ook met de vrucht van de Geest: alle partjes horen bij elkaar. Je kunt niet zeggen: ik richt me alleen op blijdschap, in de andere dingen ben ik niet zo goed. Nee, zo werkt het niet.

De Geest laat die vrucht in jouw leven groeien zodat je steeds meer op je Zaligmaker gaat lijken. Eerst bracht je ‘vanzelf’ de werken van het vlees voort (vers 19-21). Je was altijd op jezelf gericht. Maar als je in Christus gelooft gaat er een nieuwe vrucht groeien.

Hieronder een tabel die de werken van het vlees en de vrucht van de Geest samenvat:

Werken van het Vlees (Galaten 5:19-21) Vrucht van de Geest (Galaten 5:22-23)
Overspel Liefde
Hoererij Blijdschap
Onreinheid Vrede
Losbandigheid Geduld
Afgoderij Vriendelijkheid
Toverij Goedheid
Vijandschappen Geloof
Ruzie Zachtmoedigheid
Afgunst Zelfbeheersing
Woede-uitbarstingen
Egoïsme
Onenigheid
Afwijkingen in de leer
Jaloersheid
Moord
Dronkenschap
Zwelgpartijen

Je mag vanuit de vrucht van de Geest je naaste liefhebben. De inwendige strijd tussen vlees en Geest stopt zodra Jezus terugkomt. In Gods Koninkrijk kennen we alleen nog maar de vrucht van de Geest. Alle pijnlijke dingen die uit het vlees voortkomen zijn er dan niet meer. Tot die tijd mag je vanuit genade elke keer opnieuw vergeving vragen en met een pure wil de Geest vragen om je te leiden op de juiste weg.

Tot slot wil ik je aanmoedigen met een tekst uit Galaten 5:25. Hopelijk helpt het je bij het wandelen met Hem: ‘Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen.’

labels: #Vlees

Zie ook: