De Nederlandse taal is rijk aan spreekwoorden en uitdrukkingen die een diepere betekenis hebben dan op het eerste gezicht lijkt. Een van die uitdrukkingen is: "Wiens brood men eet, diens woord men spreekt."

Deze uitdrukking geeft aan dat personen soms geneigd zijn de belangen en opvattingen te vertegenwoordigen van partijen waar ze van afhankelijk zijn, bijvoorbeeld qua inkomen. Vanwege deze afhankelijkheid zou men dan soms ook standpunten verkondigen waar men persoonlijk eigenlijk helemaal niet zo achter staat. De uitdrukking wordt vaak enigszins verwijtend gebruikt, in situaties waarin getwijfeld wordt aan de integriteit en objectiviteit van bepaalde personen. Volgens critici zetten ze de eigen overtuigingen, principes of onafhankelijk dan te gemakkelijk opzij.

Brood is in onze windstreek het allerelementairste voedsel. Het staat elke dag op het menu, of je het lekker vindt of niet. Brood is als basisvoedsel zelfs zo onmisbaar geworden dat het als synoniem kan dienen van ‘voedsel’, ‘kost’: brood op de plank hebben en je brood verdienen hebben dezelfde betekenis als de kost verdienen.

Een blik in Van Dale onder dit trefwoord laat zien dat er zeer veel brood in ons idioom zit. Het spreekwoord constateert een broodnuchter feit: iemand kiest partij voor degene van wie hij afhankelijk is voor zijn levensonderhoud, ongeacht of dat moreel juist is.

De Friezen zeggen het net iets mooier: men spreekt met de mond waarmee men het brood eet (men praat mei de mule, der't men brea mei yt). Het Franse spreekwoord laat het niet bij een constatering maar vindt blijkbaar ook dat het zo hóórt: lui louer devons de qui le pain mangeons, ‘wij moeten diegene prijzen wiens brood wij eten’. Maar Duitsers en Engelsen brengen het er nauwelijks beter af. Zij worden door hun afhankelijkheid van de broodheer getransformeerd in regelrechte variété-artiesten: de Duitsers zingen liedjes, de Engelsen maken dansjes. Wes Brot ich esse, dessen Lied ich singe. Who finds my bread and cheese, it's to nis tune I dance. Ook in het Hindoestaanse idioom wordt er door de loonslaven lustig op los gedanst.

Het is een gevleugelde uitdrukking; wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Het is vanzelfsprekend dat als de baas van een telecombedrijf je betaalt, dat je dan niet tegen de digitale samenleving gaat staan preken, behalve dan in de kroeg misschien. En als je betaalt wordt door de wapenlobby, dan is dat meestal niet om tegen wapens te ageren. Zo ook als het gaat om fossiele brandstoffen en wat al niet meer.

Kun je dan nog zo scherp zijn, publiek en openlijk, tegen de hand die je voedt. Zoals ik dat zelf soms ben als het gaat om vluchtelingen of ander beleid? Kan dat? Is dat fair? Of moet je dan eerst ophouden met alle luxe en voorrechten aannemen die je gegeven worden? Moet je het Nederlanderschap achterlaten als je kritisch bent op Nederland? Moet je automatisch je baan eraan geven als je substantieel kritisch bent op je bedrijf? En al ligt dat laatste misschien meer voor de hand dan het eerste, toch even een laagje dieper vandaag met een tekst waarin twee bijbelse profeten elkaar verbaal te lijf gaan.

Het verhaal van Amasja en Amos

Er waren eens twee profeten. De een heet Amasja, de ander Amos. We lezen over hen in het boek Amos, wat al doet vermoeden dat Amos zelf de good guy is en Amasja de bad guy. In Betel, een stad van betekenis, heeft Amasja zich als priester gevestigd en hij wordt chagerijnig van de voortdurende kritiek die de profeet Amos heeft op volk en vaderland.

Dit staat er: Tegen Amos zei Amasja: “Ziener, gij moet maken dat ge wegkomt! Verdwijn naar Juda en verdien daar uw brood maar met profeteren! Hier in Betel moogt ge niet meer profeteren, want dit heiligdom is van de koning en dit gebouw van het rijk." Amos gaf Amasja ten antwoord: “Ik ben geen profeet of lid van een profetengilde, ik ben veehoeder en vijgenkweker. Maar de Heer heeft mij achter mijn beesten weggehaald en het is de Heer die mij gezegd heeft: Trek als profeet naar mijn volk Israël."

Oftewel, profeet zijn en dit soort harde dingen zeggen is geen businessmodel, beste Amasja. Het is geen manier om mijn brood te verdienen. Ik ben geroepen door een higher power. Die hogere macht bestaat niet echt voor Amasja. Hij zegt: dit heiligdom is van de koning en dit gebouw van het rijk. Dit eten wordt verzorgd door bv Nederland en dit geld is van de baas. Maar daar zou Amos tegen ageren. De eigendomsclaim en de machtsaanspraak, Amos gooit ze omver. Wat nou, dit heiligdom is van de koning. Deze plek is van de Eeuwige zelf, dit land is door de Schepper voortgebracht en daar ben ik verantwoording aan schuldig. Oh, en by the way: jij ook.

Wiens brood men eet? Het is ook een kwestie van perspectief. Van wie is het brood? Wie heeft het voortgebracht, wiens handtekening staat in elk stukje dna van dat wat je krijgt overhandigd? Wie is degene die het leven in stand houdt, waardoor mensen kunnen werken en überhaupt geld kunnen verdienen?

Amos bevrijdt zich van de aanspraak van medemensen en dat is wat mij betreft instructief. Het dna van de dingen is niet door ons voortgebracht, niet door koningen en bedrijfsleiders of geldschieters, zij zijn slechts doorgeefluik. Je hoeft je aan hen maar in beperkte mate gelegen te laten liggen, met name als hun machtsaanspraak of neiging tot controle over je leven te groot wordt.

Wiens brood men eet? De profeet Amos neemt het aan uit de handen van de Eeuwige en spreekt vrijmoedig extreem-kritisch. De machtsaanspraak van zijn zogenaamd vredelievende collega valt machteloos ter aarde. Het mag mij de weg wijzen en me kritisch doen kijken naar mijn inspiratoren, kerk, moskee, synagoge. Wiens brood eten ze echt?

Daarnaast zijn er nog andere uitdrukkingen met brood, elk met hun eigen betekenis:

  • Zijn broodje is gebakken: Voor hem is gezorgd.
  • De een zijn dood is de ander zijn brood: Datgene waarmee de een zijn brood verdient, is soms de ondergang van de ander.
  • Brood met brood er tussen: Een uitdrukking om armoede aan te geven.
  • Daar lusten de honden geen brood van: Iets is heel slecht.

Variaties in andere talen

De uitdrukking "Wiens brood men eet, diens woord men spreekt" kent verschillende varianten in andere talen, die elk een eigen nuance toevoegen:

  • Duits: Wes Brot ich esse, dessen Lied ich singe (Wiens brood ik eet, diens lied ik zing).
  • Engels: Who finds my bread and cheese, it's to nis tune I dance (Wie mijn brood en kaas vindt, op wiens melodie dans ik).
  • Frans: Lui louer devons de qui le pain mangeons (Wij moeten diegene prijzen wiens brood wij eten).

Deze variaties laten zien dat het concept van afhankelijkheid en de invloed daarvan op iemands uitspraken universeel is en in verschillende culturen wordt erkend.

labels: #Brood

Zie ook: