In de uitzending over eendagshaantjes zag je dat veel van deze kuikentjes diervoer voor dierentuinen worden. Maar hoe komen dierentuinen aan de rest van het eten voor hun dieren? De Keuringsdienst sprak Hanneke Wijshake, persvoorlichter van Wildlands Zoo, hierover.

Elk Dier Zijn Eigen Dieet

De meeste dierentuinen hebben hun eigen dieetkeuken met een diëtist om per dier te kijken wat er nodig is en hoeveel. Elk dier heeft een eigen dieet die is aangepast op hun natuurlijke leefomgeving en hun maagdarmstelsel. Zomaar wat hooi neergooien is er dus niet bij.

In Emmen halen ze het eten voor de dieren vooral van lokale leveranciers, zoals boeren, bakkers en slagers. En alles moet van goede kwaliteit zijn, omdat ook dierentuinen onder strenge controle staan van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Plus dat dat het beste is voor de dieren.

Groente en Fruit

Groente en fruit komt zoveel mogelijk van lokale boeren en hebben we een regionale leverancier. Het kan dan wel gaan om producten die niet geschikt zijn voor in de supermarkt, maar die wel goed zijn voor dieren. “Een komkommer die krom is of een appel die wat minder glanzend is, maakt de dieren niks uit. De producten die de supermarkt niet kan verkopen, daar spelen wij op in. Er wordt ook gekeken naar de tijd van het jaar. Pompoenen komen er nu aan dus die voegen wij dan toe aan de dagmenu’s. Dat is een stukje verrijking. Soms gebeurt dat ook door bijvoorbeeld een extra boom neer te leggen.”

Exotische Vruchten

Sommige dieren eten exotische vruchten. Die kunnen dierentuinen niet altijd importeren. Dan wordt er gezocht naar vruchten die er qua voedingswaarden, structuur en vezels op lijken. Wildlands heeft daarnaast een eigen kas, waar bepaalde vruchten groeien: “Het bekendste voorbeeld is dat apen bananen eten. En dat klopt, maar dat zijn wel andere bananen dan die wij in winkel hebben. We hebben zelf een grote tropische kas waar meerdere soorten (waaronder) rode bananen groeien, die wel gezond zijn voor apen, meer vezels minder suiker. Deze kunnen we onze dieren ook aanbieden.”

Gras en Bladeren

Om aan bomen en bladeren te komen heeft Wildlands een deal gemaakt met Staatsbosbeheer: “Staatsbosbeheer wijst buiten het broedseizoen om, plekken aan die gesnoeid moeten worden. Dan gaan er twee mensen uit het park naar het bos om bepaalde bomen te snoeien. Een deel hiervan gaat de diepvries in, zodat dieren ook in de winter blad kunnen eten. De rest wordt vers gevoerd aan vooral de Giraffen. We hebben een eigen weiland voor gras en hooi krijgen we weer van boeren uit de regio.”

Droogvoer

Het enige wat niet direct uit de regio komt is het zogenaamde droogvoer. Om het voer voor planteneters als giraffen af te wisselen krijgen zij luzernebrokken die speciaal ontwikkeld zijn voor dierentuindieren. Deze worden geïmporteerd uit Frankrijk waar een bedrijf zit dat hier gespecialiseerd in is. Via onze leverancier in Emmen komt het bij ons binnen.

Vlees

De meeste dierentuinen maken gebruik van eendagskuikens, Wildlands voert daarnaast onder andere de kleine roofdieren ook muizen en gemalen runderhart. Voor de grote roofdieren, zoals de leeuw en ijsberen hebben we stukken rund (konijnen, ganzen etc..

Vaak komt rundvlees dat niet verkocht kan worden bij de slager de kant van de leeuwen en ijsberen in de dierentuin op. Dat kan ook vlees zijn dat om de een of andere reden niet geschikt is voor mensen, maar wel veilig is voor roofdieren. “Dan moet je denken aan een dier op een boerderij dat in gewond is geraakt doordat het bijvoorbeeld in het prikkeldraad terecht is gekomen. Daardoor krijgt het dier een stressreactie en dat proef je in het vlees. En dat is niet geschikt voor mensen. Maar als je kijkt naar leeuwen die jagen op de savanne, krijgen de prooidieren ook zo’n stressreactie. Dus voor de leeuwen maakt dat geen verschil. Op die manier weten we precies wat we ze voeren en zitten de juiste documenten erbij.”

Overleden Zebra

Wat ook gebeurd is dat een ander dier overlijdt in de dierentuin gevoerd wordt aan de roofdieren. “We hebben zelf een ongeval met een zebra gehad. Dat dier heeft een mooi leven gehad, maar moesten we laten inslapen, omdat hij niet meer kon herstellen. Hij heeft geen medicijnen gehad, dus dat is het beste vlees wat we kunnen aanbieden, dus dat gaat naar roofdieren. We weten wat er mee gebeurd is en hebben de goede documenten. Zo gaat het met vee ook. Een dier dat een antibioticakuur niet bijvoorbeeld gaat niet naar de leeuwen.”

Vis en Insecten

Sommige dieren hebben natuurlijk een vrij specifiek dieet. “Vis kopen we gewoon bij de vishandel. De strekking is, zoals jij je boodschappen doet, doen wij dat in principe ook. Alleen wij kopen wat grotere partijen in. Onze insecten komen van een regionale leverancier die ook aan de dierenwinkels in Emmen en omstreken levert.

Pluktuin

Tot slot is er nog de pluktuin waar verschillende soorten planten, kruiden en bloemen gekweekt worden die weer als verrijking aan de dieren gegeven kunnen worden. “Dit zorgt voor een beetje afwisseling van vitaminen en mineralen. Pas geleden hebben we bij de maki’s een bos bloemen neergelegd uit onze pluktuin.

De Bananenmythe Ontrafeld: Eten Chimpansees Echt Bananen?

Ja, iedereen ‘weet’ dat chimpansees bananen eten. Ik heb vaak mensen in de dierentuin een banaan uit hun tas zien halen en onmiddellijk een aap imiteren om hun kinderen of familie te vermaken. Maar nee, het is een fout beeld: wilde chimpansees eten geen bananen en de reden is zeer voor de hand liggend.

Toen in de jaren zestig onderzoekers merkten dat chimpansees bananen, gekocht op de markt, uit het onderzoekerskamp kwamen stelen, zagen ze een mogelijkheid om de dieren makkelijker te bestuderen. Deze historische terugblik is een mooie illustratie van het ontstaan van eetgedrag en een goede inleiding over hoe gedrag van mensen is te beïnvloeden.

Als gedragsbioloog kijk ik naar onze biologische verwanten om te begrijpen hoe ons gedrag ontstaat. Wij verschillen immers slechts 1,4% van een chimpansee in ons genetische materiaal. Het is duidelijk dat het bananen-eetgedrag van chimpansees is ontstaan door het aanbod. Maar het was ook al snel duidelijk dat het gedrag van de chimpansees om de bananen te verkrijgen bijna oncontroleerbaar en gevaarlijk werd.

Elke chimpansee-dieetgoeroe kan je uitleggen dat bananen slecht zijn vanwege het teveel aan suiker. De huidige opvatting is dan ook dat chimpansees, in gevangenschap niet te veel fruit in hun dieet mogen hebben. In het wild blijft dit vrij makkelijk binnen de perken omdat - anders dan vezelrijk voedsel zoals blad en bast - fruit, noten en dierlijke eiwitten maar beperkt voorhanden zijn.

Veel van het voedsel dat wij vandaag de dag als ongezond beoordelen - vet, suikers en zout - zijn juist de bestanddelen die in de natuur slechts beperkt of tijdelijk beschikbaar zijn. Als er kans op schaarste is zie je dat we er biologisch op geprogrammeerd zijn om onmiddellijk reserves aan te leggen.

Dopamine is de stof in ons lichaam die dit reguleert en een keten van reacties in gang zet die de opname van dit soort voedsel beloont. We zijn geboren met een beloningssysteem zonder begrenzer; je weet immers niet wat je morgen tegenkomt. Eigenlijk is onze natuurlijke omgeving de begrenzer. Op de savanne, op de steppe of in het oerwoud, zonder winkels of markt, heeft ons biologische systeem geen begrenzer nodig.

De Psychologie Achter Eetgedrag: Lessen van Chimpansees

Om gedrag effectief te beïnvloeden met een langetermijneffectiviteit moeten we eerst de motivatie van gedrag begrijpen. Het is een uitspraak van managementgoeroe Stephen Covey. Vaak proberen we gedrag te beïnvloeden zonder de onderliggende drijfveren te begrijpen. Je kunt eetgedrag van mensen niet goed begrijpen zonder het hierboven beschreven oermechanisme te bestuderen.

We kunnen gedrag sturen vanuit hiërarchie; dit is wat we het meest toepassen. Hiërarchie is hierbij niet alleen een baas die de medewerker vertelt wat goed is, maar ook de docent die een leerling bijstuurt of een ouder die kinderen corrigeert. Hiërarchie is daarnaast beïnvloeding vanuit expertise. Door te vermelden dat je iets hebt onderzocht, dat je ervoor hebt gestudeerd, ervaringsdeskundige bent, door het gebruik van titels; het zijn allemaal methoden waardoor we het gedrag van mensen proberen te beïnvloeden.

Wij mensen zijn gevoelig voor autoriteit, maar de mate waarin is cultuurafhankelijk. Nederlanders zijn niet het beste voorbeeld van gevoeligheid voor autoriteit. Internationaal cultureel onderzoek liet al decennia geleden zien dat Nederlanders weinig waarde hechten aan de mening van autoriteiten en machthebbers.

Daarnaast is er een recente ontwikkeling die beïnvloeding vanuit expertise lastiger maakt: de opkomst van internet en social media. Voor elk argument dat iets goed of slecht is, zijn tegenargumenten te vinden van experts met net zo veel titels en ervaring als de opponent.

Een andere wijze van beïnvloeden is straffen of belonen. Dit is het meest voor de hand liggende mechanisme, waarbij onze insteek vooral is gericht op het straffen. We steken graag het vingertje op waarbij we iemand wijzen op foutief gedrag. Maar ook andere middelen worden ingezet: een suiker-, vet- of zout-tax zijn negatief corrigerende mechanismen.

Overheden zijn met name eerder geneigd om strafheffingen toe te passen op ongezonde producten dan het omgekeerde te doen: gezonde producten een belastingreductie toe te kennen om juist gedrag te belonen. Uit onderzoek bij dieren weten we dat gedrag corrigeren door middel van straffen of belonen niet altijd het gewenste effect heeft. Aandacht geven aan onjuist gedrag door dat te bestraffen levert soms het tegenovergestelde effect op; het gedrag wordt juist versterkt.

Een veel effectiever middel om te beïnvloeden is gebruik te maken van de kennis over conditioneren van gedrag. We vertonen veel gedrag uit geconditioneerde gewoonten; we krijgen honger rond 1 uur, omdat dit het tijdstip is dat ons lichaam gewend is om te lunchen en niet omdat we honger hebben. We reageren op de klok en niet op onze maag.

De Russische fysioloog Pavlov ontving in 1904 een Nobelprijs voor zijn onderzoek naar spijsverteringsprocessen. Veel verkopers van voedsel maken gebruik van dit mechanisme. Door zeer zichtbare signalen te verbinden aan hun eten wekken ze de eetlust op. Het onderzoek van Pavlov was het begin van vele onderzoeken en daaruit voortkomende stromingen over hoe menselijk gedrag te beïnvloeden. De belangrijkste les die ik altijd meeneem voor de deelnemers aan onze trainingen is deze: verbind heldere signalen aan wat je wilt bevorderen en bied die consequent aan.

Misschien is wel het meest onderschatte beïnvloedingsmechanisme wat we in de biologie noemen verrijking en verleiding. Verrijking wordt in de biologie gebruikt om gedrag van dieren op een positieve manier te beïnvloeden. Net zo gevoelig als wij mensen zijn voor de prikkels op het juiste moment zijn we gevoelig voor de verpakking.

Grote reclamebureaus die voedsel helpen aanprijzen snappen dit principe erg goed en begrijpen dat je mensen moet verleiden. Veel gezonde producten worden ook aangeprezen als gezond. Dat is het slechtste wat je kunt doen om de doorsnee consument te verleiden. In de eerste plaats omdat we niet willen horen dat we nu ongezond kiezen; door een product als gezond aan te bieden straf je en beledig je de consument die het nog niet koopt.

In de tweede plaats hebben we de neiging om producten aan te prijzen met veel tekst. Tekst is goed maar als ik een partner wil verleiden moet ik eerst in gesprek komen om de tekst te kunnen delen. Dat betekent dat de eerste signalen belangrijker zijn dan de tekst. De verpakking speelt een belangrijkere rol in de verleiding dan de inhoud. Natuurlijk kun je het met de inhoud verpesten maar als de verpakking niet klopt zul je niet ontdekken wat de inhoud is. Je kunt bijvoorbeeld gebruik maken van kleuren die mensen aantrekken. Een chimpansee wordt aangetrokken door zwart/donkerblauw, felgeel, opvallend rood of oranje. Dat zijn de kleuren waarmee de natuur haar suikerwaren aanprijst. Vaalgroen en dito geel betekent biologisch: vermijden! Ons brein werkt in dit opzicht niet veel anders dan dat van een chimpansee.

Veel bedrijven die voedsel verkopen dat we als minder gezond beoordelen, begrijpen de principes van gedragsbeïnvloeding feilloos. Zelfs mijn hond toont een Pavlovreactie bij het zien van een gele M langs de snelweg. En door in de etensdoos voor de kinderen een speeltje toe te voegen ontstaat er verrijking, wat stimuleert om terug te komen. Het chocolade verrassings-ei doet hetzelfde; uitstekend gepositioneerd bij de kassa, met een uitgekiende kleurstelling, wordt het bedelgedrag van kinderen door conditionering gestimuleerd.

Praktische Tips voor Consumenten en Aanbieders

  1. Als je weet dat ons menselijk brein stuurt op overconsumptie van zout, vet en suiker moet je als consument actief werken aan een gereduceerde opname.
  2. Focus als aanbieder van producten op verrijking en verleiding, creëer meerwaarde bij gezonde producten. Kinderen verleid je met een speeltje, volwassenen met de verpakking.
  3. Maak jezelf als sector groot en sla jezelf op de borst. Dit is de gorilla-truc, bedoeld om vertrouwen te geven aan de groep of de consument.

Er is een biologische drijfveer om ongelimiteerd suiker, zout en vet op te nemen omdat in de natuur schaarste is aan deze noodzakelijke voedingsmiddelen. In de moderne maatschappij echter is er geen sprake meer van schaarste maar juist van overaanbod. Toch beloont ons brein het innemen van deze stoffen nog steeds met de afgifte van dopamine; een hormoon dat een positief gevoel geeft. Dit betekent dat we actief en bewust moeten waken voor overopname.

Om ons gedrag te beïnvloeden zijn er vier stuurmechanismen: vanuit hiërarchie (opleggen of vanuit expertise adviseren), straffen dan wel belonen, conditioneren, of verrijken en verleiden. Hiërarchie en straffen/belonen zijn het minst effectief, zij het deels ook cultureel bepaald. Conditioneren, verrijken en verleiden zijn de meest effectieve stuurmechanismen. Het zijn ook strategieën die veelvuldig toegepast worden om consumenten ongezonde producten te laten kopen. De kern is het toevoegen van een signaal, prikkel of meerwaarde die de consument verbindt met het product.

labels:

Zie ook: