Een benauwd gevoel na het eten kan verschillende oorzaken hebben. Het is belangrijk om de mogelijke redenen te onderzoeken en indien nodig een arts te raadplegen.

Voedselallergie en astma

Kan voeding van invloed zijn op je astma? Het antwoord op die vraag is: jazeker. Want astma gaat soms samen met allergie, overgewicht of dreigende botontkalking. Bij mensen met allergisch astma komt allergie voor voedsel vaker voor. Bekende voedingsproducten die een allergie kunnen oproepen zijn koemelk, noten, pinda’s en schelpdieren.

‘Het komt niet zo vaak voor dat voeding meteen een astma-aanval opwekt’, zegt Ramona Leysner, diëtist bij longrevalidatiecentrum Merem in Hilversum. ‘Er is dan naast astma altijd sprake van een voedselallergie. Daarbij reageert ons immuunsysteem overdreven op bepaalde stoffen in ons voedsel. De stof histamine in het eten is hierbij de grootste boosdoener. De longen reageren daar overdreven op. Deze stof maakt het lichaam zelf aan.

Moeten we deze voedingsmiddelen dan maar niet meer eten? Leysner: ‘Als een arts of allergoloog bewijst dat je allergisch bent voor bepaalde producten, dan kun je die beter niet nemen. Maar ook een bloedtest en een huidallergietest zijn niet helemaal nauwkeurig. Deze meten alleen de hoeveelheid antistoffen in je bloed voor een bepaald voedingsmiddel. Soms heb je een hoge score voor een product maar heb je er in de praktijk toch geen last van.

Overgewicht en astma

Een grotere rol voor voeding is er bij overgewicht en astma. ‘Als je overgewicht en astma hebt, zien we dat als een apart type astma’, zegt Leysner. ‘Overgewicht kan ontstaan in periodes dat je de astma minder onder controle hebt. Bewegen is dan lastig en je eet sneller extra door verveling of doordat je niet lekker in je vel zit. Je gebruikt dan vaak ook meer medicijnen, zoals prednison. Afvallen is dan heel belangrijk. Dat zorgt voor meer lucht en de conditie van de longen verbetert. Bovendien heb je dan minder medicijnen nodig.

Hoe pak je dat aan? ‘In ons centrum kijken we naar welke medicijnen iemand gebruikt en hoeveel hij in beweging is. Ik check het eetpatroon en of daar iets verbeterd kan worden. Waar loopt iemand tegenaan? Soms is er geen duidelijke structuur op een dag. Als je ‘s nachts benauwd bent, slaap je misschien niet goed en ontbijt je later, of sla je het ontbijt zelfs over.

Een crash-dieet met elke dag weinig calorieën eten is niet aan te raden. Als je astma hebt, kun je ook een tekort aan voedingsstoffen krijgen door medicijngebruik. Ontstekingsremmers zorgen voor een grotere kans op botontkalking. Het is daarom belangrijk dat je genoeg calcium en vitamine D binnenkrijgt, want die stoffen gaan botontkalking tegen.

‘Melk, yoghurt en kaas zijn een goede bron van calcium’, zegt Ramona Leysner. ‘Heb je een lactose-intolerantie dan is er lactosevrije zuivel of sojamelk die je kunt nemen. Vaak krijgt iemand bij veel corticosteroïde- of prednisongebruik extra calcium en vitamine D voorgeschreven. Ook blijkt uit onderzoek dat mensen met astma die voldoende vitamine D binnenkrijgen minder kans hebben op een astma-aanval dan patiënten met een tekort aan vitamine D. Kun je als astmapatiënt hoe dan ook niet beter extra vitamine D slikken? Leysner twijfelt. ‘Vitamine D halen we voor 90 procent uit zonlicht.

Je hoort steeds vaker dat een plantaardig dieet helpt om astma onder controle te houden. Medicijnen zouden dan niet of minder nodig zijn. Maar voeding kan medicijnen niet vervangen, volgens Leysner. ‘Het is belangrijk dat de voeding alle voedingsstoffen bevat die je nodig hebt. Extreme diëten zijn bovendien lastig vol te houden.’ Het eigen voedingspatroon verbeteren vindt ze wel een goed idee. Gezond en gevarieerd eten ondersteunt de weerstand.

‘Pak dat stap voor stap aan. Als je gewend bent om zeven dagen in de week een lekker stukje vlees te eten, probeer dan twee keer per week iets anders: vis of vegetarisch. Schep wat extra groente op. Bestaat er een voedingsmiddel dat astma-aanvallen helpt voorkomen? Helaas niet, zegt Leysner, die wel algemene adviezen wil geven. ‘Eet genoeg vezels, groenten en fruit: 250 gram groenten en twee stuks fruit op een dag. Dat heeft het meeste effect op je immuunsysteem - en dat speelt een grote rol bij astma en allergieën.

Uit onderzoek blijkt dat maar 15 procent van de bevolking die hoeveelheden haalt. ‘Haring in het land, dokter aan de kant’, is het spreekwoord. Vette vis bevat omega-3-vetzuren en vitamine D. Die hebben een gunstig effect op ontstekingen én versterken het immuunsysteem. Sommige wetenschappers adviseren bij astma dan ook driemaal per week vis, zoals haring, zalm of makreel. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat ‘snelle suikers’ ontstekingsprocessen versnellen: gewone suiker en suikers uit meel, witte rijst, pasta en aardappelen. Het eten van veel vezels lijkt te beschermen tegen astma-aanvallen. Bacteriën in de darmen zetten de vezels om in bepaalde vetzuren. Deze dempen ontstekingen in de longen.

Slokdarmspasme

Slokdarmspasme is een stoornis in de beweging (de motoriek) van de slokdarm. Tijdens een slokdarmspasme verkrampen de spieren in de slokdarmwand. Dat gebeurt plotseling en in de vorm van aanvallen. De spasmen treden meestal op in het onderste gedeelte van de slokdarm. Tijdens deze aanvallen kan de doorgang van de slokdarm heel nauw zijn. Voedsel kan op dat moment niet goed door de slokdarm heen.

Bij sommige mensen komen de aanvallen regelmatig voor terwijl anderen er zelden last van hebben. Bij zeer hevige verkramping kan het onderste deel van de slokdarm er uitzien als een soort kurkentrekker of notenkraker. De slokdarm is een gespierde buis van ongeveer 30 cm lang. De slokdarm is dus geen gladde buis waar eten doorheen valt.

Er is geen duidelijke oorzaak. Soms worden de aanvallen uitgelokt door stress, spanningen, hevige emoties of bepaald voedsel. Sommige mensen hebben slechts zelden een aanval, anderen juist regelmatig.

Symptomen en diagnose

Slokdarmspasmen veroorzaken met name pijn in de buurt van het borstbeen. Deze pijn kan ook uitstralen naar de schouderbladen, armen en de keel. Bij hevige spasmen of krampen kun je last hebben van een benauwd en verkrampt gevoel. Tijdens de aanval zakt voedsel soms niet goed doordat de doorgang kleiner is. Dit kan voor zowel vast als vloeibaar voedsel het geval zijn. Als de spasmen stoppen, dan verdwijnen de klachten vaak vrij snel.

De klachten worden soms verward met hartklachten vanwege de pijn op de borst. De diagnose kan uitsluitend worden gesteld door middel van een drukmeting van de slokdarm. Dit wordt ook wel manometrie genoemd. Tijdens een manometrie meet de arts drukveranderingen in de slokdarm. Drukveranderingen ontstaan bijvoorbeeld tijdens een spasme als de slokdarmspieren verkrampen.

Via de neus wordt een slangetje ingebracht en opgeschoven tot onderin de slokdarm. De druk in de slokdarm wordt gemeten en omgezet in een elektrisch signaal. Dit signaal wordt met behulp van een computer afgelezen op een beeldscherm. Een standaard onderzoek duurt ongeveer 20 minuten.

Behandeling en advies

Een andere mogelijkheid om de klachten van een slokdarmspasme te verminderen, is het oprekken van de slokdarm. De arts brengt dan met behulp van een flexibele slang (endoscoop) een ballonnetje via de mond in de slokdarm. Dit ballonnetje wordt gedurende een minuut opgeblazen waardoor de slokdarm wordt opgerekt. Gewoonlijk zijn er 3 tot 4 oprekkingen nodig verdeeld over een aantal dagen. De arts zal steeds een iets grotere ballon gebruiken om de slokdarm verder op te rekken.

In sommige gevallen is het noodzakelijk de slokdarmspieren in te snijden (klieven). De spieren in de slokdarmwand worden daarbij op de plaats van de verkramping in de lengterichting ingesneden. De verkramping verdwijnt daardoor.

Het advies bij slokdarmspasmen is stress en spanningen zoveel mogelijk te vermijden. Ook het eten of drinken van zeer warme of zeer koude voeding en/of dranken kun je beter vermijden. Daarnaast is het belangrijk dat je rustig eet en goed kauwt. Snijd de harde korsten van het brood en besmeer het met smeuïg beleg. Drink iets bij iedere hap.

  • Vlees: eet zo min mogelijk ‘vezelig’ vlees zoals rundvlees. Kip, wild of vis zijn meestal gemakkelijk door te slikken. Snijd het vlees of de vis heel fijn of maal het met behulp van staafmixer of keukenmachine.
  • Groente: ook groenten kun je pureren of fijnsnijden. Gaar gekookte groente zijn meestal gemakkelijker door te slikken dan rauwkost.
  • Aardappelen: je kunt de aardappelen smeuïg maken met behulp van jus, appelmoes, saus of bouillon of vervangen door puree.
  • Een maaltijdsoep is een goede variant voor de warme maaltijd.
  • Tijdens alle maaltijden: eet rustig en kauw goed.

Chronische longziekten en voeding

Veel mensen met een chronische longziekte vallen af, omdat eten moeilijker gaat dan vroeger. Ook komt overgewicht vaak voor. Een goede voedingstoestand en lichamelijke conditie zijn essentieel voor de ademhaling.

De meeste mensen met een chronische longziekte hebben voortdurend last van hun aandoening, vooral van kortademigheid. Eerst alleen bij inspanning, vervolgens ook bij dagelijkse activiteiten en later ook in rust. Daarnaast worden ze vaak in hun dagelijks functioneren gehinderd door regelmatig voorkomende luchtweginfecties en door snelle spiervermoeidheid. Deze laatste klachten zijn onvoldoende te verhelpen met medicijnen voor de longen.

Gewichtsverlies komt regelmatig voor bij mensen met een chronische longziekte. Nu zou dit niet zo’n probleem zijn als het alleen maar verlies van vet betrof. Het gewichtsverlies bij mensen met chronische longziekten leidt ook tot verlies en verzwakking van de spieren. Sterke spieren zijn essentieel voor het in stand houden van een goede algehele lichamelijke conditie. Verder tast gewichtsverlies niet alleen de arm- en beenspieren aan, maar ook de ademhalingsspieren. Daarnaast kan gewichtsverlies ongunstige effecten hebben op het afweersysteem.

Typerend voor chronische longaandoeningen is dat gewichtsverlies kan optreden, terwijl u wel normaal eet. De reden is dat het energieverbruik bij u als longpatiënt verhoogd is. Dit geldt zowel voor uw energieverbruik in rust als voor de hoeveelheid energie die u verbruikt voor de dagelijkse activiteiten.

Voedingsadviezen bij chronische longziekten

  • Een gezonde voeding ontstaat door variatie in uw voedingspatroon aan te brengen. Zo krijgt u van alle benodigde voedingsstoffen voldoende binnen.
  • Mensen met COPD hebben meer eiwitten nodig dan mensen zonder COPD. Eiwitten zijn belangrijke bouwstoffen voor het lichaam en spelen een belangrijke rol bij de spieropbouw. Eiwit komt vooral voor in dierlijke producten, maar ook in plantaardige producten.
  • Als u regelmatig corticosteroïden (bijvoorbeeld prednisolon of prednison) moet innemen, kan een tekort aan vitamine D ontstaan. Doordat vitamine D de opname van calcium (kalk) uit de darmen stimuleert, kan dit botontkalking veroorzaken. Vitamine D zit vooral in (dieet)halvarine, (dieet)margarine en bak- en braadproducten. Verder leveren vlees, volle melkproducten en vette vis nog wat vitamine D. Ook wordt vitamine D in de huid zelf gemaakt onder invloed van zonlicht. Calcium zit vooral in melk en melkproducten en kaas.

Praktische tips

Mensen met chronische longziekten hebben vaak last van vervelende klachten. Iedereen met een chronische longziekte is van tijd tot tijd kortademig. Bij sommigen neemt de kortademigheid toe tijdens of na het eten. Bovendien kost het energie om het eten klaar te maken, te slikken en te kauwen.

De volgende tips kunnen helpen:

  • Gebruik de juiste ademhalingstechniek tijdens het eten.
  • Eet voedsel dat u makkelijk kunt kauwen.
  • Het is belangrijk uw gewicht in de gaten te houden.
  • Eet regelmatig en vaker over de dag verdeeld. Dit betekent dat u in plaats van 3 hoofdmaaltijden liever 6 à 7 kleinere maaltijden gebruikt.
  • Gebruik bij voorkeur de wat vettere producten, omdat deze meer energie (Kcal/Kjoule) leveren.
  • Veel mensen klagen over een vol gevoel. Een grote hoeveelheid eten kan erg tegenstaan. Eet het nagerecht een half uur na de maaltijd.
  • Eet zo gevarieerd mogelijk en dien de maaltijden smakelijk op.
  • Beperk producten die gasvorming geven.
  • Het is goed mogelijk dat u al langere tijd matig of slecht eet. Drink een kop bouillon voor het eten; deze kan de eetlust opwekken.
  • Neem niet te veel.
  • Maak eten klaar dat gemakkelijk te bereiden is. U kunt dan gebruikmaken van kant-en-klaarproducten, zoals diepvriesmaaltijden, maaltijdsoepen en kant-en-klaarmaaltijden uit het koelvak. Deze maaltijden kunt u compleet maken door groente of rauwkost toe te voegen en te kiezen voor een nagerecht toe.
  • Vloeibare voeding eet gemakkelijker, omdat u die niet hoeft te kauwen.

Overige oorzaken en adviezen

  • Benauwdheidsklachten kunnen meerdere oorzaken hebben. Zelf heb ik ernstige astma, en alle ademhalingsgerelateerde klachten gooi je dan op astma. Totdat mijn longarts positief reageerde op mijn suggestie ook eens naar het hart te kijken. Tijdens een aantal onderzoeken is geconstateerd dat ik ernstige vernauwingen in mijn kransslagaders te hebben.
  • Als ik teveel eet word ik ook benauwd na het eten, dus zou mogelijk kunnen zijn dat kleinere porties eten helpt. Brandend maagzuur kan je astma ook triggeren dus wie weet heeft dit ermee te maken. Of wellicht eet je iets waar je niet goed tegen kan en reageren je longen erop.
  • Bij mij zet na wat ik ook eet mijn maag erg op na het eten en ben ik dus ook geregeld benauwd erna en daarbij kost het ook vaak inspanning dus is het dubbelop. Ik probeer erop te letten om met eten sowieso rustig te eten, kleinere porties en dat ik dus echt wacht of ik vol zit of niet. Het hoeft dus helemaal niks te zijn qua bacterie of iets anders, kan gewoon heel simpel zijn. Anders zou ik via de longarts of huisarts een verwijzing naar een diëtist vragen. Die kan je goed advies geven. Ook kan ademhamingstherapie bij de fysio helpen.
  • Het is mijn aandoening LPR (niet-zure reflux) - een ziekte die kennelijk onder controle gekregen kan worden met het juiste niet-zure voedsel (Acid Watcher's Diet).

labels:

Zie ook: