Diabetes type 2 is een stofwisselingsziekte die stoornissen geeft in de stofwisseling. De volledige officiële naam voor diabetes is diabetes mellitus. Vaak hoor je de term suikerziekte. De term suikerziekte kan tot verkeerde conclusies leiden. Ongeveer 90% van de mensen met diabetes heeft diabetes type 2. Het aantal mensen met diabetes type 2 neemt steeds verder toe.
Mensen met diabetes type 2 maken onvoldoende insuline aan en/of de insuline die aangemaakt wordt heeft niet genoeg effect doordat ze minder gevoelig zijn voor insuline. Insuline is een hormoon dat een belangrijke rol speelt bij het onder controle houden van het bloedglucosegehalte. Insuline is nodig om glucose in de cellen toe te laten. Bij mensen met diabetes kan minder glucose de cel in, en blijft er dus meer glucose in het bloed. Het bloedglucosegehalte is daardoor te hoog.
Wanneer je koolhydraten binnenkrijgt, zet het lichaam deze om in glucose. Het gaat hierbij om verteerbare koolhydraten: zetmeel en suikers. Glucose komt in het bloed terecht. Daar noemen we het bloedglucose of bloedsuiker. Via het bloed komt de glucose terecht in de lichaamscellen. Zo levert glucose energie aan het lichaam. Cellen nemen bloedglucose op met behulp van het hormoon insuline. Dit hormoon wordt in de alvleesklier gemaakt.
Hoe Ontstaat Diabetes Type 2?
Diabetes type 2 ontstaat doordat lichaamscellen ongevoeliger worden voor insuline. Dit heet insulineresistentie. Door de insulineresistentie nemen je cellen minder glucose op. Zo stijgt je bloedglucose steeds meer waardoor de alvleesklier ook steeds harder moet werken om insuline aan te maken. Op een gegeven moment kan de alvleesklier de vraag naar meer insuline niet aan en raakt uitgeput. Deze maakt dan minder insuline aan.
De hoeveelheid glucose in het bloed wordt uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l). Aan het begin hebben mensen met type 2 diabetes vaak weinig tot geen verschijnselen. De hoge bloedglucosewaarden bij diabetes type 2 geven verschillende directe klachten, zoals moeheid, dorst, droge mond, slecht genezende wondjes, kortademigheid, veel plassen en infecties die vaak terugkomen (zoals blaasontsteking). Bij een langdurig hoog bloedglucosegehalte, beschadigen de bloedvaten en de zenuwen. Daarom hebben mensen met diabetes meer kans op hart- en vaatziekten.
Risicofactoren en Preventie
De kans op diabetes type 2 hangt af van een aantal factoren:
- Bij overgewicht. Vooral buikvet zorgt voor een grotere kans op diabetes type 2. Door overgewicht kunnen de lichaamscellen minder gevoelig worden voor insuline. Meer dan 80% van de mensen met diabetes type 2 heeft overgewicht.
- Als iemand familieleden, zoals een ouder, broer of zus met diabetes type 2 heeft.
- Bij een bepaalde etniciteit. Diabetes type 2 komt vaker voor bij Nederlanders met een Aziatische, Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse, Hindostaans-Surinaamse, Turkse en Marokkaanse achtergrond.
Door gezond te eten kunnen mensen het risico op diabetes type 2 verlagen. Allereerst door het bereiken of behouden van een gezonder gewicht. Mensen die geen diabetes type 2 hebben verkleinen de kans op deze ziekte als ze een gezond gewicht behouden of krijgen. Daarnaast helpt het om te eten volgens de Schijf van Vijf en voldoende te bewegen.
Behandeling van Diabetes Type 2
Eten is van invloed op de bloedglucosespiegel. En wat iemand eet heeft invloed op de gezondheid, bijvoorbeeld van hart en bloedvaten. Meestal is ook medicatie nodig voor de behandeling, bijvoorbeeld insuline of metformine. Medicatie en dieet worden op elkaar afgestemd. Hoe diabetes type 2 het beste wordt behandeld is per patiënt verschillend. Leidend zijn daarom altijd de arts en diëtist.
Ook als je diabetes hebt is de Schijf van Vijf een goede basis. Al deze voedingspatronen lijken op elkaar en op de Schijf van Vijf. Voedingsmiddelen als groente, fruit, volkorenproducten, noten en gevogelte (kip en kalkoen) staan erin centraal. Rood en bewerkt vlees en witte graanproducten bijvoorbeeld komen er juist weinig in voor. Aanbevolen hoeveelheden kunnen voor jou wat anders zijn. Praat hier altijd over met je diëtist.
Veel mensen met diabetes type 2 zijn te zwaar. En hoe meer overgewicht, hoe hoger het risico op hart- en vaatziekten. Als je veel buikvet hebt kunnen bovendien de lichaamscellen minder gevoelig worden voor insuline. Afvallen kan ervoor zorgen dat je cellen gevoeliger worden voor insuline. De bloedglucose blijft dan beter onder controle.
Net als iedereen hebben mensen met diabetes koolhydraten nodig. Kies voor gezonde producten met koolhydraten: groente, fruit, volkorenbrood, havermout, volkorenpasta, zilvervliesrijst, volkoren couscous en peulvruchten. Ze werken beschermend tegen allerlei ziekten en bevatten veel gezonde voedingsstoffen. Afhankelijk van de medicatie die je gebruikt kan het verstandig zijn om de koolhydraten verdeeld over de dag binnen te krijgen. Eet in dat geval regelmatig.
Het kan sommige mensen met diabetes helpen om (tijdelijk) minder koolhydraten te eten. Vooral voor mensen met diabetes die overgewicht hebben, is gewichtsverlies positief. Als je diabetes hebt en een koolhydraatbeperkt dieet of ketogeen dieet wilt volgen, is een goede medische begeleiding en begeleiding van een diëtist extra belangrijk. Zij helpen je je medicatie aan te passen aan je voedingspatroon en tekorten in je voedingspatroon te voorkomen.
Omdat de kans op hart- en vaatziekten en chronische nierschade groter is bij mensen met diabetes, is het extra belangrijk om goed te zorgen voor hart, bloedvaten en nieren.
Regelmatig bewegen heeft een positief effect op je diabetes. Beweging zorgt er namelijk voor dat cellen beter reageren op insuline. Verder helpt het de bloeddruk en het cholesterol te verlagen en helpt het met afvallen of om overgewicht te voorkomen. Als je meer gaat bewegen en je gebruikt medicatie, dan moet je mogelijk je medicatie aanpassen om te lage bloedglucosewaarden te voorkomen.
Wat is een normale bloedsuikerwaarde?
Je bloedsuiker of bloedsuikerwaarde is de hoeveelheid suiker in je bloed op een moment. Bloedsuiker is een ander woord voor bloedglucose. Een hogere bloedsuiker kan betekenen dat je diabetes hebt, of meer kans hebt om diabetes te krijgen. Als er langere tijd te veel suiker in je bloed zit, is dit gevaarlijk voor je gezondheid. Je kan problemen krijgen in je lichaam, zoals schade aan je bloedvaten en zenuwen.
De huisarts controleert met een bloedsuikertest of je bloedsuiker te hoog is. Dit gebeurt vaak in de ochtend, als je nuchter bent. De huisarts meet de bloedsuiker soms ook juist een paar uur na een maaltijd. Dan zit er de meeste bloedsuiker in het bloed. Is je bloedsuiker te hoog? Je krijgt dan vaak nog een tweede controle op een andere dag.
Bloedsuikerwaarde nuchter gemeten
Nuchter = je hebt in de acht uren daarvoor niets gegeten of gedronken, behalve water. Dit betekent je bloedsuikerwaarde als je nuchter was bij de prik:
- 6,0 mmol/l of lager: normale bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk geen diabetes.
- tussen 6,1 en 6,9 mmol/l: iets hogere bloedsuiker. Je hebt misschien prediabetes.
- 7,0 mmol/l of hoger: hoge bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk diabetes.
Bloedsuikerwaarde niet nuchter gemeten
Doe je een bloedsuikertest als je een of twee uur ervoor hebt gegeten? Je bent dan niet nuchter. Het is normaal dat er meer suiker in het bloed zit op dat moment. Dit betekent je bloedsuikerwaarde dan:
- 7,7 mmol/l of lager: normale bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk geen diabetes.
- tussen 7,8 en 11,0 mmol/l: iets hogere bloedsuiker. Je hebt misschien prediabetes.
- 11,0 mmol/l en hoger: hoge bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk diabetes.
Je lichaam haalt voedingsstoffen uit wat je eet en drinkt. Van sommige voedingsstoffen maakt je lichaam glucose, dit is een vorm van suiker. De glucose komt eerst in je bloed. Glucose in je bloed heet bloedglucose, of bloedsuiker. De bloedsuikerwaarde zegt hoeveel suikerdeeltjes in je bloed zitten. Dit tellen we in millimol per liter. Kort: mmol/l.
Het lichaam haalt bloedsuiker vooral uit voeding. Koolhydraten die je eet, zoals in brood, suiker en aardappelen, komen als glucose in het bloed. Deze bloedglucose (bloedsuiker) gaat het hele lichaam door en geeft alle cellen energie. Bloedsuiker is van levensbelang: je kunt niet zonder.
Bloedsuikers bij diabetes
Normaal zorgt het lichaam voor precies genoeg suiker in het bloed. Niet te veel en niet te weinig. Als je diabetes hebt, lukt dit niet vanzelf. Je bloedsuiker wordt te hoog als je er dan niets tegen doet. Een hoge bloedsuiker is slecht voor je lichaam. Een bloedsuikerwaarde tussen 4,0 en 8,0 mmol/l is het beste bij diabetes. Dan blijft de kans op complicaties het kleinst.
Goede bloedsuiker 's ochtends voordat je eet: tussen de 4,5 en 8. Goede bloedsuiker 2 uur na het eten: tussen 4,5 en 9.
Je kunt zelf je bloedsuiker meten als je diabetes type 2 hebt. Samen bespreek je waarom meten voor jou belangrijk is. Bijvoorbeeld:
- Je gaat gezonder leven. En jij of je huisarts of praktijkondersteuner wil weten of je bloedsuiker verbetert.
- Je gebruikt medicijnen voor diabetes.
- Je gebruikt medicijnen die je bloedsuiker hoger maken. Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.
Hoe meet je je bloedsuiker?
Je kunt je bloedsuiker op twee manieren zelf meten:
- Vingerprik om te meten.
- Sensor om te meten.
Laat je bloedsuiker-meter elk jaar controleren. Dat kan bij de apotheek. De praktijkondersteuner leert je hoe je je bloedsuiker met een vingerprik meet. Je kunt ook het filmpje Bloedsuiker meten (apotheek.nl) bekijken. Je spreekt met de huisarts of praktijkondersteuner af hoe vaak je je bloedsuiker meet. En wanneer je meet. Bijvoorbeeld op deze momenten:
- Als je 8 uur of meer niets hebt gegeten of gedronken. Dat heet nuchter.
- Vlak voor het eten: ontbijt, lunch of avondeten.
- Ongeveer 1,5 uur na het eten.
- Voordat je gaat slapen.
De sensor meet je bloedsuiker de hele dag vanzelf. Je bloedsuiker verandert op een dag. Door wat je eet, wat je doet en door je slaap. Dit zijn goede getallen voor je bloedsuiker als je diabetes type 2 hebt:
- Goede bloedsuiker 's ochtends voordat je eet of drinkt: tussen 4,5 en 8. Dit heet de nuchtere bloedsuiker.
- Een goede bloedsuiker 2 uur na het eten: tussen 4,5 en 9.
Bij diabetes type 2 kun je een te lage of te hoge bloedsuiker hebben:
- Is je bloedsuiker lager dan 3,9? Dan is je bloedsuiker te laag. Een te lage bloedsuiker noemen we hypoglykemie (een hypo). Een te lage bloedsuiker is gevaarlijk.
- Dan is je bloedsuiker te hoog. Een te hoge bloedsuiker noemen we hyperglykemie (hyper). Een te hoge bloedsuiker is meestal niet direct gevaarlijk. Wel kun je klachten krijgen, zoals dorst en afvallen. Praat daarom met je huisarts over je behandeling. Misschien moet je behandeling anders.
Wanneer moet je de arts bellen?
Met de huisarts of praktijkondersteuner spreek je dit af:
- Welke getallen je aan de huisartsen-praktijk doorgeeft.
- Hoe vaak je de getallen doorgeeft.
- Op welke manier je de getallen doorgeeft aan de huisartsen-praktijk.
Iemand moet direct 112 bellen als je bewusteloos bent. Spoed: In deze situaties bel je direct de huisarts of de huisartsen-spoedpost. Of je vraagt iemand anders om snel te bellen:
- Je hebt suiker gegeten of gedronken. Maar je bloedsuiker blijft lager dan 3,9.
- Je merkt dat je niet meer goed reageert als iemand iets tegen je zegt.
- Je haalt moeilijk adem.
- Je bent in de war.
Wat te doen bij een te hoge of te lage bloedsuiker
NB. Er is sprake van een hypoglycemie wanneer de bloedglucosewaarde lager dan 3,5 mmol/l is. Probeer te voorkomen dat de hypoglycemie een hyperglycemie veroorzaakt.
Er is sprake van een hyperglycemie wanneer een bloedglucosewaarde hoger is dan 15 mmol/l. Als je (ultra) kortwerkende insuline gebruikt kun je dit gebruiken om extra te spuiten. Als de bloedglucose beneden de 13 mmol/l is dan stoppen met extra bijspuiten. Bloedglucoses wel blijven vervolgen.
Advies bij een hyperglycemie is om ruim voldoende suikervrije dranken te drinken. Stop nooit met jouw tabletten of insuline. Elk acuut gebeuren in jouw lichaam activeert stresshormonen.
Indien je alcoholische dranken gebruikt die geen koolhydraten bevatten (zoals droge wijn of sherry, jonge jenever, cognac, wodka) houd dan de bloedglucose in de gaten en eet wat koolhydraten. Controleer zo nodig de bloedglucosespiegel, in ieder geval voor het slapen. Het is belangrijk dat je bloedglucosewaarde voor het slapen gaan boven de 6 tot 8 mmol/ l is.
Je let veel op je bloedglucosewaarden bij diabetes type 1. Ze bepalen wanneer je insuline nodig hebt of dat je juist iets moet eten. De bloedglucosewaarde is de hoeveelheid glucose in je bloed. Glucose is een soort suiker. Het komt je lichaam in als je iets eet of drinkt. De bloedglucosewaarde meten we in mmol/l. Dit geeft aan hoeveel glucosedeeltjes er in een liter bloed zitten op een bepaald moment.
Om glucose uit je bloed te gebruiken, is insuline nodig. Bij diabetes type 1 maakt je lichaam dit stofje niet. Daarom blijft er te veel glucose in je bloed. Je bloedglucosewaarden worden te hoog. Dit los je op door jezelf insuline te geven. Het lukt niet altijd om precies genoeg insuline te geven. Wat mag je bloedsuiker zijn na de maaltijd? De bloedsuiker mag maximaal 9 mmol/l zijn in de eerste 2 uur na het eten. Dit is dus hoger dan je bloedsuikerwaarde als je in de uren daarvoor niets hebt gegeten of gedronken, dus je nuchtere glucose.
De hoeveelheid glucose in je bloed wordt uitgedrukt in mmol/l (millimol per liter). Dat staat voor een bepaalde hoeveelheid glucosemoleculen per liter bloed.
Om te onderzoeken of je diabetes hebt, neemt je arts twee keer (op verschillende dagen) een klein beetje bloed bij je af. Vervolgens wordt ter plekke of in een laboratorium onderzocht hoeveel glucose er in je bloed zit. Als je glucosespiegel bij beide metingen te hoog is, betekent dat dat je diabetes hebt.
Een arts prikt meestal bloed als je ‘nuchter’ bent. Dat betekent dat je in de acht uur daarvoor niets hebt gegeten of gedronken (met uitzondering van water). De hoeveelheid glucose in je bloed is daardoor aan de lage kant. Bij nuchter prikken wijst een suikerwaarde onder 6,1 mmol/l op geen diabetes, een suikerwaarde tussen 6,1 en 6,9 mmol/l op beginnende diabetes, en een suikerwaarde boven 6,9 mmol/l op diabetes in een later stadium.
Ook niet-nuchter (tot 2 uur na een maaltijd) prikken is mogelijk. De hoeveelheid glucose in je bloed is dan iets hoger. Bij niet-nuchter bloedonderzoek betekent een suikerspiegel onder 7,8 mmol/l dat je waarschijnlijk geen diabetes hebt. Een waarde tussen 7,8 en 11 mmol/l daarentegen wijst op beginnende diabetes, en een waarde boven 11 mmol/l op diabetes.
Samenvatting van bloedsuikerwaarden
| Type Meting | Waarde | Interpretatie |
|---|---|---|
| Nuchter | ≤ 6,0 mmol/l | Normale bloedsuiker |
| Nuchter | 6,1 - 6,9 mmol/l | Prediabetes |
| Nuchter | ≥ 7,0 mmol/l | Diabetes |
| Niet-nuchter (2 uur na maaltijd) | ≤ 7,7 mmol/l | Normale bloedsuiker |
| Niet-nuchter (2 uur na maaltijd) | 7,8 - 11,0 mmol/l | Prediabetes |
| Niet-nuchter (2 uur na maaltijd) | ≥ 11,1 mmol/l | Diabetes |
labels:
Zie ook:
- Ontdek Wat Normale Bloedsuikerwaarden 3 Uur Na Maaltijd Zijn – Belangrijke Tips Voor Je Gezondheid!
- Ontdek Hoe Vaak Je Bloedsuiker Moet Meten Na De Maaltijd Voor Optimale Gezondheid!
- Ontdek Wat Te Eten Bij Hoge Bloedsuiker: Essentiële Voedingstips Voor Diabetes!
- Ontdek Hoe Lang Vacuüm Verpakt Vlees Echt Vers Blijft + Essentiële Bewaartips!
- Ontdek Waarom Restaurant Peper en Zout Middelburg Dé Hotspot Is Volgens Bezoekers!




