Je bloedsuiker of bloedsuikerwaarde is de hoeveelheid suiker in je bloed op een moment. Bloedsuiker is een ander woord voor bloedglucose. Het lichaam haalt bloedsuiker vooral uit voeding. Koolhydraten die je eet, zoals in brood, suiker en aardappelen, komen als glucose in het bloed. Deze bloedglucose (bloedsuiker) gaat het hele lichaam door en geeft alle cellen energie. Bloedsuiker is van levensbelang: je kunt niet zonder.
Bloedsuikerwaarden bij Zwangerschapsdiabetes
Bij zwangerschapsdiabetes zijn de bloedglucosewaarden te hoog. De gynaecoloog of verloskundige meet de glucosewaarden in je bloed. Er is internationaal vastgesteld wat gezonde bloedglucosewaarden zijn. Bij de suikertest test de verloskundige de glucosewaarden op verschillende momenten. Als bij de suikertest de bloedglucosewaarden hoger zijn dan normaal, dan heb je zwangerschapsdiabetes.
Je bloedsuikerwaarde, de glucosewaarde in het bloed, geeft aan of je zwangerschapsdiabetes hebt. Deze waarde heet mmol/l. Een te hoge bloedglucosewaarde is boven 5,3 mmol/l als je nuchter bent, en 2 uur na een maaltijd boven 6,7 mmol/l. Nuchter betekent dat je 8 uur voor de test niets eet of drinkt, behalve water.
Bloedglucosewaarden bij de suikertest
De glucosewaarden bij de suikertest bepalen of je zwangerschapsdiabetes hebt. De meest gebruikte suikertest is de 75 grams of de 100 grams test. Dit geeft aan hoeveel gram glucose in het suikerdrankje zit, dat je drinkt in de suikertest. De verloskundige of gynaecoloog bepaalt welke test je doet.
Gezonde waarden bij de 100 grams test
- Nuchter is een waarde onder 5,3 mmol/l gezond.
- Een uur na het drinken van het suikerdrankje is een waarde onder 10 mmol/l gezond.
- Na 2 uur is een waarde onder 8,6 mmol/l gezond.
- Na 3 uur is een waarde onder 7,8 mmol/l gezond.
Is een van deze waarden te hoog, of meer waarden? Dan heb je zwangerschapsdiabetes.
Bloedglucosewaarden tijdens de behandeling
Tijdens de behandeling van zwangerschapsdiabetes moeten de bloedglucosewaarden na 1 tot 2 weken dalen naar nuchter onder 5,3 mmol/l, na 1 uur onder 7,8 mmol/l en na 2 uur onder 6,7 mmol/l. Je meet zelf de bloedglucosewaarden. Zijn de waarden dan nog niet laag genoeg, dan is verdere behandeling nodig.
De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie heeft in de Richtlijn diabetes mellitus en zwangerschap aangegeven wanneer getest moet worden op zwangerschapsdiabetes en welke bloedglucosewaarden hierbij voorkomen. Ook staat in de Richtlijn wat gynaecologen en verloskundigen moeten doen als een vrouw zwangerschapsdiabetes blijkt te hebben.
Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus
Voor een goede behandeling van uw diabetes speelt u zelf een cruciale rol. Dit zelfstandig en voortdurend controleren en bijstellen noemen we zelfmanagement. Het draagt er in belangrijke mate toe bij dat uw bloedglucose stabiel blijft en u zich beter voelt. Bloedsuiker (glucose) testen of controleren is een zeer belangrijk deel in de behandeling van uw diabetes. Een bloedglucosetest vertelt u hoeveel suiker er op dat moment aanwezig is in uw bloed.
Zelftesten geeft u informatie die u nodig heeft om schommelingen (teveel hoge en/of lage waarden) in uw glucose te vermijden. Uw zorgverlener zal u eveneens helpen te beslissen wanneer u dient te testen. Testen op verschillende tijdstippen op de dag is raadzaam; hier volgen enkele nuttige tijdstippen waaruit u kunt kiezen.
- Voor het ontbijt.
- Glucosewaarden 1 tot 2 uur na een maaltijd noemt men ‘niet nuchtere‘ waarde.
Streefwaarden bloedglucose
De nuchtere bloedglucosewaarde geeft de basissituatie weer. De streefwaarde hiervan ligt tussen de 4 en 7 mmol/l. Na een maaltijd neemt de glucose in het bloed eerst langzaam toe en daalt vervolgens weer langzaam. De hoogste glucosewaarde (veroorzaakt door de voeding), meet u 1,5 uur na de maaltijd. Hier is de streefwaarde tussen de 3,9 en 8 mmol/l.
Wanneer is uw bloedsuiker te hoog of te laag?
Uw bloedsuiker is te hoog als deze hoger is dan 9. Het is wel nodig om uw behandeling te bespreken. U meet uw bloedsuiker zelf. Er is snel actie nodig.
Bij diabetes type 2 kun je een te lage of te hoge bloedsuiker hebben:Is je bloedsuiker lager dan 3,9? Dan is je bloedsuiker te laag. Een te lage bloedsuiker noemen we hypoglykemie (een hypo). Een te lage bloedsuiker is gevaarlijk. Is je bloedsuiker 15 of hoger? Dan is je bloedsuiker te hoog. Een te hoge bloedsuiker noemen we hyperglykemie (hyper).
Bloedsuikerwaarden en Diabetes
Normaal zorgt het lichaam voor precies genoeg suiker in het bloed. Niet te veel en niet te weinig. Als je diabetes hebt, lukt dit niet vanzelf. Je bloedsuiker wordt te hoog als je er dan niets tegen doet. Een hoge bloedsuiker is slecht voor je lichaam. Een bloedsuikerwaarde tussen 4,0 en 8,0 mmol/l is het beste bij diabetes. Dan blijft de kans op complicaties het kleinst.
Bloedsuiker meten
De huisarts meet meestal je bloedsuiker door een vingerprik. Dit gebeurt met een druppeltje bloed uit je vinger. Soms onderzoekt iemand in een laboratorium je bloedsuiker. Dit laboratorium zit vaak in het ziekenhuis. Daarvoor is een klein buisje met bloed nodig. Zo is de bloedsuiker nog beter te bepalen. De uitslag laat zien of je wel of geen diabetes hebt.
Je kunt je bloedsuiker op twee manieren zelf meten:
- Vingerprik om te meten: Je meet je bloedsuiker met een vingerprik.
- Sensor om te meten: Een sensor is een klein apparaatje op je huid. Meestal op je arm. Dit apparaatje meet je bloedsuiker vanzelf. De getallen lees je bijvoorbeeld op je telefoon. Of op een speciaal apparaatje om de getallen te lezen (reader).
Spreek met de huisarts of praktijkondersteuner af hoe vaak je je bloedsuiker meet. En wanneer je meet. Bijvoorbeeld op deze momenten:
- Als je 8 uur of meer niets hebt gegeten of gedronken. Dat heet nuchter. Water of thee zonder melk en suiker mag je wel drinken.
- Vlak voor het eten: ontbijt, lunch of avondeten.
- Ongeveer 1,5 uur na het eten.
- Voordat je gaat slapen.
- Op een ander moment op de dag. Bijvoorbeeld als je denkt dat je bloedsuiker te laag is.
Dit zijn goede getallen voor je bloedsuiker als je diabetes type 2 hebt:
- Goede bloedsuiker 's ochtends voordat je eet of drinkt: tussen 4,5 en 8. Dit heet de nuchtere bloedsuiker.
- Na het eten gaat je bloedsuiker omhoog. Een goede bloedsuiker 2 uur na het eten: tussen 4,5 en 9.
Instellen insulinedosering
Voordat u met zelfregulatie kunt beginnen, is het van belang dat uw basisschema goed is ingesteld. De diëtist en diabetesverpleegkundige helpen u hierbij. Tijdens de instelfase raden wij u aan om het aantal koolhydraten in uw voeding constant te houden. Gebruik drie hoofdmaaltijden en desgewenst kleine tussendoortjes (maximaal 15 gram koolhydraten per dagdeel). Pas als u goed bent ingesteld en voldoende kennis en inzicht heeft, mag u zelf uw dosering aanpassen.
Uw behandelaar overlegt met u de startdosering. Bij de regulatie van uw diabetes is het doel om met de glucosewaarden zoveel mogelijk tijd binnen de streefwaarden van 3,9 mmol/l en 10mmol/l te blijven.
Aanpassen (middel)langwerkende insuline
Bij het aanpassen van de insulinedosering werkt u eerst toe naar een nachtelijke curvelijn en/of een nuchtere glucosewaarde die binnen de streefwaarde ligt (tussen de 4 en 7 mmol/l). Als de glucosewaarde niet binnen deze waarde ligt, past u de (middel)langwerkende insuline aan. Wij raden u aan minstens twee dagen dezelfde dosering (middel)langwerkende insuline te gebruiken, voordat u deze verder aanpast.
Onderstaand schema kunt u gebruiken voor het aanpassen van uw dosering (middel)langwerkende insuline. Let op: dit zijn richtlijnen.
| Bloedglucosewaarde nuchter (mmol/l) | Aanpassingsdosis (middel)langwerkende insuline |
|---|---|
| Lager dan 4 | ... eenheden minder |
| 4 - 7 | Geen aanpassing |
| 7 - 10 | ... eenheden meer |
| meer dan 10 | ... eenheden meer |
Controleer het effect van de aanpassing door uw glucosewaarden te bepalen.
Aanpassen kortwerkende insuline
Wanneer uw glucosewaarde voor de maaltijd tussen de 4 en 7 mmol/l ligt, maar de glucosewaarde 1,5 uur na de maaltijd niet binnen de streefwaarden van 4 tot 8 mmol/l blijft, dan kunt u de hoeveelheid kortwerkende insuline aanpassen. Dit doet u de eerstvolgende dag bij de maaltijd voor de verhoogde glucosewaarde.
Onderstaand schema kunt u gebruiken voor het aanpassen van uw dosering kortwerkende insuline. Let op: dit zijn richtlijnen.
| Bloedglucosewaarde 1,5 uur na de maaltijd (mmol/l) | Aanpassingsdosis kortwerkende insuline |
|---|---|
| Lager dan 4 | ... eenheden minder |
| 4 - 8 | Geen aanpassing |
| 8 - 10 | ... eenheden meer |
| 10- 15 | ... eenheden meer |
| meer dan 15 | ... eenheden meer |
Controleer het effect van de aanpassing door uw glucosewaarden te bepalen.
labels:
Zie ook:
- Ontdek Hoe Vaak Je Bloedsuiker Moet Meten Na De Maaltijd Voor Optimale Gezondheid!
- Ontdek Hoe Je Normale Bloedsuikerspiegel Na Een Maaltijd Behoudt Met Simpele Tips!
- Ontdek Wat Te Eten Bij Hoge Bloedsuiker: Essentiële Voedingstips Voor Diabetes!
- Ontdek de Gezondheidsvoordelen van Fruit in Blik op Eigen Sap: Voedingswaarde Onthuld!
- Ontdek de Beste Eiwitrijke Ontbijtrecepten voor een Energieke Start!




