Geiten zijn anders dan koeien. Ze grazen niet, maar eten hapsnap. Naast gras eten ze ook bladeren en schors. Hun menu is gevarieerd, waardoor geitenhouders vaak interesse hebben in bijproducten om het voer te verrijken.

De basis van geitenvoeding

Het basisrantsoen voor hobbygeiten bestaat uit gras, goed gewonnen hooi en een beetje brok. Een beetje bietenpulp mag ook, als het hoofdbestanddeel maar uit hooi bestaat. Lopen geiten in de wei, dan is het belangrijk dat ze ook hooi binnenkrijgen voor een goede penswerking. Geef ze aan het begin van de dag een flinke pluk hooi. Staan de dieren op stal, dan hebben ze meerdere porties ruwvoer per dag nodig.

Wanneer je je geiten in de winter in de stal hebt staan, zorg er dan voor dat ze in het voorjaar niet van de ene op de andere dag in de wei komen te staan. De plotselinge overgang van hooi naar gras kan hun dood betekenen. Je kunt geiten het beste, naast een basis van goed en voldoende ruwvoer, geitenbrok of geitenmuesli geven. Voor bokken is er ook speciaal voer te verkrijgen, dit voer heeft de juiste mineralenverhouding.

Geiten vinden het fijn om ergens aan te knabbelen. Ze hebben hierbij een voorliefde voor houtachtig voedsel (takken, boombast, struiken, houtige kruiden, bladeren). Zeker in het voorjaar is dit goed te merken. Dit komt mogelijk door de zoete smaak van de sapstromen die dan in bomen en struiken op gang zijn gekomen. Geiten hebben in de lente een verhoogde vitaminen- en mineralenbehoefte (door rui en melkgift), hierin voorziet het jonge hout.

Ten slotte bieden bomen en struiken ook veel structuur en vezeligheid, als tegenhanger voor het suiker- en eiwitrijke maar structuurarme prille lentegras. In het voorjaar kun je geiten dus wat takken van bijvoorbeeld wilg, fruitboom, lijsterbes en hazelaar geven. Kruiden - denk aan peterselie, weegbree, karwij, brandnetel, duizendblad, cichorei, paardenbloem, pastinaak en wilde peen - kunnen in het geheel en vers aan de geiten worden gegeven. Ze hebben een medicinale werking en ze kunnen heel goed dienen als aanvulling op het rantsoen.

Bijproducten in geitenvoeding

Naast graskuil en krachtvoer, voeren geitenhouders diverse andere producten zoals bietenperspulp of tarwegistconcentraat. In een aantal gevallen zijn het bijproducten uit de voedingsmiddelenindustrie zoals cigarant, een product dat ontstaat tijdens de verwerking van cichoreiwortels tot inuline en fructose. Of bierbostel, een gerstemout dat overblijft bij de bierproductie. Omdat het bijproducten zijn, zijn ze goedkoper.

Veel van die bijproducten worden tot vochtige producten gerekend. Ze hebben een drogestofgehalte lager dan 50%. Omdat ze makkelijk verschimmelen, is veel aandacht voor bewaring noodzakelijk. Experts waarschuwen dat je geiten niet te veel van die natte producten kunt geven omdat de drogestofopname dan te laag kan zijn. Een geit heeft maar een beperkte opnamecapaciteit en krijgt mogelijk niet genoeg voedingsmiddelen binnen.

Praktijkvoorbeeld: Alfons Breij

Alfons Breij, een geitenhouder in Baarn voert zijn geiten met heel veel verschillende producten. Naast bovengenoemde grondstoffen, geeft hij zij geiten ook wel tropisch fruit, aardappelpersvezels, erwtenvezels en sinaasappelschillen. Hij legt uit dat sinaasappelschillen veel smaak geven aan de melk. De schillen zitten vol met suikers en geiten eten het graag. Zijn geiten eten ook graag cigarant en tarwegistconcentraat. Hij probeert veel bijproducten in te zetten, zo kan hij de kostprijs drukken.

Het belang van mengen

Een voordeel van natte producten is dat ze de verschillende grondstoffen aan elkaar kunnen plakken. Dat is belangrijk omdat geiten kieskeurig zijn. Als het kan, selecteren ze de producten die ze lekker vinden. Daarom moet je de verschillende producten goed mengen. Het vakblad bespreekt verschillende machines die de verschillende grondstoffen tot een homogeen product kunnen mengen.

Wat geiten niet mogen eten

Het is gevaarlijk geiten los te laten op een erg voedselrijke weide. Wanneer een geit een grote hoeveelheid krachtvoer of jong gras binnenkrijgt, kunnen te veel onverteerde voedseldelen in zijn darm terecht komen. Hierdoor kan de bacterie Clostridium perfringens zich zodanig vermeerderen dat er gifstoffen vrijkomen die de ziekte Het Bloed bij geiten veroorzaken. Deze ziekte heeft vaak een dodelijke afloop. Brood is rijk aan energie en geiten worden er al gauw te dik van. Wanneer een geit teveel brood eet, kan dit leiden tot pensverzuring. Dit kan uiteindelijk zorgen voor een disbalans tussen forsfor en calcium. Als de fosforkringloop in de war raakt kunnen er blaasstenen ontstaan. Een boterham per dag is meer dan genoeg.

Producten die niet aan geiten mogen worden gegeven:

  • Oxalaatrijke voeding
    • Bosbieten
    • Rabarber
    • Spinazie
    • Bieten
    • Snijbiet
    • Andijvie
    • Chocola
    • Boerenkool
    • Zoete aardappel
    • Pinda’s
    • Stervrucht
  • Iets giftig (gevaarlijk in grotere hoeveelheden)
    • Liguster
    • Boerenwormkruid
    • Hondspeterselie
    • Boterbloem
    • Jacobskruiskruid
    • Berenklauw
    • Groene eikels
  • Giftig
    • Rhodondendron
    • Prunus: pruim, kers, laurierkers
    • Buxus
    • Taxus
    • Gouden regen
    • Klimop (hedera)
    • Monnikskap
    • Vingerhoedskruid
    • Adelaarsvaren
    • Rabarber
    • Diverse bolgewassen: amaryllis, sneeuwklok, narcis, hyacinth, lelietje van dalen, iris, gladiool, crocus
    • Uitlopers van aardappelen
  • Pas op met het geven van brood aan geiten.

Aandachtspunten bij het voeren

Geiten zijn wat voer betreft kieskeurige dieren. Ze nemen alleen genoegen met schoon voer (hooi en brok) en schoon water. Wat ze niet eten is hooi of gras wat “vies” is of wat muf ruikt. Zorg ervoor dat ze altijd voldoende water tot hun beschikking hebben en hang een liksteen op in de stal. Zowel de schaap, als de geit, heeft een aparte liksteen. Deze bevatten zouten en mineralen om de gezondheid van het beest op peil te houden.

Geiten zijn van nature geen grazers maar knabbelaars. Struinend door het struikgewas nemen ze hier en daar een paar hapjes en lopen weer verder. Geiten zoeken variatie. Ze knabbelen aan van alles: boombast, bladeren en bladknoppen van bomen en struiken, bloemen en bloemknoppen, gras en kruiden. Een weiland als een biljartlaken is eigenlijk niets voor een geit.

Ervaringen uit de praktijk

Soms gaat het mis en ontstaan er vergiftigingen. Dit hangt niet alleen van het soort gewas af. Ook de gesteldheid van de geit, het wel of niet beschikbaar zijn van alternatieven en de hoeveelheden die worden ingenomen spelen een rol. In diverse natuurterreinen waarin geiten grazen staan gewassen die als giftig bekend staan, zoals Vogelkers, Berenklauw en Jacobskruiskruid. Toch eten de geiten hiervan en roeien deze soorten zelfs uit zonder merkbare schade aan hun gezondheid.

Jacobskruiskruid

Zo bevat Jacobskruiskruid Pyrrolizidine Alkaloïden. Deze stof tast de lever aan. Geiten kunnen de gifstoffen tot op zekere hoogte afbreken en zijn daardoor minder gevoelig dan bijvoorbeeld paarden. Volgens de huidige inzichten kunnen geiten een geaccumuleerde hoeveelheid Jacobskruiskruid van ongeveer tweemaal het lichaamsgewicht verdragen. Men moet voorzichtig zijn met Jacobskruiskruid maar men hoeft niet panisch te doen over een paar plantjes in de wei.

Klimop (Hedera)

Een ander geval is van een houdster die na de dood van één van haar geiten achteraf met hulp van de dierenarts de oorzaak kon reconstrueren. Iedere dag liet zij haar geiten vanuit de stal langs een muur met klimop (hedera) naar de wei lopen. Ongetwijfeld namen ze in het voorbijgaan een paar hapjes van deze giftige plant. Het ging steeds goed totdat de geiten een keer langer bij de muur bleven staan en meer konden eten.

Pensverzuring en Clostridium bacterie

Schapen en geiten zijn herkauwers. Dat betekent dat ze het opgenomen voeding, zoals gras, eerst voorverteren en daarna nogmaals kauwen. Daartoe hebben ze naast een maag zoals wij die hebben, nog drie voormagen. De belangrijkste voormaag is de pens. Hierin wordt het voer door miljarden bacteriën en protozoën verteerd. Hierbij komen vetzuren vrij die heel belangrijk zijn voor de energievoorziening van het dier. Wanneer deze bacteriën en protozoën veel makkelijk verteerbaar voer (brood, brokjes) krijgen gaat de vertering zo snel dat er melkzuur wordt gevormd. Iets vergelijkbaars gebeurt in de pens van de schapen en geiten en kan tot gevolg hebben dat de zuurgraad in de pens omhoog gaat. De dieren hebben dan geen eetlust en voelen zich ziek. Ook kan er door een verkeerde verhouding tussen goede en slechte bacteriën in de darmen, zich diarree ontwikkelen. “Slechte” bacteriën kunnen zich dan extra gaan ontwikkelen. De gevaarlijkste slechte bacterie voor zowel schapen maar vooral geiten is de Clostridium bacterie. Dit is een bacterie die zich normaal inkapselt omdat hij niet tegen zuurstof kan. Maar in bovengenoemde omstandigheden kan die zich massaal gaan ontwikkelen. De Clostridium bacterie is vooral gevaarlijk omdat hij in staat is uiterst gevaarlijke gifstoffen te produceren die al in zeer kleine hoeveelheden zoals een fractie van een milligram, dodelijk zijn.

Algemene informatie over geiten

Geiten (Capra hircus) zijn kleine tot middelgrote, herkauwende hoefdieren die al lange tijd door de mens als vee worden gehouden. De redenen dat juist geiten als één van de eerste dieren werden gedomesticeerd, liggen voor de hand; geiten waren vrij gemakkelijk te vangen, mede vanwege hun handzame formaat, en ze konden goed in kuddes bij huis worden gehouden. Hun vlees is voedzaam en van hun vacht kan kleding worden gemaakt. Hun hoorns en hoeven werden gebruikt om gebruiksvoorwerpen van te maken en natuurlijk werden (en worden) geiten zeer gewaardeerd om hun melkgift. Tegenwoordig worden geiten in Nederland voornamelijk nog gehouden voor hun melk, of puur voor de hobby.

Er zijn wereldwijd ongeveer tweehonderd geitenrassen. Ze worden voor diverse doeleinden gehouden: voor hun vlees, voor de melk, voor de vacht of als hobbydier. Er zijn dwerggeiten en grotere rassen. Het meest bekende en gebruikte vleestype is de Boergeit. Het bekendste melktype is de Zwitserse Saanengeit. Een bekende wol leverancier is de Angorageit.

De geit zoals wij die nu kennen stamt vooral af van de Bezoargeit (capra aegagrus). Deze geit komt van oorsprong voor in West-Azië, meest westelijk tot aan Griekenland . Geiten leven van oorsprong in rotsachtige gebieden. Geiten zijn kuddedieren, daarom moet een geit samen altijd met soortgenoten gehouden worden. In een kudde geiten bepalen de dieren onderling de rangorde door middel van schijngevechten. Hierbij kunnen de dieren steigeren (op de achterbenen staan) en bij het landen met de horens tegen elkaar botsen. Dit kan er indrukwekkend uitzien, maar is normaal gedrag. De rangorde binnen de kudde bepaalt bijvoorbeeld welke geiten er vooraan staan bij de voerplaats.

Geiten houden niet van koude, natte winters. Zorg dus voor een droge, tochtvrije stal en in de zomer, wanneer de dieren buiten lopen, voor schuilgelegenheid tegen felle zon. De stal moet ruim genoeg zijn, zodat alle geiten er tegelijk in kunnen en er kunnen rusten. Hoe meer ruimte de geiten tot hun beschikking hebben, hoe prettiger ze het vinden. Een weiland of uitloop is onmisbaar. Geiten zijn dol op klimmen, daarom is het aan te raden om in de wei klautermogelijkheden te maken.

Gezondheid van geiten

Een gezonde geit is levenslustig en kijkt helder uit de ogen. Ze heeft altijd zin in wat lekkers en haar vacht glanst. De lichaamstemperatuur moet 38 à 39 graden Celsius zijn. Een dier dat plotseling sloom of apathisch aandoet, zich afzondert of uit de groep verstoten word, kan iets onder de leden hebben. Geiten die kwijlen of constant herkauwen kunnen spijsverteringsproblemen hebben. Controleer regelmatig of de ontlasting mooi stevig is, en kijk of de geiten geen vervuild achterlijf hebben door diarree. Ook een geit die zonder aanwijsbare oorzaak mager wordt, is niet in orde.

Enkele infectieziekten die specifiek bij geiten voorkomen zijn:

  • CAE (Caprine Arthritis Encephalitis)
  • Zere bekjes (Ecthyma)
  • Caseous lymfadenitis (CL)
  • Q-koorts

Praktische tips voor geitenhouders

  • Zorg voor een stevige afrastering. Geiten zijn meesters in het uitbreken.
  • Controleer regelmatig de hoeven en bekap ze indien nodig.
  • Laat mestonderzoek doen om inwendige parasieten te bestrijden.
  • Wees voorzichtig met plotselinge veranderingen in het dieet.

De weg van geitenvoer naar geitenkaas

Geitenboeren weten precies wat hun geiten nodig hebben voor de meest optimale melkproductie. Over het algemeen eten geiten kuilgras, snijmaïs, bijproducten, brok en water.

  • Kuilgras: Gras verpakt in plastic voor conservering.
  • Snijmaïs: Maïs dat bestemd is als voer voor het vee.
  • Bijproducten: Bierbostel en aardappelsnippers.
  • Brok (of biks): Bestaat voor een groot deel uit restproducten.
  • Water: Voor de productie van 1 liter geitenmelk, drinkt een geit 2 á 3 liter water.

labels: #Brood #Ei

Zie ook: