Steeds meer Nederlanders willen minder vlees eten. Minder (rood en bewerkt) vlees en vaker vegetarisch eten past bij een gezond en duurzaam eetpatroon. Dat is ook nodig: als we binnen de grenzen van de planeet willen blijven met ons eetpatroon, dan past 1 portie vlees per week.
Milieu-impact van Vleesproductie
De productie van vlees veroorzaakt over het algemeen veel meer milieuschade dan die van plantaardig eiwitrijk eten. Zo is voor de productie van vlees vaak veel meer land nodig dan voor de productie van plantaardige eiwitrijke producten. Daarnaast zorgt vleesproductie voor veel meer uitstoot van broeikasgassen en voor verzuring van de bodem en de lucht. Dat geldt ook voor vleesvervangers die gemaakt zijn van zuivel.
Bij het houden van vee komen gassen vrij die bijdragen aan het broeikaseffect en klimaatverandering. De belangrijkste zijn kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Herkauwers (zoals koeien en schapen) produceren methaan als ze voedsel verteren. Uit opgeslagen mest komen methaan en lachgas (N2O) vrij. Het gebruik van mest en kunstmest op het land leidt ook tot de uitstoot van lachgas.
Het verbouwen en vervoeren van veevoer veroorzaakt veel uitstoot. In veevoer zit vaak soja uit Zuid-Amerika. Voor de sojateelt worden grote stukken natuurgebied omgezet in bouwland. Bij de omzetting van oerwoud of grasland in bouwland komen veel broeikasgassen vrij uit de bodem.
Nederland heeft een stikstofprobleem, omdat landbouwgebieden vaak dichtbij natuurgebieden liggen. Stikstofgassen uit de landbouw komen daardoor in de natuur terecht. Deze uitstoot door landbouw wordt pas minder als de intensieve veehouderij kleiner wordt. Meer plantaardige en minder dierlijke voeding eten draagt hieraan bij.
Naast milieuproblemen speelt ook dierenwelzijn een rol bij de productie van vlees. Een plantaardig alternatief kiezen voor vlees is daarom een goede keuze. Eet meer plant en minder dier. Om voldoende eiwitten binnen te krijgen zijn peulvruchten en noten de beste keuze voor het klimaat.
Kijk bij de keuze voor eiwitrijke producten naar de klimaatimpact van het product. Ga stap voor stap wanneer je het lastig vindt om vlees in te ruilen voor een alternatief.
Kip als een beter alternatief
Wil je toch vlees? Ga dan voor kip. Van alle vleessoorten heeft kip de laagste klimaat- en milieubelasting. Eieren en kip belasten het milieu minder dan andere dierlijke producten. Hun klimaat- en milieu-impact is ongeveer gelijk aan die van vleesvervangers en peulvruchten. Kippenvlees heeft een lagere milieu-impact dan varkens-, rund- en lamsvlees. Dat komt o.a. doordat kippen voor minder broeikasgassen zorgen dan varkens, schapen en koeien. Kippen produceren geen methaan zoals schapen en koeien, omdat het geen herkauwers zijn. Ook hebben kippen per kilo vlees minder voer nodig dan andere dieren, waardoor er minder land, water en energie nodig is voor het voer dat de kippen krijgen.
De invloed van kaas
Wees zuinig met kaas als alternatief voor vlees. Kaas heeft een milieubelasting: de klimaatimpact, het watergebruik en het effect op vermesting is vergelijkbaar met de impact van varkensvlees. De meeste soorten milieubelasting zijn hoger voor kaas dan voor kipfilet. Om 1 kilo kaas te maken is namelijk tot wel 10 liter melk nodig.
De klimaatimpact van verschillende eiwitrijke producten verschilt flink. Om je keuze in de supermarkt makkelijker te maken zie je hieronder eiwitrijke producten op een schaal van laag naar hoog in kilo's veroorzaakte CO2-uitstoot (per kilo bereid product). Het gaat om de gemiddelde broeikasgasuitstoot van een type product zoals het in Nederland te koop is, niet om de uitstoot van specifieke merkproducten. Koop je vlees, eieren of zuivel en wil je rekening houden met milieu én dierenwelzijn?
Bij de meeste andere milieueffecten, zoals landgebruik, verzuring en vermesting, is de ranglijst globaal vergelijkbaar: productie van dierlijke producten heeft de hoogste impact, en plantaardige producten zijn minder belastend. Dit geldt ook voor watergebruik, behalve dat noten hierbij onderaan de lijst bungelen omdat er meer water nodig is dan bij productie van vlees.
Als je bewuste keuzes maakt bij het eten van eiwitrijke producten kun je veel verschil maken. Ben je een grote vleeseter (dat is iemand die meer dan 100 gram vlees per dag eet) en pas je je dieet aan naar af en toe vlees eten? Dan verlaag je je klimaatimpact van je eiwitbron met ruim de helft. Van alle eiwitrijke producten zorgen plantaardige soorten voor de minste milieubelasting. Denk daarbij aan granen- en groenteburgers, noten, tempé, tahoe en peulvruchten.
Voedingswaarde van Vlees
Eiwitten zijn een niet te missen onderdeel van je voedingspatroon. Ze bevatten belangrijke aminozuren. Deze bouwstenen voor je lichaam maak je zelf niet aan, maar heb je wel nodig om gezond te blijven. In het gemiddelde Nederlandse eetpatroon zitten meer dierlijke eiwitten dan gezond is. Voor de meeste mensen is vaker vegetarisch eten gezonder. Vlees en vis bevatten naast eiwit ook mineralen (ijzer, zink, fosfor, selenium, magnesium) en vitamines B en D. Met uitzondering van vitamine B12 zitten deze stoffen ook in plantaardige producten. Vitamine B12 krijg je bij een vegetarisch dieet binnen via zuivel en eieren. Vleesvervangers zijn een gezonde keuze als deze voldoende eiwit, ijzer en vitamines B1 en B12 bevatten. Let goed op de voedingswaarde.
Een gevarieerd vegetarisch eetpatroon (voldoende groente, fruit, brood, aardappelen, graanproducten, peulvruchten, noten, zuivel, eieren en volwaardige (kant-en-klare) vleesvervangers) levert voor de meeste mensen alle voedingsstoffen die het lichaam nodig heeft. Eet je veganistisch en dus helemaal geen dierlijke producten? Dan is het belangrijk om vitamine B12 in te nemen in de vorm van supplementen.
Het eten van veel rood en bewerkt vlees vergroot de kans op darmkanker. Daarom adviseert het Wereld Kanker Onderzoek Fonds om het eten van rood en bewerkt vlees te beperken. Maar kip en gevogelte zijn voorbeelden van mager, wit vlees. Onbewerkte kip, zoals kipfilet, bevat veel gezonde eiwitten en vetten. Kipfilet bevat maar liefst 31 gram eiwitten per 100 gram kipfilet. Perfect dus voor na die zware sporttraining om je spieren te laten herstellen. Daarnaast is kip ook een bron van verschillende vitamines en mineralen.
Eet je vaker vis? Dan loop je het risico dat je bijdraagt aan overbevissing en andere milieuproblemen. Om gezondheidsredenen adviseert het Voedingscentrum om éénmaal per week vis te eten. Visserij en viskweek gebruiken ook energie en veroorzaken broeikasgas, maar de grootste milieubelasting van vis(producten) zit in andere zaken.
Verschil tussen rood en wit vlees
Vlees is het eetbare deel van een landbouwhuisdier of wild. Meestal zijn dit spieren. Soms is dat orgaanvlees, zoals lever. Er bestaat een verschil tussen rood- en wit vlees. Rood vlees komt van runderen, kalveren, varkens, schapen, geiten en paarden. Ook al is het vlees van deze dieren niet altijd duidelijk rood van kleur, toch wordt dit vlees gerekend tot rood vlees. Kip en gevogelte is wit vlees. Mager onbewerkt vlees staat in de Schijf van Vijf en past in een gezond voedingspatroon.
- Onbewerkt mager vlees: Vlees waaraan voorafgaand aan de verkoop geen verdere toevoegingen of bewerkingen zijn gedaan. Hieronder valt ook gesneden of gemalen vlees dat geen verdere toevoegingen of andere bewerking heeft ondergaan.
- Bewerkt vlees: Vlees dat voorafgaand aan de verkoop is bewerkt om de smaak of houdbaarheid te beïnvloeden door middel van roken, zouten, drogen en/of het toevoegen van conserveringsmiddelen zoals nitraat of nitriet. Het kan hierbij gaan om rood of wit vlees, maar het meeste bewerkte vlees is rood vlees. Hamburger, worst en gemarineerd vlees zijn bewerkt vlees.
Voor een duurzaam en gezond eetpatroon adviseren we om niet meer dan 500 gram vlees per week te eten, waarvan maximaal 300 gram rood vlees.
Veiligheid bij Bereiding en Bewaring van Kip
Het is goed om te weten dat je wel moet opletten met het bewaren en bereiden van kip. Er kunnen namelijk bacteriën in zitten waar je erg ziek van kan worden als de kip niet goed gegaard is. Eet daarom nooit rauwe kip en gaar hem altijd totdat het vlees van binnen wit is en van het bot loskomt. Let ook op de houdbaarheidsdatum van kip wanneer je deze koopt. Wanneer je kip klaarmaakt, gebruik dan een aparte snijplank en mes. Maak deze daarna goed schoon.
Leg rauw vlees en rauwe vleesproducten na het boodschappen doen zo snel mogelijk in de koelkast. Neem een koeltas mee naar de winkel als het erg warm is. Zorg ervoor dat de koelkast goed koud is. Let op de TGT-datum (‘te gebruiken tot’) op de verpakking. Haal vlees niet te lang voor het bereiden uit de koelkast. Bewaar bereid vlees maximaal 3 tot 4 dagen in de koelkast. Bewaar geen vlees dat overbleef bij de barbecue. Rauw gemalen vlees in een geopende verpakking kan maximaal 1 dag in de koelkast worden bewaard en 2 tot 3 maanden in de diepvries.
Als je vlees uit de diepvries gaat eten, moet je het eerst ontdooien. Als je vlees niet ontdooit dan loop je het risico dat de binnenkant nog niet helemaal gaar is, terwijl de buitenkant wel al donkerbruin gebakken is. Ontdooi bevroren producten in de koelkast, op een afgedekt bord of in een afgedekte schaal. Zo krijgen bacteriën geen kans en blijft het vlees lekker sappig. Kleinere stukken vlees kunnen worden ontdooid in de magnetron. Maak het dan wel meteen erna verder klaar. Vries ontdooid rauw vlees niet opnieuw in. Bij het ontdooien komt namelijk vleesvocht vrij.
Voor gemalen vlees geldt: controleer of het volledig is gegaard voordat je het opeet. Voorbeelden zijn gehakt, worstjes of spiesjes. Vlees uit één stuk van rund of varken, zoals biefstuk, kan rosé gegeten worden, maar doorbakken is de meest veilige keuze. Om een voedselinfectie te vermijden is het belangrijk hygiënisch te werken en kruisbesmetting te voorkomen.
Risico's van Vleesconsumptie
Er is inmiddels voldoende wetenschappelijk bewijs voor de relatie tussen het eten van veel rood vlees en vooral bewerkt vlees, en het risico op bepaalde soorten kanker (waaronder darmkanker), het risico op diabetes type 2 en op beroerte. Er zijn aanwijzingen dat een hoge inname van heemijzer samenhangt met hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en metabole ziekten. Ook andere componenten van rood vlees zijn in verband gebracht met diabetes type 2. Stoffen die gevormd worden bij het roosteren, grillen of frituren van vlees op hoge temperatuur kunnen schadelijk zijn.
Rauw vlees kan besmet zijn met ziekmakende bacteriën, zoals salmonella of E. coli. Ook parasieten zoals Toxoplasma gondii kunnen in rauw vlees voorkomen. Deze zijn vooral gevaarlijk voor zwangeren. Vlees bakken doodt de bacteriën, maar op rauw vlees zijn ze nog schadelijk.
Jonge kinderen, ouderen, mensen met een verminderde weerstand en zwangeren wordt afgeraden rauw vlees te eten, zoals tartaar en carpaccio. Eet geen vlees dat niet goed verhit is. Verhit het door en door voordat je het opeet om voedselinfecties te voorkomen.
In verbrand vlees zitten PAK's. Kippen kunnen dierziekten oplopen zoals vogelgriep. Het eten van kip is veilig, óók in tijden van vogelgriep. Alle dieren worden voor het slachten gekeurd. Om vogelgriep te bestrijden, worden kippen die (vermoedelijk) ziek zijn, vernietigd en dus niet verkocht.
Het advies is om niet meer dan 500 gram vlees per week te eten, inclusief vleeswaren. Eet daarbinnen maximaal 300 gram rood vlees, zoals rundvlees en varkensvlees. Dit is een maximum, minder of geen vlees eten kan ook. Onbewerkt mager vlees staat in de Schijf van Vijf.
Tips voor een Gezond Eetpatroon
Het advies is om een keer per week vis te eten en een of meerdere dagen per week vegetarisch te eten. Binnen de Schijf van Vijf draait het om afwisseling tussen dierlijke en plantaardige producten. Een voorbeeld van een weekindeling voor warme maaltijden kan zijn: 1 dag vis, 1 dag peulvruchten, 1 dag noten, 2 dagen onbewerkt rood vlees en 2 dagen kip of ander gevogelte.
Vanwege de negatieve effecten op de gezondheid geldt het advies niet te vaak vleeswaren, bewerkt vlees en vette vleessoorten te eten. Onbewerkt mager vlees past in een gezond eetpatroon, vooral vanwege de eiwitten, vitamines en mineralen. Zwangeren kunnen beter geen rauw vlees eten. Zij zijn gevoeliger voor een voedselinfectie.
Kip: Een Gezonde Keuze?
Kip en gevogelte kunnen een onderdeel zijn van een gezond voedingspatroon, vooral vanwege de eiwitten, vitamines en mineralen. Kip heeft meer impact op het milieu dan plantaardige producten, maar minder dan andere vleessoorten. Onbewerkte kip en gevogelte staat in de Schijf van Vijf. Kip en gevogelte is wit vlees.
Voedingswaarden en Samenstelling
Vlees van kip en gevogelte is, afhankelijk van het soort gevogelte, rijk aan vitamine B6 en de mineralen fosfor en seleen. Het is een bron van vitamine B2 en het mineraal koper. Daarnaast levert het vitamine B1 en B12, maar duidelijk minder dan andere vleessoorten, zoals rund- en varkensvlees. Kip- en kalkoenfilet is mager vlees. De voedingswaarde van vleesproducten zoals kipnuggets, kipknakworst, kipburgers of vleeswaren zoals gebraden of gerookte kipfilet hangt af van hoe het gemaakt is.
Het vet van kip en kalkoen bevat ongeveer 25% minder verzadigd vet dan rund- en varkensvlees. Verzadigd vet verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Alleen kip met vel zoals kippenpoten bevat duidelijk meer vet en dus meer verzadigd vet.
Je kunt kip op allerlei manieren bereiden: van koken, braden, grillen en roerbakken tot barbecueën. Het is belangrijk dat kip door en door gaar is, zodat eventuele schadelijke bacteriën worden gedood.
Kip met of zonder vel?
Een stukje bereide kip met vel bevat bijna 14 gram vet per 100 gram en een even groot stukje bereide kip zonder vel bevat ruim 8 gram vet. Kipfilet bevat zelfs maar 3 gram vet per 100 gram. Kip met vel is dus vetter. Je hoeft je namelijk niet zo heel druk te maken over dat beetje meer vet in kip met vel omdat het vet dat in kip zit grotendeels uit het gezondere onverzadigde vet bestaat. Kippenvet is voor 25-28 procent verzadigd vet. Juist het verzadigd vet is ongunstig voor het ongezonde LDL-cholesterolgehalte van je bloed. Kip is dus een gezonde vleeskeuze.
Kip met vel is vetter omdat er direct onder de huid een laagje vet zit. Bij het verwijderen van het vel van de kip voor je de kip bereidt, wordt ook dit vetlaagje verwijderd. Bereid je kip met vel dan smelt het vetlaagje en dat zorgt ervoor dat het vlees wat langzamer gaart. Kip met vel heeft dus een langere bereidingstijd nodig dan kip zonder vel. Het vet zorgt er ook voor dat kippenvlees met bakken niet te droog en vast wordt, maar lekker smeuïg blijft. Ook zorgt het vet voor smaak, want juist vet is de drager van smaakstoffen. Het is dus vooral een kwestie van smaak of je kip met of zonder vel eet.
Keurmerken en Dierenwelzijn
De meeste bedrijven houden kippen in grote stallen, waar de ruimte per kip beperkt is. De kippen groeien erg snel en kunnen daardoor problemen krijgen met hun gezondheid. Alle supermarkten in Nederland zijn overgestapt naar de ‘Kip van Morgen’. Deze kippen leven tussen de 45-49 dagen. Het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming en het biologisch keurmerk stellen strengere eisen aan het dierenwelzijn en de leefomstandigheden. Deze kippen leven 56 dagen (1 ster) tot 81 dagen (3 sterren). Ze leven met 10 tot 13 kippen per vierkante meter.
Van alle soorten vlees heeft kip de minste impact op het milieu. Voor 1 kilo kippenvlees is minder voer nodig dan voor 1 kilo rund- of varkensvlees. Het toevoegen van water aan rauwe, onbewerkte kip is niet toegestaan, anders mag het geen vlees heten.




