Eén van de meest opvallende kenmerken van de Joodse godsdienst zijn de voedselwetten. Daarin onderscheiden orthodoxe Joden zich van de andere volkeren, omdat ze bijvoorbeeld geen varkensvlees en garnalen eten en andere dieren die in de Thora worden verboden. Ook het eten van bloed is verboden en als derde basisregel geldt het verbod om melk en vlees in één maaltijd te nuttigen.
Voor de eerste twee is een duidelijke Bijbelse basis te vinden, maar de scheiding tussen melk en vlees is gebaseerd op een (nabijbelse) rabbijnse interpretatie van Ex. Terwijl orthodoxe Joden zich nauwgezet aan deze zeer ingewikkelde regels houden, gaan liberale en seculiere Joden daar veel gemakkelijker mee om. Vaak eten ze thuis weliswaar geen varkensvlees, maar hebben geen problemen om buitenshuis Chinees of sushi te eten.
Als er iets is waar moslims en joden het over eens zijn, dan is het wel dat varkensvlees niet geschikt is om in je mond te stoppen. Voor joden en moslims is varkensvlees onrein. Het verbod op het eten van varkensvlees staat bij de joden in het derde en vijfde boek van het Oude Testament. Dat is honderden jaren ouder dan het overeenkomstige verbod in de Koran, maar toch wordt aangenomen dat dezelfde factoren achter de verboden zitten.
Het varken wordt op veel plaatsen veracht omdat het zich in modder wentelt en uitwerpselen eet, en in de Thora wordt het als onrein beschouwd omdat het niet herkauwt, ofwel niet leeft van gras.
Historische context
In Kanaän ten westen van de Jordaan werden echter al lang voor de komst van de Israëlieten varkens gegeten - er zijn 5000 jaar oude varkensbotten gevonden bij opgravingen en sommige daarvan wijzen erop dat het varken als offerdier werd gebruikt en daarom heilig was. Het protest tegen de oude Kanaänitische religie kan een van de redenen zijn geweest waarom de joodse religieuze wetgevers zo fel gekant waren tegen varkens.
De geboden van de Tora laten er geen twijfel over bestaan: ‘Maar van de herkauwers of de dieren met gespleten hoeven mag u de volgende niet eten … (volgt een opsomming: kameel, klipdas, haas) … het varken, want het heeft wel gespleten hoeven, maar het herkauwt niet: het geldt als onrein. Het vlees van deze dieren mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken: zij gelden als onrein’ (Lev. 11:7-8; vgl. Deut. 14:7-8).
Het zwijn/varken mag niet worden gegeten. Het is bij uitstek een onrein dier. Naar de precieze reden kan men slechts gissen. Een oude verklaring is te vinden in het werk van de Romeinse historicus Tacitus die in het eerste decennium van de tweede eeuw naar aanleiding van zijn relaas over de verovering van Jeruzalem door Titus in 70 een uitvoerige beschrijving geeft van het joodse volk en zijn religieuze gewoonten en gebruiken: ‘Ze onthouden zich van het eten van varkensvlees ter herinnering aan een ramp, want de schurft waaraan dat dier vaak lijdt had hen zelf ook eens geteisterd’.
Op welke catastrofe de Romeinse historicus doelt, is niet duidelijk. Het woord ‘schurft’ zou op melaatsheid kunnen wijzen. Evenmin zeker is de veronderstelling dat in het oude Israël het zwijn onrein verklaard zou zijn, omdat het vlees als ongezond en inferieur werd beschouwd. Zoals dat ook met andere oudtestamentische voorschriften (bijvoorbeeld besnijdenis) het geval is, staat de Tora beslist niet alleen in de negatieve waardering van het zwijn/varken.
Bij andere volken in de antieke wereld -Egyptenaren, Kanaänieten, Babyloniërs - bestond evenwel meer waardering voor zwijnen. Ze werden zelfs als heilig beschouwd. In de Griekse wereld meende men aan hun bloed een reinigende werking te kunnen toeschrijven. In de cultus van de Romeinen speelde het offer van zwijnen een centrale rol.
Na de Babylonische ballingschap en in het bijzonder als gevolg van de veroveringstochten van Alexander de Grote nam de invloed van de Grieks-hellenistische, en naderhand ook van de Romeinse, cultuur in het joodse land steeds verder toe. De jood die zich aan de geboden van de Tora wenste te houden, liep in toenemende mate gevaar door varkens verontreinigd te worden (Jes. 65:4; 66:3,17). Tot een dramatisch dieptepunt kwam het in de jaren 167-164 v.Chr. toen de Syrische koning Antiochus IV pogingen deed het joodse geloof te helleniseren.
Besnijdenis en sabbat werden verboden, in de tempel te Jeruzalem werd een altaar opgericht ter ere van de Griekse oppergod Zeus -in de bijbel wordt dit alles aangeduid als ‘de gruwel der verwoesting’ (Dan. 9:27; 11:31; vgl. Mar. 13:14; Mat. 24:15). Vrome Joden werden gedwongen varkensvlees te eten. Ter illustratie een fragment uit de beschrijving van de marteldood van een rechtvaardige: ‘Eleazar, een van de voornaamste schriftgeleerden, een man op leeftijd en een indrukwekkende verschijning, werd gedwongen om varkensvlees te eten. Maar hij verkoos een roemvolle dood boven een besmeurd leven; hij ging vrijwillig naar de pijnbank. Zo gaf hij een voorbeeld dat men moedig moet navolgen, door spijzen te weigeren waarvan het genot niet door de liefde voor het leven gewettigd kan worden’ (2 Makk. 6:18-20).
In de periode rondom het begin van de jaartelling woonde een groot aantal niet-Joden in het joodse land. Enkele steden kenden een overwegend Grieks-Romeinse bevolking - bijvoorbeeld Tiberias dat door Joden werd gemeden, omdat zij niet wensten te wonen in een stad waarvan de naam hen onophoudelijk aan de keizer te Rome (Tiberius) zou herinneren. Uit verhalen in de evangeliën valt af te leiden dat met name in de Decapolis - het gebied aan de overzijde van de Jordaan en ten zuidoosten van het meer van Galilea - grote kudden varkens werden gehoed (Mar. 5:11-13; Mat. 8:30-32; Luc. 8:32-33).
Symboliek en interpretaties
In hun speurtochten naar voedsel zijn varkens/zwijnen voortdurend bezig in de grond te wroeten. Daarbij schijnen ze een voorkeur te hebben voor modderige plekken en wentelen ze zich zelfs met genoegen in de modder. Het was de Spreukendichter niet ontgaan en zijn waardering voor de snuit van het varken was dan ook niet groot: ‘Een mooie vrouw die onverstandig is, is als een gouden ring in de snuit van een varken’ (Spr. 11:22). Een soortgelijke weerzin klinkt in een nieuwtestamentische tekst waarin een spreekwoord wordt geciteerd: ‘Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel en een schoongewassen zeug naar de modderpoel’ (2 Petr. 2:22).
In de tweede eeuw, nadat het schisma joden-dom-christendom realiteit is geworden, wordt de christelijke kerk in toenemende mate geconfronteerd met de vraag naar de concrete betekenis van de geboden van de Tora. Is het geoorloofd varkensvlees te eten? De heiden-christelijke kerk kostte het niet veel moeite op die vraag een bevestigend antwoord te geven (vgl. Hand. 10:918; 11:5-18). Maar wat is dan nog de betekenis van de geboden betreffende rein en onrein voedsel? Op die vraag geeft een vroeg-christelijk geschrift een verrassend antwoord: ‘Over het varken zei hij (Mozes): U moet niet omgaan met mensen die als varkens leven. Dus met mensen die wanneer ze in overvloed leven de Heer vergeten, maar wanneer ze tekortkomen de Heer erkennen’.
De bijbelse symboliek van het varken of zwijn is negatief. In sommige godsdiensten is het een onrein dier. We zouden aan een vertegenwoordiger van die godsdienst kunnen vragen wat zijn of haar beleving is bij het verbod varkensvlees te eten. Het jodendom baseert zich op de Tora, op Leviticus 11:4-7 en Deuteronomium 14:7-8. De islam laat zich gezeggen door de koran, soera 2:173; 5:3; 6:145; 16:115. Wat betekent het voor gelovigen om deze spijsvoorschriften te houden?
Mensen verwachten vaak bij dit soort vragen een wetenschappelijke uiteenzetting van de redenen waarom varkensvlees verboden is gemaakt. Maar het antwoord is eenvoudiger dan gedacht: omdat Allah het heeft verboden en als onrein heeft verklaard. “Zeg (o Mohammed): “In datgene wat aan mij is geopenbaard, tref ik niets aan dat verboden is om gegeten te worden door iemand die dat eet, behalve als het om een dood dier gaat of om stromend bloed of om varkensvlees. Voorwaar, dit (d.w.z. varkensvlees) is onrein”. In de religieuze teksten komen wij niets tegen wat het precieze motief is van het verbod op varkensvlees, behalve de uitspraak: “Voorwaar, dit (d.w.z. varkensvlees) is onrein”. Het woordje ‘onrein’ slaat op datgene wat volgens onze religie verwerpelijk is.
Veel moslims verwijzen tegenwoordig naar de wetenschap om het verbod op varkensvlees te verklaren. Vooral omdat de wetenschap vandaag de dag laat zien dat het eten van varkensvlees vele gezondheidsnadelen met zich meebrengt zoals toxines, virussen en een hoog vet- en cholesterolgehalte. Maar het nemen van de wetenschap als verklaring voor de geboden en verboden van Allah is niet de juiste weg.
Messiasbelijdende Joden en kasjroet
Over de vraag hoe Messiasbelijdende joden over kasjroet denken heeft Richard Harvey veel Messiasbelijdende Joden geïnterviewd. Het viel hem op hoe verschillend ze op dit punt denken. Sommige van zijn Messiasbelijdende vrienden die als orthodoxe of ultraorthodoxe Joden leven, eten glatt koosjer (koosjer plus). Anderen zijn er trots op dat ze tosti’s met ham en kaas op Jom Kippoer eten. Deze verschillen zijn te verklaren uit de theologische vooronderstellingen die Messiasbelijdende Joden erop nahouden.
Als je (net als Baruch Maoz en Arnold Fruchtenbaum) gelooft dat de Mozaïsche wetten zijn vervuld in de Messias en Hij alles rein heeft verklaard, is er geen reden meer om je aan kasjroet te houden. Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich Mark Kinzer die zich wel aan de rabbijnse spijswetten houdt. De reden is voor hem vooral dat kasjroet een identity marker is. Als je je als Jood niet meer aan kasjroet houdt, loop je gevaar je Joodse identiteit te verliezen en kan zo het Joodse volk op termijn verdwijnen.
Daarnaast zijn er ook Messiasbelijdende Joden die zich wel weer aan de Bijbelse voorschriften houden, maar niet aan de rabbijnse regels, zoals de scheiding tussen melk en vlees. Maar (aldus Harvey) de meerderheid van de Messiasbelijdende Joden laat zich bij het wel of niet navolgen van kasjroet, waarschijnlijk meer leiden door hun culturele achtergrond dan door de Bijbel.
Spijswetten en gezondheid
Door onze huidige medische en biologische kennis blijkt dat sommige spijswetten ook bijdragen aan de gezondheid. Over het algemeen geldt dat de Joodse spijswetten een gunstige invloed op de gezondheid hebben maar het is onwaarschijnlijk dat de wetten uitsluitend om die reden geschreven zijn. Zo kan het eten van bloed of het samen eten van vlees en melk als morbide worden beschouwd.
Met de spijswetten wordt ook het geloof van de mens op de proef gesteld en wordt een bepaalde mate van zelfbeperking afgedwongen. Tevens versterken de spijswetten de eigen Joodse identiteit en maakt deze zichtbaarder.
Koosjer: Uitgebreide regels
Het Jodendom kent uitgebreide regels voor wat wél en wat niet geoorloofd is om te eten. Deze spijswetten noemt men Kasjroet, dit is Hebreeuws voor ‘geschiktheid’. Het meest bekend is misschien wel het verbod op het eten van varkensvlees maar dit is slechts één onderdeel van de gehele Kasjroet. De basis van de Kasjroet is te vinden in de Thora. Voedsel dat gegeten mag worden wordt koosjer genoemd.
Overzicht van koosjere voorschriften:
- Zoogdieren: Van de zoogdieren zijn alleen de evenhoevige herkauwers toegestaan. Hieronder vallen bijv. Runderen, schapen en herten. Varkens, paarden, haas of konijn zijn niet geoorloofd.
- Vogels: De meeste vogels zijn niet koosjer. Roofvogels en aaseters zijn niet koosjer.
- Geen bloed: Het eten van bloed is verboden.
- Geen melk- en vleesproducten tezamen: Melk- en vleesproducten mogen niet tezamen bereid of gegeten worden. Dit valt af te leiden uit o.a.
De reden die de Torah voor de joodse spijswetten geeft, is dat het joodse volk daarmee heilig wordt, dat wil zeggen: dat ze zich door hun gehele levenswijze van anderen in positieve zin onderscheiden. Daarmee is echter nog niet verklaard waarom sommige producten wel en andere niet zijn toegestaan. Een groot aantal joodse wetten heeft een sociale en ethische betekenis, maar voor een ander deel is het moeilijk een rationele verklaring te geven, zo ook voor de kasjroet.
De vroege rabbijnen waren in hun voorschriften uit de Tora van mening, dat het geheim van de joodse overleving bestond uit dit vasthouden aan het separatisme (heiligheid). Het uitvoerige stelsel van joodse voedselvoorschriften is alleen al vanwege de omvang ervan vrijwel uniek ten opzichte van andere religies.
labels: #Vlees
Zie ook:
- Ontdek Waarom Moslims en Joden Strikt Verboden Zijn Varkensvlees te Eten!
- Ontdek Waarom Joden Geen Varkensvlees Mogen Eten – De Verbazingwekkende Redenen Achter Deze Regels!
- Ontdek de Geheimen van de Kasjroet Regels: Alles Wat Je Moet Weten!
- Beste kant-en-klaar stoofvlees: Top 5 getest en beoordeeld!
- Ontdek het Ultieme Curry Spruitjes Kip Recept dat Je Smaakpapillen Zal Verbluffen!




