Water is cruciaal in ons leven en speelt een essentiële rol in vrijwel elk industrieel proces. Het is onmisbaar voor de groei van planten en dieren. Met ons consumptiepatroon hebben we invloed op de beschikbaarheid van water.

Voor vrijwel alles wat we consumeren is water nodig. De zogenoemde watervoetafdruk is een maat voor de impact die een product kan hebben op de beschikbaarheid van water.

Voor het produceren van vlees en andere dierlijke producten, zoals eieren en zuivel, is vele malen meer water nodig dan voor de productie van plantaardige producten. De watervoetafdruk van elk dierlijk product is groter dan de watervoetafdruk van plantaardige producten met gelijkwaardige voedingswaarde.

De wereldwijde vleesproductie is bijna verdubbeld in de periode 1980-2004 en deze trend zal zich waarschijnlijk doorzetten gezien de verwachte verdubbeling van vleesproductie in de periode 2000-2050). Om aan deze stijgende vraag naar dierlijke producten te voldoen, zal de verschuiving van traditionele extensieve en gemengde landbouw naar industriële landbouwsystemen waarschijnlijk doorgaan.

Het beperken van de vraag naar dierlijke producten door het bevorderen van een voedingspatroon met minder vlees zal een onvermijdelijk onderdeel zijn van het milieubeleid van overheden.

De watervoetafdruk van vlees: Een overzicht

De opiniesite van BNNVARA schrijft in een artikel dat je met één dag geen vlees eten, evenveel water kunt besparen als je gebruikt met een maand lang dagelijks douchen. De vergelijking klinkt haast surreëel. Reden voor NRC Handelsblad om de vergelijking te fact checken. De uitkomst: de bewering is waar.

De vleeskoe is het meest ‘waterintensieve’ consumptiedier: zo’n 15.400 liter water wordt verbruikt per kilo vleeskoe. Hierbij gaat het niet alleen om het water dat de koe drinkt, maar ook het water dat nodig is voor het schoonmaken van de stallen en het water dat nodig is voor het verbouwen van hun voedsel. In totaal komt het afgerond en omgerekend neer op 1.500 liter water per 100 gram.

Bij het douchen verbruiken we volgens waterbedrijf Vitens in 2013 gemiddeld 119 liter water per persoon per dag. 51,17 liter water gaat door het doucheputje. In totaal komt dat inderdaad neer op zo’n 1.569 liter water per persoon, per maand.

De Universiteit Twente berekende voor het eerst de exacte watervoetafdruk van zowel dierlijke als plantaardige producten, per kilo, per calorie en per eiwit. Daaruit blijkt onder andere dat rundvlees per calorie 20 keer meer water kost dan graan of aardappelen.

Voor een kilo rundvlees bijvoorbeeld, is dat 15.000 liter. Varkensvlees kost 6000 liter per kilo en kip 4300 liter. Voor een kilo peulvruchten is 4000 liter water nodig. Een kilo sojabonen verbruikt 'slechts' 2100 liter.

Per gram eiwit heeft vlees een 1,5 tot 6 keer grotere watervoetafdruk dan peulvruchten. Ook wanneer het waterverbruik per calorie wordt berekend, zijn er grote verschillen tussen dierlijke en plantaardige producten. Rundvlees scoort bijvoorbeeld gemiddeld 20 keer hoger dan graan of aardappelen.

Doorslaggevend voor de verschillende soorten vlees, zijn de soort en de hoeveelheid voer die nodig zijn om het dier te laten groeien. Zo moet een koe veel meer eten om een kilo vlees te maken, dan een kip of varken.

Professor waterbeheer Arjen Hoekstra aan de Universiteit Twente: "De zogeheten conversie-efficiëntie is mede bepalend voor de watervoetafdruk. Immers, al het veevoer wordt verbouwd met water. In grote delen van de wereld is daarvoor irrigatie nodig omdat er te weinig regen valt of in verkeerde periodes."

Bepalend voor de watervoetafdruk is ook waar het vee opgroeit. Vee dat buiten graast, verbruikt (via het gras) regenwater. Dat water is daar van nature aanwezig. Vee in de bio-industrie krijgt meer veevoer, afkomstig van akkers die soms bevloeid moeten worden.

De onderzoekers van de Universiteit Twente hebben daarom ook rekening houden met het type voer en de herkomst van het voer; dat soms afkomstig blijkt uit gebieden met waterschaarste. De waterbehoefte van de veeteelt in het westen, leidt daarom mede tot waterschaarste elders.

Zo vallen bijvoorbeeld in China onder andere door de irrigatie van landbouwgronden waar veevoeder wordt geteeld een aantal grote rivieren droog vóór deze de zee bereiken.

Johan van de Gronden, directeur van het Wereld Natuur Fonds (WNF): "De cijfers zeggen veel over de vaak verborgen gevolgen voor de natuur van ons dagelijks consumptiepatroon. We wisten al dat een vleesarm dieet niet alleen gezonder is, maar ook beter voor natuur en klimaat. Nu komt daar nog het inzicht bij dat ongebreidelde vleesconsumptie bijdraagt aan waterschaarste elders op de wereld. We hoeven niet massaal vegetariër te worden om de natuur een handje te helpen. Gewoon een dag per week het vlees laten staan, maakt al een wereld van verschil."

Het is bekend dat de impact van veehouderij op het klimaat erg groot is. De uitstoot van broeikasgassen voor de vleesproductie en veehouderij wordt wereldwijd geschat op 14,5%. De productie van het veevoer staat stipt op nummer 1 als we het hebben over de uitstoot van broeikasgassen, hierna volgen de gassen die vrijkomen door de koeien zelf en hun mest waaronder methaan.

De CO2 -footprint verschilt per veesoort en de intensiteit van de veehouderij. De veehouderij en productie van rundvlees heeft de grootste De CO2 -footprint. De De CO2 -footprint voor de productie van kippenvlees is het laagst. Ook blijkt uit onderzoek dat intensieve veehouderijen minder methaan uitstoten dan extensieve veehouderijen. Dit komt doordat herkauwers meer methaan uitstoten.

De veehouderij en vleesproductie zorgt niet alleen voor uitstoot van broeikasgassen, maar ook voor een hoog watergebruik. Denk bijvoorbeeld aan het verbouwen van veevoer, het schoonmaken van stallen en het drinkwater van het vee.

De watervoetafdruk is al het water dat nodig is voor de productie van ons voedsel en andere producten. Hierbij wordt er onderscheid gemaakt tussen groen (regenwater), blauw (grondwater) en grijs water (zoet water).

Zoals de De CO2 -footprint verschilt per veesoort, geldt dit ook voor het waterverbruik. Zo kost de productie van 1 kilo rundvlees 15.500 liter water en de productie van kippenvlees 4300 liter.

Het waterverbruik voor de productie van vlees verschilt ook per land.

Wist je dat één dag geen vlees eten (rond de 100 gram) gelijk staat aan één maand iedere dag douchen?

Groen, blauw en grijs water

Het is belangrijk te weten welk type water wordt gebruikt bij de vleesproductie: groen (regenwater), blauw (grondwater) of grijs water (water voor het verdunnen van vervuild water). Baanbrekend voor het berekenen van de watervoetafdruk is het onderzoek van Mekonnen en Hoekstra (2012).

  • Groen water: regenwater in de bovenlaag van de bodem. Planten benutten dit voor hun groei.
  • Blauw water: wordt opgepompt voor bijvoorbeeld irrigatie- of drinkwater.
  • Grijs water: water voor het verdunnen van vervuild water.

Voor blauw en grijs water wordt geput uit grondwater of oppervlaktewater. Een groot verbruik heeft invloed op de natuurlijke waterhuishouding.

Voor de productie van vlees komt 85 tot 87% van de waterfootprint voor rekening van groen water. Het verbruik van blauw en grijs water heeft een grotere impact.

Verschillen per diersoort en land

Voor rundvlees is de ‘totale’ waterfootprint het hoogst van alle dierlijke producten. De productie van rundvlees is minder efficiënt dan van varkensvlees of kip. Het duurt langer tot een rund slachtrijp is; er is dus meer voer nodig per kilogram vlees. Bovendien eten runderen gras en andere ruwvoeders. De hogere waterfootprint zit vooral in (het minst belastende) groen water.

In de behoefte aan blauw en grijs water verschilt de rundvleesproductie niet veel van de varkens- of kippenvleesproductie. Intensieve veehouderijsystemen gebruiken meer voer en vergen meer blauw water. Dit hangt echter af van de samenstelling van het voer.

Ten opzichte van het internationaal gemiddelde is de waterfootprint voor rund-, varkens- en kippenvlees in Nederland laag. Dit is te danken aan de efficiëntie van de moderne Nederlandse veehouderijbedrijven. Deze gebruiken relatief weinig voer per kilogram geproduceerd vlees of per liter melk. Nederlandse veehouders behoren wat dit betreft tot de wereldtop.

Zo is de carbon footprint van Nederlands vlees relatief klein. Ook het Nederlandse (kracht)voer draagt bij aan de lage waterfootprint. Dit bevat veel hergebruikte restproducten uit de levensmiddelenindustrie. Deze restproducten hebben een lagere waterfootprint dan grondstoffen, die speciaal voor het voer worden geteeld, zoals bepaalde granen.

Melkkoeien krijgen elk jaar een kalf, anders geven zij immers geen melk. Slechts een deel van deze kalveren kan een melkkoe worden. De overige kalveren krijgen een bestemming in de vleeskalver- of de vleesrundersector. Volgens het CBS komt zo’n 96% van het Nederlandse rundvlees van runderen uit de zuivelsector.

Watergebruik is natuurlijk een erg breed begrip. Het onderzoek maakt daarom onderscheid in ‘groen’ water (regenwater in de bovenlaag van de bodem) en ‘blauw’ en ‘grijs’ water. Blauw water is grondwater dat wordt gebruikt voor irrigatie van gewassen of als drinkwater. Grijs water wordt gebruikt om vervuild water in het productproces te verdunnen zodat de waterkwaliteit weer binnen de gestelde normen komt.

Het maakt nogal uit waar het vlees wordt geproduceerd. Voor een kilo vlees van een Indiaas rund dat zijn leven uitsluitend op grassige vlaktes heeft doorgebracht, is meer dan 26.000 (!) liter water nodig. Maar dit gaat vrijwel uitsluitend over regenwater. Voor een in de intensieve veehouderij grootgebrachte koe in de VS is nog geen 4000 liter nodig.

Vergeleken met India en de VS verbruiken Nederlandse dieren het minste water. Dit komt, zo verklaart het rapport, doordat Nederland veel intensieve veehouderij heeft, die relatief minder (groen) water verbruikt.

Gezien het feit dat de probleem van het waterverbruik vooral in het blauwe en grijze water ligt, en minder in het (groene) regenwater, is de verdere groei van de intensieve veehouderij geen prettig vooruitzicht.

Alternatieven en overwegingen

Overigens, wie echt op het waterverbruik van zijn eten wil letten, heeft ook binnen het plantaardige aanbod de nodige keuzes te maken. Wat, vanuit het perspectief van watergebruik, in ieder geval niet helpt, is het vervangen van vlees door noten of fruit.

Op basis van het rapport kunnen we berekenen dat het Nederlandse ei zelfs een bijzonder ‘waterzuinige’ eiwitbron is.

Zoomen we van het Nederlandse ei uit naar de wereldwijde situatie, dan zien we dat vleesrunderen het grootste aandeel hebben in het mondiale waterverbruik (33%), gevolgd door melkkoeien en varkens (beide 19%).

Uitgedrukt in liters water per kilo product is voor vlees meer water nodig dan voor plantaardige producten. Dat betekent niet dat vleesproductie in alle gevallen zomaar kan worden vervangen. Zo is er landbouwgrond die niet geschikt is voor het verbouwen van granen of andere plantaardige voedingsmiddelen, maar wel voor gras waarop vee kan grazen.

Om de impact op de natuurlijke waterkringlopen te beoordelen is vooral het verbruik van blauw en grijs water van belang.

Nederlands vlees heeft ten opzichte van vlees uit andere landen een bescheiden waterfootprint. Ook op het gebied van waterverbruik zijn in de slachterijen volop ontwikkelingen gaande. Hoewel veel duurzaamheidsprogramma’s niet gericht zijn op water, is de tendens dat veehouderijbedrijven en vleesbedrijven steeds efficiënter werken.

Waterverbruik per product (wereldwijde gemiddelden)

Product Waterverbruik (liter per kilo)
Rundvlees 15.415
Schapen- en geitenvlees 8.700
Varkensvlees 6.000
Kippenvlees 4.300
Peulvruchten 4.000
Sojabonen 2.100

labels: #Vlees

Zie ook: