De anatomie van een kip is complex en fascinerend. Van het skelet tot het spijsverteringsstelsel, elk onderdeel speelt een cruciale rol in het leven van de vogel. Laten we dieper ingaan op de verschillende aspecten van de kippenanatomie.
Het Kippenskelet
Een kippen skelet model bestaat uit echte botten. Zo wordt op de meest authentieke manier weergegeven hoe de skeletstructuren van een kip eruit zien. Dit model is ideaal voor gebruik in dierenartsenpraktijken en voor onderwijs. Ter bescherming van de botten worden deze tijdens transport omhuld door een plastic omhulsel.
Onze skeletmodellen zijn eigenlijk niet geschikt voor regulier transport. Dit skelet model bestaat uit echte botten, die erg kwetsbaar zijn. Mocht u toch besluiten om uw skelet door regulier transport te laten bezorgen, dan zullen we uw skelet zo goed en stevig mogelijk inpakken.
Het Spijsverteringsstelsel
Het fijngemaakte voedsel komt uit de magen in het darmstelsel. De voorvertering en mechanische vertering, wat voornamelijk in de magen plaats vindt gaat, nu over naar de chemische vertering en absorptie in de darmen.
De Dunne Darm
De dunne darm bestaat uit drie delen: de duodenum het jejunum en ileum. De dunne darm is de belangrijkste plek voor de absorptie en vertering van koolhydraten, vetten en eiwitten. De voedingsstoffen worden afgegeven aan het bloed via de darmcellen.
Om de totale oppervlakte, waar de darmcellen zich bevinden te vergroten, liggen de cellen niet in een plat vlak maar in vele kleine uitstulpingen. Deze uitstulpingen worden ook wel darmvlokken genoemd. Deze darmvlokken bestaan uit hobbels (villi) en kuilen (crypten) om zo het oppervlakte van de darmwand te vergroten.
In de dunne darm vindt nog een reflux van de voedselbrij plaats. De dunne darm van de kip is evolutionair klein. Hoe minder gewicht je met je mee draagt, hoe makkelijker je kan vliegen. Daardoor vindt er een reflux plaats, de voedselbrij zal niet rechtlijnig door de dunne darm heen bewegen, maar met een antiperistaltiek ook terug bewegen voor een betere vertering.
De Dikke Darm
In het laatste deel van de spijsverteringskanaal, de dikke darm, wordt ook water opgenomen. Bij de opname van het water worden ook de vitaminen uit het voer opgenomen. Het opnemen van het vocht zorgt ook voor het indikken van de darminhoud en wordt hiermee klaar gemaakt om het lichaam te verlaten.
De laatste gedeelte van de dikke darm is de endeldarm. Een belangrijk onderdeel van de darm is de slijmlaag die de darmcellen bedekt. Deze slijmlaag beschermt de cellen tegen bacteriën en tegen de gifstoffen die bacteriën produceren. De darmcellen worden vernieuwd vanuit de basis van de villus. Dat is in het dal wat ook wel de crypte genoemd word.
De ontlasting verlaat het lichaam via de cloaca. Niet alleen de ontlasting maar ook het ei verlaat het lichaam via de cloaca. De cloaca van de kip is dus erg multifunctioneel. Tevens speelt de cloaca een belangrijke rol bij de bevruchting. De eileider en zaadleider komen hier namelijk ook op uit.
De Slokdarm en Krop
Vanuit de krop loopt de slokdarm door tot de kliermaag. De slokdarm bestaat (buiten naar binnen) uit spieren, een laagje bindweefsel en slijmvlies. In het bindweefsel bevinden zich kliertjes die slijm produceren. Dit slijm dient als glijmiddel. Het slijm zorgt er samen met de peristaltische bewegingen voor dat het voedsel naar de krop wordt vervoerd.
De slokdarm heeft bij de kip een uitstulping (krop) die als voorraadvat dient van het voer dat is opgenomen. Hierdoor kan de kip in een relatief korte tijd voer opnemen zonder dat het beperkt wordt door de verteringscapaciteit Ook wordt het voer hier ingeweekt. Hiervoor scheidt de krop een zwelstof af genaamd ‘mucus’.
Mucus zorgt er ook voor dat de maagdarmkanaal voorzien word van een film, een dun laagje beschermend materiaal dat er voor zorgt dat eiwitsplitsende enzymen geen kans krijgen om lichaamseigen eiwit (de darmwand) af te breken. In de krop zijn verder geen klieren aanwezig. Het aantal bacteriën in de krop kan variëren van 1.000 tot 100.000 per gram inhoud.
De Maag: Kliermaag en Spiermaag
De maag van de kip bestaat uit twee anatomische delen, namelijk de kliermaag en de spiermaag. De eerste gedeelte van de maag is de kliermaag. Ook wel de proventriculus genoemd en het meest te vergelijken met een menselijke maag. De kliermaag bestaat uit rijen klieren die pepsine, HCl en mucus produceren en afgeven aan het voedsel. De pH in deze maag is ongeveer 2 à 3.
De lage zuurgraad zorgt voor het activeren van pepsine maar ook voor het oplossen van de kalkachtige stoffen. Ook zorgt het voor het inactiveren van ziekteverwekkende bacteriën die opgenomen kunnen worden. Verder worden er in de kliermaag enzymen geproduceerd die noodzakelijk zijn voor de vertering.
Het tweede gedeelte van de maag is de spiermaag. Deze is samengeteld uit twee dikke spierschijven. Inwendig is de spiermaag bedekt met een harde hoornlaag. Grote grove grondstof deeltjes zoals maïs, tarwe of haver, wat nog niet chemisch afgebroken is, wordt in de spiermaag op een mechanische wijze afgebroken.
De zeer sterke spierschijven zorgen door samentrekking voor een persende en wrijvende beweging van de voedselmassa. In combinatie met maagkiezel zorgt dit voor de mechanische verkleining van het voer wat zorgt voor oppervlaktevergroting wat de vertering ten goede komt. Het voeren van maagkiezel en/ of grit kan dit proces in positieve zin beïnvloeden.
De retentietijd (verblijftijd) van structuurloos voer zal rond de 30 tot 60 minuten zijn, terwijl de retentietijd van grover voer kan oplopen tot 120 minuten. De spiermaag reguleert de opname hoeveelheid door verzadiging. Grove deeltjes zorgen voor een gezonde, getrainde gespierde spiermaag.
Bij afwezigheid van grove deeltjes zal de overgang van de kliermaag naar de spiermaag wijder worden (dilateren) met als gevolg dat de spiermaag minder gespierd is en vaker maagzweren bevat. Verder zal de verzadigingsfunctie niet meer werken en het dier zich overeten, waarbij er druk op het hart en de longen kan ontstaan.
Een gezond dieet bevat daarom altijd grove en/ of wat moeilijk verteerbare deeltjes. De spiermaag knijpt 4 keer per minuut samen. Hierbij worden deeltjes fijn gemalen, de verteringssappen uit de kliermaag zullen beter vermengd worden, maar er zullen deeltjes ook terug vloeien naar de kliermaag, en deeltjes die kleiner dan 1 mm zijn verlaten de spiermaag richting de dunne darm.
De kliermaag en spiermaag hebben een afzonderlijke taken die onafscheidelijk zijn voor een goede vertering van het voedsel. Er is dus een reflux tussen beide delen, in rust zal er een gedeelte uitvloeien van de kliermaag naar de spiermaag en bij een contractie van de spiermaag zal een gedeelte teruggeduwd worden naar de kliermaag.
De Snavel en Bek
Je zult het misschien niet verwachten maar de snavel van de kip is een gevoelig orgaan waarmee het de omgeving kan aftasten, voer en water kan opnemen en het verenkleed kan onderhouden. Tevens is de snavel het begin van de maagdarmkanaal.
In de bek van de kippen bevinden zich geen tanden en ook geen gehemelte. Op het verharde gedeelte boven in de bek zijn naar achteren staande papillen aanwezig die het voer naar de slokdarm sturen. Doordat de kip geen gehemelte heeft, kan de kip niet slikken volgens het onderdruk-principe (zoals bij de mens). Een kip kan dus ook niet drinken met de kop naar beneden.
Doordat er geen tanden in de bek aanwezig zijn, word het opgenomen voer dan ook niet kleiner gemaakt of fijngemalen. Wel begint in de snavel al een deel van de vertering van het voer. In de bek zijn 8 speekselklieren aanwezig. Het hier geproduceerde speeksel mengt zich met het voer wat ze oppikken.
De Ademhaling van Kippen en Luchtweginfecties
Kippen ademen heel anders dan wij. Waar wij alleen onze longen gebruiken, heeft een kip ook luchtzakken. Ze vullen bijna alle ruimtes die niet door andere organen worden ingenomen. Dankzij die luchtzakken ademt een kip eigenlijk continu, zelfs terwijl ze uitademt. Dat maakt de ademhaling heel efficiënt, maar ook behoorlijk gevoelig.
Als er veel stof in de ren hangt, of als het tocht in het hok, dan ademt een kip dat allemaal in. En het is niet alleen de frisse lucht die diep in de luchtzakken terechtkomt. Als bacteriën, schimmels of stof In de luchtzakken komen dan kan het gaan irriteren, alsof het vanbinnen wat begint te schuren. En vanuit daar kan er een ontsteking ontstaan. En dat is meteen het lastige aan luchtwegproblemen bij kippen.
Als er slijm of snot vastzit, krijgt een kip dat niet zomaar weg. Ze kunnen niet hoesten of hun neus snuiten, dus wat erin zit, blijft zitten. Ze proberen het er wel uit te krijgen door te niezen, rochelen, of te schudden met de kop, maar vaak helpt dat niet genoeg. Na een tijdje wordt ademhalen steeds moeilijker. De staart gaat meebewegen bij elke ademhaling, er is een piepje, een rochel of een knorrend geluidje te horen.
De Voorste en Achterste Luchtwegen
Het ademhalingssysteem van een kip bestaat uit twee delen: de voorste luchtwegen en de achterste luchtwegen. De voorste luchtwegen zijn de delen waar de lucht als eerste doorheen stroomt: de neusopeningen, de keel en de luchtpijp. De achterste luchtwegen zitten dieper in het lichaam en bestaan uit de longen en de luchtzakken. Daar vindt de zuurstofopname plaats.
Een luchtweginfectie kan in de voorste luchtwegen zitten, in de achterste, of in allebei. Soms blijft een luchtweginfectie beperkt tot de voorste luchtwegen, maar dat is helaas niet altijd het geval. Als de kip er al even mee rondloopt, of als de weerstand laag is, kan de luchtweginfectie zich uitbreiden naar de achterste luchtwegen. Dat zie je ook terug in de symptomen. Eerst begint het met niezen, wat snot of belletjes in de ooghoeken. Maar daarna wordt de ademhaling zwaarder, zie je de staart meebewegen en begint de kip met open snavel te ademen. Als dat het geval is dan zit de infectie zowel op de voorste als op de achterste luchtwegen.
Symptomen van een Luchtweginfectie
- Niezen
- Snot
- Rochelende ademhaling
- Belletjes in de ooghoeken
- Zware ademhaling
- Staart die meebeweegt bij ademhaling
Sinusontsteking
Bij een sinusontsteking raakt de ruimte rondom de ogen of boven de snavel ontstoken. In die holtes, ook wel sinussen genoemd, hoopt zich infectiemateriaal op. Bij kippen is dat vaak geen dun slijm zoals bij mensen, maar een dikke, kaasachtige substantie. Daardoor kan het lichaam het niet makkelijk zelf afvoeren.
Als daar ontsteking ontstaat, verzamelt zich slijm, pus en vocht in de holte. Dat zorgt voor zwelling, en die kan duidelijk zichtbaar worden aan één of beide kanten van het gezicht. Afhankelijk van de plek en de ernst van de ontsteking, kan de zwelling er heel verschillend uitzien: van een lichte bobbel onder het oog tot een stevige verdikking rond de hele oogkas.
Wat te doen bij een Luchtweginfectie?
- Zorgen dat ze blijft eten en drinken: Als een kip ziek is dan heeft ze vaak minder eetlust, maar zonder voldoende voedingsstoffen verzwakt ze nog sneller. Daarom zorg ik ervoor dat ze blijft eten, ook al zijn het maar kleine beetjes.
- De drinkbak schoonmaken: Bij luchtweginfecties kunnen bacteriën zich makkelijk verspreiden via het drinkwater. Als een zieke kip drinkt, laat ze onzichtbare druppeltjes achter in de bak.
- Ogen in de gaten houden: Ik let altijd goed op of mijn kip haar ogen openhoudt. Bij een luchtweginfectie kan er namelijk slijm of snot in de ogen komen, wat zorgt voor irritatie. Ik maak het oogje voorzichtig schoon met afgekoeld lauw water of kamillethee.
- Verstopte neus behandelen: Als ik zie dat de neus inderdaad verstopt is dan smeer ik een klein beetje kokosolie op het neusgat. Kokosolie is zacht en verzorgend, en helpt bij mijn kippen om het opgehoopte snot los te weken.
Preventie van Luchtweginfecties
- Een gezonde infectiedruk: Hoe kleiner de leefruimte, des te groter de kans dat je kippen luchtwegklachten krijgen. Voor het nachthok houd ik 0,3 m² per kip aan. Voor de buitenruimte houd ik minimaal 5 m² per kip aan, zolang ze daarnaast ook nog door de tuin mogen scharrelen.
- Het drinkwater iedere dag verversen: Als een kip met luchtwegklachten uit de drinkbak drinkt, dan kan er via speeksel of snot ziektekiemen in het drinkwater terechtkomen. Daarom ververs ik het drinkwater elke dag, en op warme dagen soms zelfs twee keer per dag.
- Zorgen voor een overdekte ruimte: Kippen hebben een plek nodig waar ze kunnen schuilen als het regent.
Chronische Luchtweginfecties
Niet alle luchtweginfecties verdwijnen helemaal uit het lichaam. Sommige ziekteverwekkers kunnen zich in de luchtwegen ‘nestelen’ en daar langdurig, soms zelfs blijvend, aanwezig blijven. Zolang de weerstand van de kip sterk is, blijft zo’n infectie vaak op de achtergrond. Je ziet dan niets aan de buitenkant, en de kip gedraagt zich gewoon zoals altijd.
Maar zodra er iets gebeurt dat extra energie kost, zoals kou, rui, stress, een verandering in de groep of een andere ziekte, kan de infectie opnieuw actief worden. De klachten komen dan plotseling terug, soms in lichte vorm, maar soms ook vrij heftig. Chronische luchtweginfecties bevinden zich vaak in de voorste luchtwegen.
Andere Aandoeningen en Problemen
- Diarree: Diarree kan verschillende oorzaken hebben. De hoofddarmmest mag niet te vochtig zijn, een afwijkende kleur hebben (anders dan donkerbruin/groen). Ook hoort het witte deel van de mest (de urine) niet vloeibaar te zijn. Schuim, bloed, oranje slijmdraden, veel slijm, spinaziegroene kleur, wormen, veel zand/steentjes of vreemde voorwerpen zijn afwijkend.
- Kalkpoten: Deze mijten gaan tussen de schubben op de poot van uw kip zitten. De poten worden dikker en de kip krijgt last van jeuk (pikken aan de poten). Ook zullen de pootschubben overeind gaan staan.
- Kou: Ook kippen kunnen het koud hebben. Soms kunnen kippen gaan trillen. Bevroren kammen en lellen kunnen van kleur veranderen.
- Hittestress: Kippen kunnen het te warm hebben! Kippen hebben geen zweetklieren. Als een kip dus snel ademt met open bek en de vleugels wijd heeft, heeft ze het hoogstwaarschijnlijk erg warm en probeert ze zichzelf af te koelen.
- Wormen en darmparasieten: Kippen en kuikens kunnen ziek worden van wormen of darmparasieten en zelfs hieraan doodgaan. Het is daarom belangrijk om de mest van uw kippen en kuikens goed in de gaten te houden.
- Broedsheid: Het is belangrijk om alle prikkels om te gaan broeden voor de hen weg te halen. Hierdoor zullen de hormonen (prolactine) dalen en zal de hen stoppen met broeden.
labels: #Kip




