Een jonge vogel kijkt de kunst van het overleven af van de ouders. Niet alle jongen zullen het redden - de natuur is hard. Degenen die overleven, zijn klaargestoomd voor een leven in het wild. De lijst van Nederlandse broedvogels is heel lang. Nederland is een klein land maar heeft wel veel verschillende landschappen: zee, strand, duin, bos, heide, akkers, weiden, ga zo maar door. Daarom zijn er veel verschillende soorten vogels.

Niet alleen tijdens de trek in het voor- en najaar als vogels van verre streken ons land passeren, of in de winter als vogels uit Groenland of Siberië hier overwinteren, maar zeker ook in de zomer. Dan is Nederland het thuis voor onze broedvogels zoals Merel, Huismus en Spreeuw. Soorten waarvan in ons land jaarlijks rond de 1 miljoen broedparen nestelen.

Hoe Vogels Broedrijp Worden

Voordat vogels zich kunnen voortplanten moeten ze eerst broedrijp worden. Hoe een vogel broedrijp wordt is afhankelijk van het gebied waar ze leven. Ten noorden of zuiden van de evenaar, waar de lichturen per dag wisselen door de stand van de zon, worden vogels broedrijp als de zonuren toenemen. Op en rond de evenaar, waar de zonuren per dag nagenoeg gelijk blijven, 12 uur licht 12 uur donker, worden de vogels broedrijp als er genoeg voedsel voor de jongen aanwezig is, dat is meestal na de regenperiode. Na de regenperiode gaan planten groeien en insecten komen tot leven.

Vogels reduceren hun geslachtsdelen buiten de broedtijd. Dit doen ze om zo licht mogelijk te zijn om optimaal te kunnen vliegen om voedsel te kunnen bemachtigen. Als de lichturen toenemen of als er genoeg voedsel is, worden de vogels stapsgewijs broedrijp. Via de hersenen, hypofyse, worden de hormonen gestimuleerd waardoor de geslachtsdelen weer hun functionele grootte aannemen. In het begin van het broedrijp worden van het vrouwtje lijkt haar eierstok nog op een tros druiven. De eierstok bestaat dan uit een groot aantal kleine eicellen. Door het broedrijp worden groeien een aantal van de eicellen. Nu ontstaat in de eicellen die gegroeid zijn de gele eidooier en komen deze eicellen los van de eierstok. In tegenstelling met de mensenvrouw maakt het vogelvrouwtje steeds nieuwe eicellen aan. De mensenvrouw krijgt een hoeveelheid eicellen mee voor haar leven. Het vogelmannetje, net als het mensenmannetje, maakt ook steeds zaalcellen, sperma, aan.

De geslachtsdelen van het vrouwtje worden gereduceerd buiten de broedtijd om zo min mogelijk gewicht te hebben om goed te kunnen vliegen. In een gereduceerd geslachtsdeel kunnen natuurlijk geen eicellen worden opgeslagen. In de kiemschijf, die zich in de dooier bevindt, is het genetisch materiaal van het vrouwtje opgeslagen. De dooier bezit de voedingsstoffen die het embryo nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen. Deze voedingsstoffen zijn proteïnen, vitaminen, mineralen en pigmenten, die afkomstig zijn uit de voeding die het vrouwtje heeft opgenomen. Weer een gegeven hoe belangrijk voeding is.

De tijdsduur dat zich de dooier ontwikkelt is afhankelijk van de soort vogel. De calcium die nodig is om het skelet van de te vormen embryo wordt geleverd door de eischaal. Als de eicel groot genoeg is geworden, met alle toevoegen van het vrouwtje, wordt de eicel los gelaten door de eierstok om in de eileider bevrucht te kunnen worden. De balts van het mannetje begint een dag of 7 voordat het eerste ei gelegd wordt. Het vrouwtje laat blijken door haar houding dat ze vruchtbaar is. De eicel komt vrij in de eileider. Het ei blaasje, de eicel met alle cellagen er omheen, opent zich. In de mond van de eileider liggen, na de paring met het mannetje, duizenden zaadcellen te wachten om hun kans te grijpen en binnen te dringen in de eicel / ei blaasje, de bevruchting.

Na een kwartier wordt de vrouwelijke geslachtscel, of ze nu bevrucht is of niet, afgesloten door een beschermende laag om andere zaadcellen geen kans te geven in de eicel te dringen. Voordat de eicel bevrucht wordt heeft het vrouwtje het sperma van het mannetje opgeslagen. Dit doet het vrouwtje om er zeker van te zijn dat op het moment dat de eicel zo ver is om bevrucht te worden er genoeg goede zaadcellen aanwezig zijn om een goede bevruchting te laten plaats te vinden. Het sperma, de zaadcellen, worden in de eileider dicht bij de cloaca opgeslagen in een klein doodlopend buisje. Twee dagen voordat de eicel los komt van de eierstok laat het vrouwtje het opgeslagen sperma uit de opslagbuis los in de eileider. In tegenstelling met zoogdieren hebben vogels meer zaadcellen nodig voor de bevruchting. Waarom dit zo is, is nog niet geheel duidelijk.

Het embryo gaat zich nu ontwikkelen, maar eerst vormt zich nog een omhulsel rond het embryo. Dit omhulsel heeft de beschermende functie om bacteriën buiten te houden, maar zodanig dat het embryo zich wel kan blijven voorzien van zuurstof. Nu is het embryo zover dat de eischaal gevormd kan gaan worden. De kalkachtige eischaal moet poreus zijn, maar wel zo sterk dat het de broedende vogel kan dragen zonder stuk te gaan. Ook zal de eischaal weer zacht genoeg moeten zijn zodat de jonge vogel bij het uitkomen door de schaal heen moet kunnen breken.

6 uur na het loslaten van de eicel en bevruchting, komt de bevruchte eicel in de baarmoeder terecht waar het wordt opgenomen in de schaalklier. In die fase wordt de eicel bij elkaar gehouden door een dubbel gelaagd membraam dat bestaat grotendeels uit proteïne, eiwit, en is gevormd in de eileider. Nu gaat het proces van de eischaal maken beginnen. De bevruchte eicel met het dubbel gelaagd membraam er omheen komt nu in de ruimte die je het beste kunt voorstellen als een auto in een carwashstraat. Alleen nu komt er geen water uit de sproei installatie maar een kalkachtig calciumcarbonaat substraat dat op de bevruchte eicel wordt gespoten. De ruimte waarin dit gebeurt heet de schaalklier. De substraat die de eischaal maakt is schuimachtig en wordt als bolletjes op de eicel gespoten waarna ze opdrogen tot schuimklopjes. Het zijn wel duizend spuitjes die dit werk moeten doen. Binnen een paar uur is het gehele oppervlakte van de eicel met schuimklopjes bespoten. Inmiddels is de eicel een ei geworden.

Het ei schuift nu verder in de eileider tot aan de plek waar weer spuitjes zijn die water spuiten in de poreuze eischaal. Door dit water zwelt het membraam op tot maximale grote. Hierna komen de volgende spuitjes in werking die calciumcarbonaat over het ei heen spuiten, waar het ook weer moeten drogen. Dit is het afmaken van de eischaal. Door de wijze van het spuiten, in klompjes, ontstaan er in de schaal luchtkanaaltjes. Deze kanaaltjes zorgen er voor dat het embryo in het ei kan ademen en gassen en waterdamp kan afvoeren. Het proces duurt nu 20 uur en is nog niet compleet. In de komende 2 a 3 uur is de volgende set spuitjes aan de beurt die een laagje kleurstoffen op de schaal aan brengen. Dit pigment zal zich vermengen met de bovenste laag calciumcarbonaat en zo de grondkleur van de eischaal bepalen. Nu komen er spuitjes inwerking die de vlekken op de eischaal maken. Hierna worden door de volgende set spuitjes een waslaag op de eischaal aangebracht die bestaat uit kleverige proteïnen en die bij sommige vogelsoorten vermengd wordt met het pigment van de eischaal. Dit is de laag die het embryo tegen indringende bacteriën beschermd. Deze beschermende laag droogt als het ei met buitenlucht in aanraking komt.

Het calcium dat de vogel nodig heeft voor de aanmaak van de eischaal moet de vogel uit de voeding tot zich nemen omdat de vogel geen voorraad in zijn lichaam heeft van calcium. De broedperiode breekt aan. De broedtijd is voor de meeste vogels verschillend. Hoe groter de vogelsoort hoe langer de broedtijd.

Het ei gaat nu gelegd worden en het jong komt tot ontwikkeling door het broeden van de ouder vogels. Zoals we al eerder gezien hebben zijn de poriën van belang voor de ademhaling van het embryo maar ook om gassen en waterdamp af te kunnen voeren. De grootste concentratie poriën bevinden zich aan de stompe kant van het ei waar de luchtkamer is. De luchtkamer is ongeveer 15 % van het totale volumen van het ei. De luchtkamer ontstaat door de waterdamp die het ei uitademt door het broeden van de ouder vogel. Aan het eind van broedproces, net voor dat het jong uit het ei komt, ontwikkelt de luchtkamer zich. De lucht in de luchtkamer is voldoende voor het jong om uit het ei te geraken.

Deze luchtkamer bevindt zich tussen het binnenste en buitenste schaalmembraam. Het vrouwtje verlaat het legsel op het moment dat het jong of de jongen uit het ei komen, het ei koelt hierdoor wat af, de inhoud van het ei krimpt en de lucht kan door de poriën binnen stromen en de luchtkamer ontstaat. De lichaamstemperatuur van het vrouwtje is 42° Celsius, alle vogels hebben een lichaamstemperatuur van 42° Celsius, het ei heeft ook een temperatuut die dichtbij deze 42° Celsius ligt.

Het jong breekt met zijn eitand, die op het puntje van de snavel zit, door de eischaal heen en komt op de wereld. Na een paar dagen verdwijnt de eitand weer. De opfok van de jongen door de oudere vogels breekt na twee dagen aan.

Broedtijd Van Vogels: Waar Moet Je Op Letten?

Over het algemeen vindt de broedtijd van de meeste vogels die in onze tuinen leven plaats in het voorjaar tot de zomer. Een vogel als huisdier heeft een iets andere broedtijd. Exotische vogels, zoals de Kanarie of Kaketoe, worden vaak als huisdieren gekocht. Als je een exoot in huis haalt, kan het zijn dat deze ook tijdens de herfst broedt. Inheemse vogelsoorten hebben je hulp nodig, want door de bebouwing in natuurgebieden verliezen ze hun leefomgeving. Veel vogelsoorten bouwen hun nest tussen de takken van dichtbegroeide heggen.

Hoe Kun Je Vogels Helpen Tijdens De Broedtijd?

  • Heggen niet snoeien: Veel vogelsoorten bouwen hun nest tussen de takken van dichtbegroeide heggen.
  • Hond aanlijnen: Of en wanneer je een hond moet aanlijnen, verschilt per locatie. Maar ook als er geen aanlijnplicht geldt, is het ter bescherming van de vogels belangrijk om je hond uit de buurt van nesten en kuikens te houden.
  • Vogelhuisjes ophangen: Aangezien in maart de broedtijd begint, is februari het beste moment om vogelhuisjes in de tuin op te hangen. Welk vogelhuisje je nodig hebt, is afhankelijk van de vogelsoort. Waar het Roodborstje bredere openingen fijn vindt, geven Mezen en Mussen de voorkeur aan een kleinere opening. De Winterkoning heeft juist weer een half open vogelhuisje nodig. Het beste is wanneer de vogelhuisjes gemaakt zijn van natuurlijke materialen, zoals hout, terracotta of houtbeton.

Een Jong Vogeltje Gevonden: Wat Moet Je Doen?

Als je een jong vogeltje vindt, moet je niet overhaast handelen. Bekijk de algemene toestand en de veren van het vogeltje. Als de vogel een volle bos veren heeft en een paar meter zelf kan vliegen, dan kan je hem het best met rust laten. Maar wanneer de veren nog omhuld zijn en de vogel niet mobiel is, dan is het waarschijnlijk een kuiken dat nog niet kan vliegen. In dat geval: het vogeltje is wees en heeft jouw hulp nodig!

Let op: als je er toch voor kiest om het kuiken terug te zetten in het nest, dan mag je dat alleen doen wanneer de ouders naar voer zoeken en jou niet zien. De ouders zullen niet merken dat je het kuiken hebt aangeraakt, want hun ruikzin is niet geweldig ontwikkeld. Als je het nest niet ziet of als de vogel gewond is, dan moet je hem meenemen. Voordat je hem in een doos stopt, moet je hem wel voorzichtig onderzoeken. Het kan namelijk zo zijn dat het kuiken slachtoffer is geworden van een kat en er een gebroken vleugel aan over heeft gehouden.

Als je ziet dat de vogel gewond is of er slecht uitziet, dan kan je contact opnemen met een dierenarts. Die kan eventueel antibiotica tegen bacteriële infecties of pijnstillers geven. Als het kuiken bij je thuis is, heeft het warme nodig. Je kunt voor het voeren een stompe pincet of wegwerpspuit gebruiken, waarmee je vast voer of een voedselbrij in de snavel kunt stoppen. Welke voeding het kuiken nodig heeft, hangt af van de vogelsoort.

Eitand

Een eitand wordt door vogels gebruikt om zich uit het ei te bevrijden. Het is een scherp bultje op hun snavel waarmee ze tegen de harde schaal kunnen kloppen. Zo ontstaat er langzaamaan een gaatje. Om uiteindelijk uit het ei te kunnen kruipen moet de jonge vogel een aantal gaatjes in de schaal maken. Net zolang totdat er een ring ontstaat die scheurt. We weten niet precies wanneer de eitand van een vogeltje verdwijnt, maar vaak is dat vlak nadat hij uit het ei is gekomen.

Nestblijvers En Nestvlieders

De jongen van vogels die het grootste deel van hun tijd in bomen doorbrengen, zijn bij hun geboorte vaak hulpeloos. Ze kruipen naakt en met gesloten ogen uit het ei. Omdat ze lang in het nest blijven voordat ze uitvliegen, worden ze nestblijvers genoemd. Bij geboorte moeten ze gevoerd worden door hun ouders.

Vogels die veel van hun tijd in het water of op de grond doorbrengen, hebben vaak jongen die gelijk op pad kunnen. Deze jongen worden nestvlieders genoemd. Ze kruipen uit hun ei met hun ogen open. Op hun huid groeit meteen al een donskleed. Nestvlieders scharrelen soms al binnen een dag hun eigen kostje bij elkaar. Jonge eenden en ganzen zijn goede voorbeelden van nestvlieders.

Het verschil tussen nestvlieders en nestblijvers is trouwens niet altijd zo duidelijk. De nesten van nestblijvers bevinden zich meestal op een veilige plek, hoog in de boom of in een holte bijvoorbeeld. De ouders laten hun hulpeloze jongen daarom met een gerust hart even in de steek om op zoek te gaan naar lekkere hapjes. Sommige vogels die de meeste tijd op de grond doorbrengen, broeden soms ook in bomen. Ver van de grond zijn de eieren immers een stuk veiliger voor bijvoorbeeld vossen. Nijlganzen broeden in Nederland regelmatig in oude boomnesten van bijvoorbeeld reigers of buizerds.

Als de jonge nijlganzen hun ei uit zijn gekropen, springen de dappere jongelingen - na wat aarzeling - het nest uit. Ze moeten wel, want hoog in de boom is niets te eten. Gelukkig zijn de botten van de pasgeborenen nog zacht en buigzaam. De natuur zit altijd weer vol verrassingen. Zo zijn er drie soorten fuutkoeten: de maskerfuutkoet, de kleine fuutkoet en de watertrapper. Deze vogelsoorten lijken als ze volwassen zijn veel op elkaar. Ze leven allemaal op het water. De jongen van twee van deze soorten, de maskerfuutkoet en de watertrapper, kunnen binnen een paar dagen zwemmen. Deze nestvlieders komen ter wereld met een donsvacht.

Wat Te Doen Als Je Een Jong Vogeltje Vindt?

Bereid je vast voor op het vinden van een jonge vogel, die eruit ziet alsof hij beter in het nest was gebleven. Van mei tot juli worden Vogelbescherming en vogelopvangen namelijk platgebeld met de vraag: wat moet ik doen met een gevonden vogeltje? Belangrijke voorkennis: het is normaal dat jonge vogels hun nest verlaten als ze nog niet kunnen vliegen. Ze passen er gewoon niet meer in en leven een paar dagen in een boom of op de grond tot ze wel kunnen vliegen. In negen van de tien gevallen help je het jong dus het allerbest door het met rust te laten. En wees gerust, zelfs als je de oudervogels niet ziet, zijn ze wel in de buurt. Ze zoeken voedsel of zijn zich voor je aan het verstoppen.

Als het jong klein en kaal is of alleen wat donsveertjes heeft, hoort hij echt nog op het nest. Soms is het mogelijk het kuiken terug te zetten. Doe dit alleen als je zeker weet uit welk nest het diertje kwam en als het er sterk en gezond uitziet. Soms voelen oudervogels namelijk dat er iets mis is, of dat het stervende is. Zie je het nest en komen de ouders er nog bij? Zet het jong dan voorzichtig maar snel terug. Vogels zijn geen zoogdieren, dus het geeft niets dat jouw luchtje eraan zit.

Als het jong wel veren heeft, maar in gevaar is, omdat het bijvoorbeeld langs een drukke weg zit of in de buurt van een kat, mag je het verplaatsen. Zet het jong dan op een veilige plek, zoals een beschutte tak in een struik, of wat verder de berm in. Let op: zet het niet te ver weg. Heb je zelf een kat? Houd hem dan een paar dagen binnen tot de jonge vogels uit hun meest kwetsbare fase zijn en kunnen vliegen.

Als een jonge vogel duidelijk ziek of gewond is, bel je de Dierenambulance (Dierenbescherming) via het landelijke meldingsnummer: 144 of Dierenambulance (Dierenlot). Je herkent een zieke of gewonde vogel aan bijvoorbeeld een slepend pootje, een hangende vleugel of bloed op zijn veren. Bel de Dierenambulance dus níet als het jong veren heeft en gezond oogt.

Als je de situatie niet helemaal op waarde kunt schatten, of als je andere vragen hebt, bel je het beste met een Vogelopvang of -asiel of met de Dierenambulance (Dierenbescherming) of Dierenambulance (Dierenlot). Vogelbescherming zet zich in voor de bescherming van leefgebieden van vogels, maar heeft geen opvangplaatsen voor gewonde dieren en ook geen reddingsdiensten.

Hoe verleidelijk het soms ook is, met bijvoorbeeld een jonge kraai of kauw, neem jonge vogels nooit mee naar huis. Ten eerste is het niet in het belang van het dier. Ze moeten de kunst van het overleven afkijken van de ouders om zich later te redden in de wereld. En als ze ziek zijn, hebben ze specialistische zorg nodig die jij niet kunt bieden. De enige uitzonderingen zijn gier-, boeren-, en huiszwaluwen, die goed kunnen vliegen zodra ze het nestkommetje uitkomen. Een ander apart geval zijn uilskuikens. Die zijn al op zeer jonge leeftijd mobiel en klauteren in en rond hun nestboom voordat ze er zelfs maar half aan toe lijken. Als je een jonge uil ziet, laat 'm dan toch vooral waar hij is, in zijn maar ook in jouw belang.

Hoe Kun Je Meer Vogels Naar Je Tuin Lokken?

Vogels komen niet alleen tijdens het broedseizoen naar je tuin, maar ook daarbuiten voor beschutting en voedsel. Je kunt veel doen om je tuin aantrekkelijker te maken voor vogels:

  • Voedsel: Bied seizoensgebonden voedsel aan. Zorg voor bessenstruiken en in de winter extra voer zoals vetbollen.
  • Water: Zorg het hele jaar door voor schoon drinkwater. Vervang het regelmatig om het schoon te houden en muggenlarven te vermijden. Voeg bij vorst een beetje suiker of een pingpongbal toe om bevriezing te voorkomen.
  • Natuurlijke Tuin: Een te nette tuin is niet aantrekkelijk voor vogels. Laat oude bladeren liggen waar ze naar wormen en insecten kunnen zoeken. Dood hout bevat vaak allerlei lekkere beestjes.
  • Nestgelegenheid: Bied verschillende soorten nestkasten aan, afgestemd op de voorkeuren van verschillende vogelsoorten.

Tips Voor Het Ophangen Van Nestkasten

  • Hang de nestkast op een goede plek, niet in de volle zon en niet te laag (tussen twee en vijf meter van de grond), met de opening afgewend van de heersende windrichting.
  • Zorg ervoor dat de aanvliegroute vrij is, zodat er geen takken of bladeren voor de opening hangen.
  • Als je meerdere nestkasten ophangt, zorg er dan voor dat ze minstens drie meter uit elkaar hangen als ze voor verschillende soorten zijn.
  • Maak de nestkast na de winter schoon door het oude nestmateriaal te verwijderen en de kast schoon te borstelen.

Bescherming Tegen Katten

Vooral wanneer de jonge vogels net uit het nest komen, zijn ze een gemakkelijke prooi voor een kat. Je kunt maatregelen nemen om je tuin zo onaantrekkelijk mogelijk te maken voor katten:

  • Doe een belletje om de hals van je eigen kat.
  • Span een waslijndraad ongeveer twintig centimeter boven het hek; zo kunnen de katten er niet overheen lopen en er ook moeilijker overheen klimmen.

labels: #Ei

Zie ook: