De aardappel (Solanum tuberosum) is een eenjarige plant die - net zoals de tomaat - behoort tot de familie van de nachtschadegewassen (Solanaceae). De aardappel staat in sommige regio's ook bekend als patat of pieper. Er bestaan ondertussen 5.000 verschillende aardappelsoorten die kunnen variëren in kleur en vorm. Naast de klassieke gele variëteiten uit de supermarkt zijn er ook blauwe soorten zoals de "Vitelotte" met paars-wit gemarmerd vruchtvlees. Verder wordt er een onderscheid gemaakt tussen bloemige en vastkokende aardappelrassen en tussen vroege en late rassen.

Hoewel de aardappel in onze keuken tegenwoordig niet meer weg te denken is, was de groente lange tijd onbekend in onze contreien. Pas toen de knol in de 16e eeuw vanuit Amerika over zee werd geïmporteerd, kon ook de Europese bevolking ervan genieten. In eerste instantie werd de knol populair omwille van de mooie bloemen. Tegenwoordig is de aardappel een vast element in de voorraadkast. Gepoft, gebakken, in de vorm van chips of pannenkoekjes, als puree, in soep of gewoon gekookt : de aardappel is heel veelzijdig.

Tijdens de bloeiperiode vormt de aardappelplant besjes. Die zijn helaas giftig en mogen daarom zeker niet worden opgegeten. Het eetbare gedeelte van de plant - de knol - groeit in de grond. Deze knol is rauw niet eetbaar. Ongekookte aardappelen bevatten namelijk veel solanine. Overmatige consumptie van rauwe aardappelen kan vergiftigingsverschijnselen veroorzaken. Daarom moeten aardappelen steeds worden gegaard of gekookt voordat je ze opeet.

De Ideale Locatie en Basis

De aardappelplant is een echt "zomerkind". De plant houdt van een warme omgeving, maar is niet zo gek op de middaghitte. Verder stelt de groente weinig eisen wat betreft de omgeving : een klassieke moestuin, een verhoogde moestuinbak, een plantzak en grote kuipen zijn allemaal geschikt voor de aardappelteelt. Zorg altijd voor voldoende ruimte. De aardappelplant heeft namelijk ruimte nodig voor de ontwikkeling van de wortels en de knollen. Een pot moet een diameter hebben van minimum 25 centimeter, bij voorkeur 30 of 40 centimeter.

Aardappelen voelen zich goed in een voedingsrijke en luchtige bodem die in de zon snel opwarmt en niet te lang vochtig blijft. Een zandgrond of zanderige kleibodem is dus ideaal. Ook in een normale, zware kleigrond komen aardappelen goed terecht. De enige voorwaarde is dat je de bodem in de herfst ploegt zodat de grotere klonters in de winter door de vorst uiteenvallen.

Tip voor gewasrotatie : plant aardappelen niet in een tuinbed waar het jaar voordien nachtschadeplanten zoals tomaten hebben gegroeid. Zo voorkom je ziekteverwekkers die zich in deze plantenfamilie hebben gespecialiseerd.

Aardappelen in Potten Kweken: Wat Je Nodig Hebt

Aardappelen kan je zonder probleem in een moestuinbak of in een pot aanplanten, zolang ze over genoeg ruimte beschikken. Bovendien is het belangrijk dat je de moestuinbak op de juiste manier opvult. Als je aardappelen in een pot of bak wilt kweken, raden we je aan om er eentje te kiezen met een inhoud van minimum 15 liter. Deze moet eveneens voorzien zijn van minstens één afvoergat zodat het overtollige water gemakkelijk kan weglopen.

Bedek de bodem met een laagje drainagemateriaal (vb. puimsteenkorrels). Deze korrels zullen zorgen voor een goede beluchting, het overtollige water zal gemakkelijker weglopen en de wortels zullen beter worden voorzien van verse zuurstof. Een voedingsrijke biologische potgrond voor groenten vormt de ideale basis voor een gezonde wortelontwikkeling.

Stappenplan voor het Planten van Aardappelen in een Pot

  1. Heb je nog enkele aardappelen over van de vorige oogst? Dan kan je deze gebruiken. We raden je aan om de zieke en rotte exemplaren eruit te sorteren en de overgebleven aardappelen op een koele, lichtrijke plek te bewaren. Zo kunnen de pootaardappelen tussen februari en maart spruiten vormen.
  2. Er bestaan speciale plantaardappelen (ook wel pootaardappelen genoemd) die je - afhankelijk van de soort - tussen maart en juni in de grond kan stoppen. Gecertificeerde pootaardappelen hebben het voordeel dat ze op ziekteverwekkers worden getest en officieel kunnen worden gebruikt voor vegetatieve vermeerdering.
  3. Sinds enkele jaren zijn er gecertificeerde aardappelzaden beschikbaar. Net zoals tomaten, komkommers en courgettes kan je deze zaden op een lichtrijke vensterbank of in een warme serre voortrekken.
  4. Als de bovenstaande opties te veel werk zijn, kan je voorgekweekte planten uit het tuincentrum of de kwekerij gebruiken.

Wanneer Aardappelen Planten?

Pootaardappelen planten is mogelijk van maart tot juni. Alles hangt echter af van de variëteit. In maart of april kan je aardappelen zaaien op de vensterbank. Laat de jonge plantjes (of ze nu vers gekocht of zelf gekweekt zijn) wel eerst wennen aan het zonlicht door ze een paar uurtjes buiten te zetten.

Aardappelen Planten: Stap voor Stap

De ideale periode om aardappelen te zaaien is van maart tot juni. Dit hangt echter ook van de betreffende aardappelvariëteit af. Een kleine tip : nieuwe aardappelen worden bij voorkeur afgedekt met een folie of vlies om ze te beschermen tegen vorst. Zaai in maart of april voor op de vensterbank. Eens er geen vorst meer wordt voorspeld, kan je de jonge plantjes naar buiten verhuizen. Laat de plantjes wennen aan de zon door ze eerst enkele uurtjes buiten te zetten - of ze nu vers gekocht zijn of zelf gekweekt.

  1. Diep genoeg planten : het is belangrijk dat de pootaardappelen 8 tot 10 centimeter diep worden aangeplant, met de spruit naar boven. Elke aardappel zal een nieuwe plant produceren met 15 tot 25 dochterknollen.
  2. Aandrukken en begieten : druk vervolgens de grond goed aan en geef rijkelijk water.

Correct Verzorgen van Aardappelen

Of en hoeveel hongerige magen je zal kunnen vullen met je eigen aardappeloogst, hangt in grote mate af van hoeveel water de plant krijgt. De toevoer van water is namelijk heel belangrijk voor de dochterknollen. Daarbij moet je het juiste evenwicht zoeken : niet te veel, maar ook niet te weinig. We raden je aan om net voor de gietbeurt een vinger in de grond te stoppen om te voelen of bodem nog vochtig is. De waterbehoefte is afhankelijk van meerdere factoren : de weersomstandigheden, het substraat, de lichtinval en de vruchtvorming.

De vruchten worden steeds groter tussen de tiende en veertiende week. Kort na het begin van de bloeiperiode heeft de aardappel de grootste hoeveelheid water nodig. Hoewel de gietbeurt de eerste drie weken kan worden verwaarloosd, heeft de plant tussen de derde en de zesde week voldoende water nodig. Vuistregel : een lichtrijke en vochtige bodem is ideaal. Geef je aardappelen 's avonds water.

Aardappelen Bemesten

Aardappelen zijn sterk terende gewassen die veel voedingsstoffen nodig hebben om je aan het einde van de zomer van grote en smakelijke knollen te kunnen voorzien. Om dit te realiseren, kan je de bodem net voor de aanplanting verrijken met compost. Na acht tot twaalf weken kan je je aardappelplant voorzien van een verse portie meststof. Kies voor een aangepaste biologische meststof die alle belangrijke voedingsstoffen bevat. Strooi de korrels rond de plant en werk ze lichtjes in de bodem in. Geef vervolgens rijkelijk water om de werking van de meststof te activeren.

Verzorgingstip : aardappelen aanaarden. Aardappelen worden traditioneel aangeaard. Dit betekent dat de grond rond de scheuten wordt opgehoogd. Jonge planten worden zo diep aangeplant, dat enkel het bovenste bladpaar nog boven de grond uitsteekt.

Ziekten en Plagen

Er zijn heel wat verschillende ziekten, plagen en teeltfouten die aardappelen kunnen aantasten : alternaria, schurft, knolrot en de aardappelziekte. Voorzie voldoende afstand tussen verschillende nachtschadeplanten (vb. tomaten).

De Oogst

Aardappelen kunnen tussen juli en oktober worden geoogst, afhankelijk van het ras. Uitgedroogde bladeren zijn een duidelijk teken dat het tijd is om te oogsten. Omdat de schil van de aardappelen hard wordt tot ze rijp zijn, mag je niet te vroeg rooien. Aardappelen met groene schil moet je verder laten rijpen. Gebruik bij het oogsten een aardappelschoffel en een schopje.

De aardappelen mogen net vóór de opslag niet gewassen worden. Voor de opslag van aardappelen kan je luchtdoorlatende houten kisten gebruiken. Deze plaats je in een droge, donkere en koele ruimte. Bij een te lage temperatuur zullen de knollen een zoete smaak ontwikkelen. Bij een te hoge temperatuur en veel licht zullen de aardappelen echter beginnen kiemen. Omdat de kiemen en ook de groene schil solanine (een giftige stof) bevatten, vormen gekiemde aardappelen een gezondheidsrisico. Uitzondering : het solaninegehalte in verse scheuten is zo laag dat je nog steeds aardappelen kunt eten met een spruitlengte van maximaal één centimeter.

labels: #Aardappel

Zie ook: