Een van de oorzaken waardoor planten en bomen niet aanslaan, is zout water. Water, met name oppervlaktewater maar ook grondwater, wordt zout door strooizout dat in de bodem spoelt. Ook droge zomers zoals we die in 2019 en 2020 hadden, zorgen voor zout water.
Engelsman: 'Neem de Vinkeveense Plassen. Daar verdampt tijdens een droge, hete zomer constant oppervlaktewater, met als gevolg dat het overige water zouter wordt. Als bewoners in de buurt hun tuin besproeien met water uit de Vinkeveense Plassen, kunnen bladeren bruin worden en slap gaan hangen. Vooral ballastzouten zoals natrium en chloor kunnen de plant of boom doden door verbranding. Ballastzouten wil je als hovenier neutraliseren.
Minerale meststoffen die in één keer vrijkomen, kunnen te zout zijn (dit wordt gemeten aan de hand van de geleiding, de EC-waarde). Het water in de grond trekt dan naar het zout toe in plaats van naar de plant, met als gevolg dat de plant verdroogt en sterft.
Vervolgens komt de vraag: 'Waarom slaat een gezonde plant of boom wel of niet aan?' Engelsman: 'Er zijn factoren in de grond die het aanslaan stimuleren, maar ook factoren waardoor het aanslaan mislukt. Het is belangrijk dat de hovenier het risico dat een plant niet aanslaat beperkt. Hij wil immers niet terug naar de klant omdat de planten of de heg bezig zijn dood te gaan. Bovendien groeien plantvakken snel dicht als de planten goed aanslaan.
Engelsman: 'Als hovenier heb je bij de aanleg te maken met verschillende ondergronden: de ene klant zit op klei, de ander op zand, weer een ander zit op lutum. Soms past een bodemtype niet bij een plantensoort. Begin dus altijd met een bodemanalyse en breng de situatie in kaart', zo luidt Engelsmans tip. Hoe staat het met de lucht- en waterhuishouding? Staan de planten in de zon of in de schaduw? Welke plantensoorten wil je gebruiken? Pas dan kun je beginnen met de aanleg.
Stap een is altijd: bewerk de bodem, spit 40-50 cm diep, totdat de bodem geschikt is om in te planten, doorbreek storende lagen en draineer of verschraal indien nodig. Om de bodem te optimaliseren, adviseert Engelsman een bodemverbeteringsadvies in te winnen. 'Soms is de zuurgraad niet in orde, waardoor aangeplante planten of bomen het niet redden. Planten die van een hoge pH houden, zoals lavendel, slaan niet aan op heel zure grond. Rhododendron en Skimmia zijn juist gebaat bij een lage pH. Ook de conditie van het bodemleven kan een risico zijn.
De toplaag kan namelijk schadelijke schimmels bevatten, zoals Pythium of Fusarium. Andere belangrijke vragen zijn: is de bodem zout - hoe hoog is de EC-waarde? En het humusgehalte? Het NPK-gehalte? Weten we welke sporen er in de grond zitten?
De DCM-methode
Engelsman laat in het eerste demovak met de DCM-methode zien dat allereerst de bodemstructuur op orde is gebracht. 'Bij aanleg adviseren we standaard de meststof DCM Vivimus. Hiermee verbeter je de lucht-waterhuishouding in de grond door het organischestofgehalte op het ideale percentage te krijgen en de voeding aan te vullen waar nodig.
'We raden DCM Vivimus altijd aan in combinatie met DCM Activator, waardoor de plant snel doorwortelt zodra hij is aangeslagen. Als er een droge periode volgt op de aanplant, zorgt diepe beworteling ervoor dat de plant niet verdroogt. Doordat DCM Activator 100 procent organisch is en eerst door bacteriën omgezet moet worden, kan het zonder uitspoelrisico jaarrond worden toegepast bij aanplant.
In het tweede demovak is na de bodembewerking de traditionele methode van compost en 12-10-18 toegepast. 'Compost kan heel goed zijn, maar kan ook onkruidzaden, verkeerde schimmels en te veel zouten bevatten. Dat zijn ongewenste zaken, die je aan de buitenkant niet kunt zien', waarschuwt Engelsman. 'Het gebruik van compost kan dus goed uitpakken, maar je loopt er ook een zeker risico mee.
In het derde demovak heeft DCM wel de grond bewerkt door te frezen en spitten, maar geen meststoffen toegevoegd of bodemverbeteraars toegepast. In april viel hier een plant uit. Een aangeplante Fagus in demovak 1 sloeg al in de eerste week aan.
Engelsman concludeert: 'Een juiste aanpak leidt tot minder uitval en dus lagere kosten, maar ook tot minder onkruiddruk, aantrekkelijke planten en een gezonde bodem.
Abiotische factoren
In de volgende paragrafen gaat het vooral om groeistoornissen die worden veroorzaakt door abiotische (fysische) factoren zoals zoutschade, wateroverlast, etcetera. Een aantal daarvan zijn direct dan wel indirect toe te schrijven aan antropogene (menselijke) invloeden. Het betreft invloeden die niet specifiek zijn voor de populier, ze gelden in meer of mindere mate voor alle andere boomsoorten.
Wind
De vormen van schade die wind in beplantingen aanricht zijn divers: ontworteling, top-, tak- en stambreuk en bladbeschadiging. Het ontwortelen van populieren komt voornamelijk voor op groeiplaatsen waar de bewortelingsdiepte gering is, bijvoorbeeld als gevolg van een permanent hoge grondwaterstand of van de aanwezigheid op geringe diepte van een voor wortels ondoordringbare laag. Echter, niet alleen een ondiepe maar ook een eenzijdige beworteling kan windworp bevorderen: bomen die te dicht bij een sloot geplant zijn of er door afkalving te dichtbij zijn komen te staan, lopen het risico bij storm om te vallen.
Bij pas geplante populieren is om- en scheefwaaien meestal te voorkomen door ze dieper te planten en door niet te grote bomen als plantmateriaal te gebruiken. Het gebruik van boompalen is dan overbodig, behalve als op plaatsen met zeer veel wind om een of andere reden toch groot meerjarig plantmateriaal moet worden gebruikt. Het meest voorkomend is takbreuk.
Tijdens storm kan echter ook de hele top of een gedeelte van de kroon afbreken. Een plaatselijke verzwakking in de stam, bijvoorbeeld door aantasting van de wilgenhoutrups en de grote populierboktor of houtrot veroorzakende schimmels (soms herkenbaar door de aanwezigheid van spechtenholen) of andere zwakke plekken in de stam, zoals ingerotte snoeiwonden, zijn zeer vaak de primaire oorzaak van breuk bij storm.
Meestal gaat het om zeewind. Tijdens hevige stormen, in voorjaar en zomer, kunnen in het kustgebied door de invloed van zout de randen van de bladeren verdorren. Soms treedt bladval op en sterven de toppen van jonge scheuten in. Verder kan bij blootstelling aan zeewind ten tijde van het uitlopen het jonge blad grotendeels of volledig afsterven, waarna de boom opnieuw moet uitlopen.
Hagel, Bliksem en Vorst
Hagelbuien richten vrijwel alleen in het groeiseizoen schade aan. Behalve bladeren kunnen ook de bast van takken en, bij jonge bomen, ook de stammen zwaar beschadigd worden. In het volksgeloof is populier een van de voor bliksem gevoelige boomsoorten. Jonge populieren kunnen zowel in het voorjaar als in het najaar door nachtvorst worden beschadigd.
Vorstscheuren in de onderste meters van de stam zijn de meest bekende vorm van wintervorstschade. Deze radiaal in schors en buitenste houtlagen verlopende scheuren kunnen een lengte van enkele meters bereiken. Schade door late wintervorst treedt op als een relatief warme periode in januari en vooral februari wordt gevolgd door een vorstperiode van verscheidene dagen.
Waterhuishouding en andere bodemfactoren
Een sterke en plotselinge verlaging van de grondwaterstand kan een ernstige stagnatie in de groei en zelfs het afsterven van bomen veroorzaken vanwege droogte. Maar ook een blijvende sterke verhoging van het grondwaterpeil, kan dezelfde gevolgen hebben, maar dan door het ‘verzuipen’ van de dieper gelegen wortels.
Op voor populieren geschikte groeiplaatsen komt schade door droogte alleen in extreme gevallen voor. Naast waterstagnatie zijn ook andere oorzaken van zuurstofgebrek in de bodem, zoals het asfalteren van de plantspiegel, nadelig voor het functioneren van de boomwortels en dus voor de ontwikkeling van bomen. Ook verdichting van de grond door onder andere verkeer of cultuurtechnische werkzaamheden heeft een nadelige invloed op de zuurstofdiffusie in de bodem en dus ook op een gezonde ontwikkeling van de bomen.
Luchtverontreiniging en Vee
Populieren zijn gevoelig voor luchtverontreiniging in de vorm van onder meer ozon en zwaveldioxide, waarbij ozon in het landelijk gebied meer speelt dan in het stedelijk gebied. Geiten, schapen, rundvee, pony’s en paarden kunnen aanzienlijke schade aanrichten.
Strooizout
Op wegen, voetpaden en tuinpaden wordt in de winterperiode heel wat zout gestrooid om de gladheid door sneeuw en ijs te voorkomen. De bast van bomen langs wegen word aangetast door direct contact met het strooizout, waardoor bomen gevoelig worden voor schimmels en andere aantastingen. Knoppen kunnen ook afsterven doordat het zout vocht onttrekt waardoor de knop uitdroogt.
Zout wat direct op het blad komt zorgt voor verschroeiing en uiteindelijk sterft het blad af, bij ernstige schade zal de gehele plant verdrogen en afsterven. Strooizout wat door de regen in de sloot loopt heeft ook nadelige gevolgen op dieren en planten in het water. Amfibieën die aan water gebonden zijn hebben direct last van een hoge concentratie zout.
Waar niet direct aan gedacht word is de gevolgen voor het bodemleven die ongemerkt afsterven door zouten in de bodem. Ook direct hebben planten last van een hogere concentratie zout in het grondwater. De wortels kunnen moeilijker water opnemen omdat zouten water aantrekken en vasthouden.
Veel regen in het voorjaar zorgt ervoor dat het zout word verdunt en het spoelt eerder weg naar het diepe grondwater. Bij een droog voorjaar is de schade aanzienlijk groter ook tot ver in de zomer doordat het zout veel minder verdunt word door het regenwater en de zoutconcentratie hoger is.
Alternatieven voor strooizout
Overheden gaan steeds meer over op nat strooien hierdoor wordt er minder zout gestrooid en de werking is zelfs beter. Het gebruik van milieuvriendelijke dooikorrels is ook een goed alternatief en werkt nog eens veel sneller dan gewoon strooizout.
Wat ook mogelijk is om vooral de zoute nevel en het water wat wegstroomt af te weren, bijvoorbeeld met een opstaande rand langs de plantvakken, zodat het niet op of in de beplanting komt. Is de situatie niet echt op te lossen dan is het gebruik van andere planten een mogelijkheid. Planten die van nature in kwelders en kustgebieden groeien zijn bestand tegen een hogere concentratie zout.
Strooizout kan ook nog vlekken aan schade opleveren aan mooie siertegels en natuursteen. Verder kan zout ook invreten op materialen van steen, hout en metaal.
Bomen en gras
Onder bomen kun je geen gezonde, goed gesloten grasmat aanleggen, bomen in een gazon zijn ook geen goed idee. Bos en grasland vormen allebei een verschillende fase in de successie van een pionier- tot een climaxvegetatie. In een pionierbodem die bacteriedominant is, gaat stikstof eerder als nitraat (NO3-) voorkomen, terwijl de bodem die bij een climaxvegetatie hoort zelf ook uitgrijpt is en schimmeldominant is, terwijl ammonium (NH4+) in plaats van nitraat overheerst.
De concurrentie is dus groot. En die concurrentie speelt doorgaans in het voordeel van het gras. In een natuurlijke situatie zullen bomen vooral in de bovenste centimeter onder het oppervlak fijne wortels vormen. In de praktijk worden die fijne wortels onder de gesloten grasmat van een gazon vaak weggeconcureerd.
Om te beginnen nodigt gras veel meer uit tot betreding dan bos. Anderzijds kunnen grasmaaiers en vooral zitmaaiers de bodem ook verdichten. Maar we moeten ons ook de vraag stellen in hoeverre het bodemleven dat profiteert van het afgevallen blad de bodemstructuur continu verbetert en de het natuurlijke verdichten tegen gaat.
Voor boomsoorten, die een associatie met endomycorrhizasymbionten aangaan, geldt daarenteegen wel, dat ze last kunnen ondervinden van de concurrentie om (gedeeltelijk) dezelfde soorten endomycorrhiza of VA mycorrhiza, die zich (tevens) aan grassen, kruidachtige planten en heesters binden. Daarom is het aan te bevelen om zeker bij met VA mycorrhiza geassocieerde boomsoorten de boomspiegel vrij van grassen en andere planten te houden.
Bovendien wordt een gazon beheerd door het continu maaien en afvoeren van gras. Blad mag zeker niet blijven liggen. Daardoor wordter geen, voor bomen hoogstnoodzakelijke, humuslaag opgebouwd. Zeker wanneer een boom omwille van de groeiomstandigheden in het gazon verzwakt is, kan dat voor erg veel bijkomende problemen zorgen. En zoals gezegd zullen ook de ectomycorrhizasymbionten door de bemesting gaan afsterven.
Van glyfosaat is bijvoorbeeld vastgesteld, dat het niet alleen de wortels en de plant, maar primair mycelium en mycorrhiza aantast, waardoor/waarna de wortels van de plant afsterven. Bomen in gras kunnen ook beschadigd worden bij het maaien.
Aanvullende boomverzorgingstips
- ABC-bomen: Mogen vanwege "bloeden" niet gesnoeid worden in de periode december t/m mei.
- Bodemverdichting: Kan mechanisch worden aangepakt om de indringingsweerstand te verminderen.
- Mycorrhiza: Schimmels die in symbiose leven met boomwortels en de effectiviteit van de wortels verhonderdvoudigen.
- Ophogen van bodem: Heeft in alle gevallen een negatieve invloed op het bodemleven.
- Zoutschade: Verdrogingsverschijnselen in een niet te droge zomer kunnen door zoutschade komen.
labels:
Zie ook:
- Ontdek Hannekes Boom: Van Historisch Geheim tot Hedendaags Paradijs aan het Water!
- Ontdek de Beste Bomen met Kleine Wortels voor Jouw Kleine Tuin!
- Ontdek de Meest Geurige Boomsoorten voor een Betoverende Tuin vol Aroma's
- Ontdek de Waarheid: Zijn Rauwe Hazelnoten Echt Gevaarlijk om te Eten?
- Welk Gehakt voor Hamburgers? De Ultieme Keuze Gids!
- Salade met Zalm: Gezonde & Heerlijke Recepten!




